‘Langstudeerdersregeling is geen boete’

Body: 

Boete of regeling. Bezuiniging of ‘bijdrage aan de werkelijke kosten.’ In een debat over hoger onderwijs van SIB maakten de aanwezige Tweede Kamerleden er vooral een taalkwestie van.

Boete of regeling. Bezuiniging of ‘bijdrage aan de werkelijke kosten.’ In een debat over hoger onderwijs van SIB maakten de aanwezige Tweede Kamerleden er vooral een taalkwestie van.

‘Gaat de kwaliteit van het onderwijs achteruit’, was de vraag waaromheen de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen (SIB) het debat aan de Kromme Nieuwegracht had georganiseerd. Vijf leden van de Tweede Kamer en één senator kwamen hierover spreken. Belangrijkste twistpunt: de langstudeerdersboete. Is die terecht? Mag het wel een boete heten? En is het wel een bezuiniging? En hoe zit het met de deeltijders?

Sander de Rouwe (CDA) wil bijvoorbeeld niet van bezuinigingen spreken: “De langstudeerdersboete is een extra bijdrage van de student, het gaat niet van de begroting af.” De belofte is dat het geld dat hiermee wordt opgehaald (230 miljoen) wordt geïnvesteerd in onderwijs. Maar, zo moet Anne-Wil Lucas (VVD) na een vraag uit het publiek verduidelijken, dat betekent niet dat al dat geld naar hoger onderwijs gaat: “In de eerste jaren gaat het vooral naar middelbaar onderwijs, dat moet eerst op orde zijn. Uiteindelijk wordt de balans netto nul, vanaf 2014 komt dat hele bedrag bij het hoger onderwijs terecht.”

Voor de oppositiepartijen maken deze details weinig uit. Tanja Jadnanansing (PvdA) zou, als ze één punt van het huidige onderwijsbeleid zou mogen schrappen, onmiddellijk “die hele langstudeerdersboete in de prullebak gooien.” En ook Jasper van Dijk (SP) vindt het maar een “kille bezuiniging.”

Dat het een geldkwestie is geeft Anne-Wil Lucas (VVD) ook toe: “De langstudeerdersregeling is vooral bedoeld om geld op te halen. Het gedragseffect op studenten is een bijkomend voordeel.” Let op, het is een regeling, vindt Lucas: “Het is geen boete. Studenten gaan alleen meer van de werkelijke kosten van het studeren zelf betalen.”

“Én geld ophalen én studenten motiveren kan ook helemaal niet,” zegt Ruard Ganzevoort (GroenLinks), de enige senator van het stel. Als studenten gemotiveerd raken en sneller studeren, betalen ze de boete niet, en andersom. Ganzevoort heeft een ander speerpunt deze avond: waarom geldt die hele regeling ook voor deeltijders? “Deeltijders doen twee keer zo lang over hun studie, dus de boete is voor hen onontkoombaar.”

“Het kan een escape-route worden voor voltijdstudenten die te lang studeren,” zegt Anne-Wil Lucas (VVD). “Daarom maken we geen uitzondering voor deeltijdstudenten.” Bovendien doet maar 5 á 6 procent van de deeltijdstudenten langer over de studie dan de nominale duur, zegt ze. “Dat is met bepaalde HBO-studies erbij gerekend,” zegt Ganzevoort (GroenLinks), “op de universiteit ligt dat getal veel hoger.” Een jongen uit de zaal zegt dat het ook bij zijn deeltijd HBO-studie absoluut niet zo is dat hij die binnen vier jaar kan afronden.

Over één ding waren de Kamerleden het eens: ze willen allemaal beter onderwijs. De vraag is hoe. De vertegenwoordigers van de coalitiepartijen, De Rouwe (CDA) en Lucas (VVD), hebben vooral hoge verwachtingen van de 230 miljoen euro die vanaf 2014 geïnvesteerd gaan worden. Lucas: “De extra docenten die we daar mee gaan betalen, moeten een enorme motivatie zijn.” Komt er tegenover de langstudeerdersboete ook nog een beloning te staan? “Je studie ís de beloning!,” zegt ze fel.

Nog één ding waarover de Kamerleden het ook eens waren: het is goed om je opponent in het debat weg te zetten als een calculerende boekhouder. Carola Schouten (ChristenUnie): “Ik mis te veel dat onderwijs ook moet gaan over ontwikkeling en reflectie op de samenleving.” En Ganzevoort (GroenLinks): “Het doel van hoger onderwijs is dat je zelfstandig en authentiek kan participeren in de samenleving. Dat is een pedagogisch doel, terwijl het kabinet met het onderwijs alleen maar ‘de verdiencapaciteit’ van Nederland wil vergroten.” Lucas (VVD): “De oppositie doet alsof je een top-5 plek in de ranglijst van kenniseconomieën kan kopen.”

Een winnaar aanwijzen is moeilijk. Maar dat is ook helemaal niet de bedoeling, zegt Sjoerd Cornelissen, die namens SIB het debat leidde. “Je moet op basis hiervan je eigen mening vormen. Ja, het is een beetje een levend verkiezingsprogramma.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail