Bètastudenten vrezen armoedig onderwijs,vice-decaan optimistisch

Body: 

Dat de bezuinigingen binnen de bètafaculteit ook consequenties gaan hebben voor het onderwijs, dat is duidelijk. Zeker is dat enkele masteropleidingen zullen verdwijnen. Bovendien: hoe aantrekkelijk blijft het bacheloronderwijs straks nog? Studenten zijn bezorgd en vragen om meer informatie. Die krijgen ze binnenkort van vice-decaan Rens Voesenek.

Dat de bezuinigingen binnen de bètafaculteit ook consequenties gaan hebben voor het onderwijs, dat is duidelijk. Zeker is dat enkele masteropleidingen zullen verdwijnen. Bovendien: hoe aantrekkelijk blijft het bacheloronderwijs straks nog? Studenten zijn bezorgd en vragen om meer informatie. Die krijgen ze binnenkort van vice-decaan Rens Voesenek.

“Wij knijpen ‘m behoorlijk. Kan de faculteit nog wel garanderen dat er een brede biologie-opleiding blijft met veel keuzevrijheid en met vakken op hoog niveau?” In het nieuwe onderkomen van de Utrechtse Biologen Vereniging (UBV) in het Buys Ballot Laboratorium uiten bestuursleden Jaap Kooiman en Paul Besseling hun zorgen over de mogelijke gevolgen van het schrappen van enkele onderzoeksgroepen van het Biologiedepartement voor het onderwijs.

Vooral het vooruitzicht dat de vakgroep gedragsbiologie uit Utrecht gaat verdwijnen, bevreemdt het tweetal. De garantie van het faculteitsbestuur dat het bacheloronderwijs in die discipline hoe dan ook overeind blijft, wekt nog weinig vertrouwen. Paul Besseling: “Je kunt wel zeggen dat je dat onderwijs gaat inhuren, maar wie vertelt ons dat je dat binnenkort niet te duur gaat vinden? Bovendien: wat wordt de kwaliteit van dat onderwijs als er geen onderzoeksexpertise achter zit?” Ook voor de korte termijn zijn er veel vragen. “Hoe ga je masterstudenten begeleiden als de onderzoekers misschien al vertrokken zijn?”

De Utrechtse gedragsbiologie heeft van oudsher een grote naam in Utrecht en is een publiekstrekker voor aankomende studenten. Daarnaast behoren de vakken van de onderzoeksgroep tot de populairste onderdelen van de eerste jaren van de opleiding. Na het eerdere vertrek van populatiegenetica en de evolutiebiologie lijken de zoölogische disciplines nu geheel uit Utrecht te verdwijnen. Buiten de universiteit leidt dit tot reacties, maar ook daarbinnen.

Jaap Kooiman ziet echter vooral de negatieve gevolgen voor de aantrekkelijkheid van de gehele biologie-opleiding wanneer disciplines verdwijnen. Ook de vakken op het gebied van andere groepen die moeten verdwijnen, zoals biomariene biologie en de palaeo-ecologie, zijn immers gewild bij studenten. “De breedte en de keuzevrijheid zijn altijd beschouwd als belangrijke pluspunten van de Utrechtse biologie-opleiding. Nu dreigt toch het gevaar van een kaalslag.”

Good luck
Voor Sterrenkunde geldt in grote lijnen hetzelfde als voor gedragsbiologie. Ook hier gaat het om een studententrekker en een populair vak onder beginnende studenten. Tot voor kort was dat juist een reden om Sterrenkunde te ontzien in de profileringsplannen. In de faculteitsraad erkende vice-decaan onderwijs Rens Voesenek dat Sterrenkunde veel aankomende studenten aanspreekt, maar hij vroeg zich ook hardop af of dat nu werkelijk de doorslaggevende reden was voor studenten om naar Utrecht te komen. 

Masterstudent Sterrenkunde en bestuurslid van studievereniging A-Eskwadraat Lars Einarsen vindt ook dat het koffiedik kijken is hoe zwaar de aanwezigheid van een masteropleiding Sterrenkunde telt bij het aantrekken van eerstejaars. “Voor heel goed geïnformeerde studenten is dat misschien een belangrijke overweging, voor de meesten waarschijnlijk niet. Maar het is gewoon vreselijk jammer dat dit soort beslissingen genomen moeten worden.”

