Wonen in een woongroep is net even anders dan in een studentenhuis

Body: 

Als je gaat studeren lijkt het de meest logische keuze om op kamers te gaan. Maar je kunt ook kiezen voor een woongroep. “Het enige nadeel is dat je hier niet het idee krijgt, dat je ’op jezelf’ woont.”

Als je gaat studeren lijkt het de meest logische keuze om op kamers te gaan. Maar je kunt ook kiezen voor een woongroep. “Het enige nadeel is dat je hier niet het idee krijgt, dat je ’op jezelf’ woont.”

Het fenomeen woongroep ontstond in de jaren zestig als een alternatieve vorm van samenwonen. Woordenboek vanDale definieert een woongroep als volgt: ‘er wordt van een woongroep gesproken als het gaat om ten minste drie personen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of liefdesrelaties. Het samenwonen in een groep in één woning of geclusterde woningen met gedeelde voorzieningen is meestal een bewuste keuze.’

Ook in Utrecht zijn er woongroepen en leefgemeenschappen te vinden. Wie op internet zoekt komt al snel terecht op adressen in Overvecht, Kanaleneiland, Lunetten en zelfs in het centrum van de stad. In een aantal van deze woongroepen wonen ook studenten. Waarin verschilt het leven in een woongroep aan dat van een studentenhuis? En waarom wil je er wonen?


‘Mensen in dit huis zijn volwassener’

Anne Miglo (26), student Taalwetenschappen en woonachtig in een woongroep van Portaal aan de Oudenoord in Utrecht: “Ik woon hier sinds 2012. De jaren daarvoor studeerde ik in Groningen en woonde ik in een studentenhuis in Groningen. Ik ben deze woongroep toevallig tegengekomen tijdens mijn zoektocht naar een kamer in Utrecht.

“Of ik wonen in een woongroep vind verschillen van het leven in een studentenhuis? Nee, niet zo zeer. In studentenhuizen ga je donderdagavond samen zitten en drinken. Dat doen wij ook. We zitten veel samen op de bank. Kijken films, doen een drankje samen, of doen spelletjes. Dat deed ik in mijn studentenhuis ook. Wat wel een verschil is dat de zes mensen in dit huis wat volwassener zijn en ook wat ouder. Ze zorgen beter voor het huis. Als er bijvoorbeeld schimmel is, wordt dat gelijk aangepakt.

“Op zich is het wonen in deze woongroep dus geschikt voor studenten die wat ouder zijn. Of voor mensen die afgestudeerd zijn en een baan hebben met een laag inkomen. Want Portaal hanteert een inkomensgrens. Mensen die meer verdienen of bijna afgestudeerd zijn en uitzicht hebben op een goed betaalde baan, komen er niet in.  Zo moesten we een keer een student Geneeskunde in haar laatste jaar weigeren, omdat ze uitzicht had op een baan waarmee ze de inkomensnorm overtrad.”


‘Ik woon in een maatschappelijk betrokken studentenhuis’

Masterstudent Sustainable Development Sietse-Jelle Bijkerk (23)  woont in een leefgemeenschap in de Utrechtse Wijk Lunetten. De gemeenschap bestaat uit drie rijtjeshuizen waar 13 mensen wonen.

De term leefgemeenschap wordt gebruikt mensen die samenwonen wat is gebaseerd op een ideologische, religieuze of politieke verwantschap.

“Deze leefgemeenschap is opgericht in 1988 door een Dominicaanse non: zuster Herma Bus (85). Zij vond dat jongeren maatschappelijk betrokken in het leven moesten staan en vrijwilligerswerk moesten uitvoeren. Bij ons geldt dan ook nog steeds de regel dat je, als je in het huis komt wonen, je minimaal acht uur in de maand vrijwilligerswerk moet doen. Daardoor leer je je inleven in andere mensen.

“Zo kom ik nu al een paar jaar bij een oudere meneer en mevrouw over de vloer om vrijwillig thuishulp te verlenen. Dat is best leuk, omdat je merkt dat mensen het fijn vinden dat ze hun verhaal kwijt kunnen.

“Verder verschilt onze leefgemeenschap van een studentenhuis, omdat we elke dag samen eten. We regelen dit aan de hand van een schema waarop je je kunt inschrijven. Dat is echt heel fijn. Als je dan een keertje later thuis komt van werken of sporten staat er gewoon een bordje eten voor je klaar. Ik hoef op die manier maar eens in de drie weken te koken.

“Verder hebben we eens per jaar een stamweekend waar we gezamenlijke activiteiten ondernemen. Ook hebben we eens per maand een groepsavond waar je echt bij moet zijn. Maar dit zijn heel leuke avonden die in het teken van een thema staan. Zo heb ik de afgelopen keer een avond georganiseerd rondom het thema liegen. Daarbij stond de vraag centraal: hoe zou de wereld eruit zien als niemand liegt?

Als ik met vrienden of onbekenden over mijn woonsituatie heb zeg ik eigenlijk nooit dat ik in een leefgemeenschap woon. Ik noem het altijd een hecht en maatschappelijk betrokken studentenhuis.”


‘Je kunt hier altijd bij iemand aankloppen’

“Ik woon in Nieuwegein in een project gemeenschappelijk wonen”, zegt Lucas Maasse (23). Hij is masterstudent Toegepaste Cognitieve Psychologie. Het project heet Fokkesteeg en is van woningcorporatie Jutphaas en bestaat onder meer uit zeven woongroepen die zijn ontstaan in 1982.

“Hoe ik hier terecht ben gekomen? Ik was op zoek naar een kamer, nadat ik ook in een aantal andere studentenhuizen had gewoond in Utrecht. Via Kamernet zag ik toen een advertentie. Ik zag al wel op internet dat deze kamer niet in de stad was, maar dat maakte me niet veel uit. Het adres was dicht bij mijn bijbaan plus de kamer was ruim en goedkoop: iIk betaal voor 350 euro voor 32 vierkante meter.

“Voordat ik hier kwam wonen ,wist ik niet wat wonen in een woongroep inhield. Maar wat mij opvalt, is dat er een groot verschil is in de mate van betrokkenheid. Het studentenhuis waar ik eerst woonde was erg individueel. We leefden langs elkaar heen en hadden allemaal ons eigen ding. In onze woongroep is er juist veel sprake van betrokkenheid. We eten elke dag met zijn zessen samen en we zijn op de hoogte van elkaars levens.

“Of er veel verplichtingen zijn? Er wordt van je verwacht dat je twee keer per jaar het gras maait en je je inzet voor het project gemeenschappelijk wonen. Verder hebben we allemaal een taak in onze woongroep. Ik doe de boodschappen. Verder kook je één keer per week voor de rest van je huisgenoten. Dat is relaxed, want de andere avonden wordt er dus voor je gekookt. Ik weet nog wel dat ik het in mijn studentenhuis heel saai vond om elke avond voor mezelf te koken.

“Ook vind ik het tof dat je hier altijd wel bij anderen kunt aankloppen als er dingen op zijn of als je ineens iets nodig hebt. Laatst was iemand zijn sleutel van zijn fiets kwijt, dus had hij een betonschaar nodig om het slot open te knippen. Toen bleek dat de buurman er nog wel een had liggen. Hartstikke handig dus! Overigens hebben we nu ook een prikbord waar je een briefje op kunt hangen als je iets zoekt of juist over hebt.

“Het enige nadeel van het wonen in dit project is dat je hier niet echt het idee hebt dat je op ‘jezelf woont’, omdat er altijd wel mensen om je heen zijn.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail