Afscheid van voorzitter Raad van Toezicht

Body: 

In het Academiegebouw nam de Universiteit Utrecht maandag afscheid van Rien Meijerink. Meijerink was vanaf 2005 voorzitter van de Raad van Toezicht, maar stapte eind vorig jaar op uit onvrede over het benoemingsbeleid van staatssecretaris Halbe Zijlstra.

In het Academiegebouw nam de Universiteit Utrecht maandag afscheid van Rien Meijerink. Meijerink was vanaf 2005 voorzitter van de Raad van Toezicht, maar stapte eind vorig jaar op uit onvrede over het benoemingsbeleid van staatssecretaris Halbe Zijlstra.

“Met de staatssecretaris is het helemaal goed gekomen”, grapte de scheidend voorzitter in zijn dankwoord. Zijlstra’s omstreden benoeming van het overigens afwezige RvT-lid Jan van Zanen deed Meijerink eind vorig jaar besluiten terug te treden, maar de verhoudingen zouden inmiddels verbeterd zijn. “We zijn een borrel gaan drinken en hij vertelde me dat hij wilde verhuizen uit Utrecht en een huis in Zuid-Holland zocht. Nu heb ik een huis te koop staan in Wassenaar. Ik zei: als je dat koopt, praten we nergens meer over. Nog niets op gehoord, overigens.”

Of Meijerink de staatssecretaris in dat informele samenzijn nog op andere gedachten heeft kunnen brengen over de benoemingen van universitaire toezichthouders, daarover zei hij verder niets. Naar verluidt zijn de jongste benoemingen voor de Utrechtse Raad van Toezicht minder problematisch verlopen. Meijerink prees zich gelukkig met het nieuwste lid, de Brabantse commissaris van de koningin Wim van de Donk, en met de benoeming van Emmo Meijer tot zijn opvolger als voorzitter.

Meijerink dankte verder de twee partners in de universitaire bestuursdriehoek, het college van bestuur en de universiteitsraad. Hoewel er in de afgelopen jaren een aantal flinke geschillen waren, zoals de vorming van een administratief service centrum in 2008, sprak hij van een prettige samenwerking in de zeven jaar van zijn voorzitterschap.

De scheidend RvT-voorzitter pleitte als vertegenwoordiger van het externe toezicht in zijn slotwoord zelfs voor een zwaardere rol voor de universitaire medezeggenschap als vertegenwoordiger van de medewerkers en studenten. “Die verschaft de noodzakelijke interne legitimatie aan een onderwijsinstelling. Vroeger kregen publieke organisaties die legitimiteit rechtstreeks van de politiek, zij voerden immers uit wat politiek wilde. Nu zij steeds meer op afstand staan van Den Haag, moet die legitimiteit ergens anders vandaan komen.”

Meijerink sloot met die woorden aan bij het thema van het mini-symposium dat ter gelegenheid van zijn afscheid was belegd. In het bijzijn van notabelen als Nout Wellink (ex-DNB en voorzitter Raad van Toezicht in Leiden) en Pieter Bouw (ex-KLM en voorzitter RvT van de VU) en van Jacques Wallage en Ed d’Hondt (beiden ondermeer ex-burgemeesters, respectievelijk van Groningen en Nijmegen) werd gesproken over de manier waarop organisaties het beste uit hun eigen professionals kunnen halen. 

Geneeskundehoogleraar Schneider en de hoogleraren Boselie (Bestuurs & Organisatiewetenschap) en Schippers (Economie), tevens universiteitsraadslid, hielden korte voordrachten over het thema dat Meijerink als doorgewinterd bestuurder in de zorg en het onderwijs nauw aan het hart ligt. “Maar het gaat goed met de UU”, besloot hij. “En dat komt vooral door de kwaliteit van de professionals, en door de goede samenwerking met het bestuur.” 

Facebook Twitter Whatsapp Mail