In de nieuwe plannen blijft het Sterrenkunde-onderwijs in de bachelor gehandhaafd, maar moeten studenten voor een master naar een andere universiteit. Tijdens een hearing van de faculteitsraad maakte hoogleraar Bram Achterberg al duidelijk dat de sterrenkundigen zelf weinig fiducie hebben in deugdelijk onderwijs in de bachelorfase. “Good luck with that”, was de cynische boodschap aan het faculteitsbestuur.

Ook Einarsen betwijfelt of goed bachelonderwijs mogelijk is als de sterrenkundigen zelf niet meer in Utrecht zitten, maar hij geeft het faculteitsbestuur nog het voordeel van de twijfel. “Ik vind dat de decaan tot nu toe de zaken netjes aanpakt. Het zou mooi zijn als de faculteit snel laat weten hoe ze dit wil gaan doen.”

Niet rooskleurig
Buiten Sterrenkunde en de biologiegroepen worden nog enkele andere groepen geraakt door de profileringskeuzes van de faculteit. Ook deze hebben vaak een grote input in het onderwijs. Hoogleraar Wim Turkenburg stuurde onlangs nog een overzicht van de omvangrijke onderwijsactiviteiten van zijn groep Natuurwetenschap & Samenleving naar het faculteitsbestuur en het departementsbestuur Scheikunde. In die inventarisatie toont Turkenburg bovendien aan dat het onderwijs van de groep veel studenten aanspreekt. Zo moeten bij de toelating voor de master Energy Sciences elk jaar studenten worden teleurgesteld.

Studentlid van de faculteitsraad van Bètawetenschappen Sven Teurlincx hoopt dat de raad de vinger aan de pols kan houden waar het gaat om de ontwikkelingen in het onderwijs. “Het behoud van de breedte en de aantrekkelijkheid van de opleidingen staat voorop, bij Natuurkunde net zo goed als bij Biologie. Dat er gesneden moet worden in het onderzoek dat snappen we, maar we willen weten van het faculteitsbestuur of alle gevolgen van de gemaakte keuzes voor het onderwijs zijn meegewogen. Dan gaat het in de eerste plaats natuurlijk om de vraag of je de kwaliteit overeind kunt houden, maar ook om de vraag of je kunt garanderen dat de instroom op peil blijft. En als je zegt dat het bacheloronderwijs in de gedragsbiologie en de sterrenkunde behouden blijft, bijvoorbeeld door de inhuur van externe docenten, dan moet daar ook structureel geld voor zijn. Het financiële plaatje van de faculteit is natuurlijk niet heel rooskleurig.”

Teurlincx vraagt speciale aandacht voor de practica van studenten. Volgens hem lopen een aantal opleidingen op dit moment tegen een kritische ondergrens aan. De onderwijsbezuiniging die voor Scheikunde is ingeboekt waarbij een flink deel van het ondersteunend practicumpersoneel moet wijken, kan volgens hem niet zonder gevolgen blijven voor het onderwijs. “Practica zijn duur: je hebt een lab nodig en er moet altijd begeleiding zijn. Maar het is essentieel in de opleiding. Ik geef toe: zoveel practica als tien jaar geleden is misschien niet nodig, maar veel minder dan nu is ook niet wenselijk.”

Karige informatie
De geïnterviewde studenten erkennen dat de meeste studenten zo vlak voor de zomer meer bezig zijn met het halen van tentamens en hun vakantieplannen dan met een mogelijke ontkleding van het toekomstig onderwijs. Veel studenten zullen er waarschijnlijk ook helemaal niet van wakker gaan liggen. 

Hoewel het sterrenkundewereldje zo klein is dat de meeste masterstudenten hun weg naar de vaak begeerde promotieplaats wel zullen weten te vinden, ziet Einarsen dat bij die groep de meeste vragen leven. “Wat gebeurt er met mijn mastervakken als de hoogleraar straks is vertrokken of met het onderzoeksgebied waar ik interesse in had? En kan ik nog wel een onderzoeksstage lopen in Utrecht?” Teurlincx: “Die studenten moeten gewoon netjes hun opleiding kunnen afmaken. Er moeten daarom goede regelingen komen.”

Alle geïnterviewden zijn tenslotte ook van mening dat de informatievoorziening over de maatregelen naar studenten misschien op dit moment noodgedwongen zeer karig is, maar op korte termijn toch echt moet verbeteren. Besseling: “We begrijpen natuurlijk dat de belangstelling nu even uitgaat naar de getroffen groepen en medewerkers en wij beseffen dat de faculteit weinig anders kon dan harde maatregelen te nemen, maar de kwaliteit van het onderwijs is ook in het geding. En daar is nu veel onduidelijkheid over.” Jaap Kooiman: “Misschien heel bot gesteld: maar is mijn Utrechtse diploma over een aantal jaar nog net zoveel waard?”

   

‘We hopen de keuzemogelijkheden van studenten te vergroten’

Vice-decaan Onderwijs van de Bètafaculteit Rens Voesenek is ervan overtuigd dat zijn bètafaculteit met ‘flexibele’ opleidingen het Utrechtse bacheloronderwijs aantrekkelijk kan houden voor studenten. Op korte termijn werkt hij aan ‘maatwerk’ voor masterstudenten en promovendi die in de problemen dreigen te komen door een mogelijk vertrek van een onderzoeksgroep.

Gedragsbiologie weg, Sterrenkunde weg. Sommige studenten schrikken daar een beetje van ….
“We kunnen ons helaas niet veroorloven om alles in de lucht houden. Daarom hebben we onderzocht wat tot onze kern behoort en wat misschien wel heel mooi is, maar niet werkelijk noodzakelijk. Dat laatste moet je dan laten vallen. Maar zowel Sterrenkunde als Gedragsbiologie blijft behouden voor het bacheloronderwijs, ze hebben gewoon een plek in het curriculum. En over palaeo-ecologie vinden gesprekken plaats. Misschien wordt dat elders in de universiteit ondergebracht. Dat opent ook weer perspectieven voor studenten die daar interesse in hebben.”

Onderwijs zonder onderzoek? Veel medewerkers en studenten geloven niet dat dat lang houdbaar is …
“Voor mij is dat de consequentie van Veerman. Universiteiten kiezen voor een bepaald profiel. Ze kunnen niet langer alle onderzoeksgebieden in eigen huis hebben. De middelen zijn daarvoor niet toereikend. Het onderwijs dat je echt noodzakelijk vindt, huur je vervolgens in of regel je op een andere manier. De Universiteit Utrecht loopt –misschien gedwongen door omstandigheden- nu even voorop in dat proces.”

Er zijn dus geen gevolgen voor de keuzevrijheid van studenten?
“Op de langere termijn hopen we het aantal keuzemogelijkheden zelfs te vergroten. We willen terugkeren naar de uitgangspunten van het Utrechtse bama-model waarbinnen studenten grote vrijheid krijgen om hun bachelor zelf in te richten. Daarmee bedien je de studenten die vanaf het begin al precies weten welke disciplinaire invulling ze aan hun studie willen geven, maar ook studenten die dat nog helemaal niet zo goed weten. Dat heeft ondermeer als voordeel dat studenten eenvoudig kunnen overstappen van de ene studie naar de andere.”

Dat noemen we toch een ‘brede bachelor’?
‘Wij spreken liever van een ‘flexibele’ bachelor. Het is niet de bedoeling een brei van inleidende vakken aan te bieden. De discipline moet ook werkelijk de ruimte krijgen. Een commissie kijkt op dit moment hoe dat het beste kan.”

Sommige studenten vrezen ook dat de dure practica in het gedrang komen …
“Opleidingen als Farmacie, Scheikunde en Biologie kun je eenvoudigweg niet afronden zonder dat je voldoende praktische vorming hebt gehad. Het is dan ook absoluut niet de bedoeling om daarmee te stoppen. De bezuinigingsopdracht aan Scheikunde heeft dat ook allerminst als doel. Daar is het vooral zaak om te onderzoeken of het geven en begeleiden van de practica werkelijk een eigen organisatie vereist. Bij andere opleidingen worden de practica door de leerstoelgroepen zelf geregeld.”

Vanuit de faculteitsraad kwam de suggestie om de ondersteuning van de practica facultair te bundelen. Is dat een idee?
“Het is een interessante gedachte, maar we hebben dat nog niet serieus onderzocht.”

Wat gaat u doen voor masterstudenten en promovendi die straks misschien hun begeleider zien vertrekken?
“Dat is een kwestie van maatwerk. Wij zijn ervoor verantwoordelijk dat iedereen zijn opleiding of promotie fatsoenlijk kan afmaken. Als dat niet in Utrecht kan, dan faciliteren we dat het ergens anders kan. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken.”

U heeft de studenten nog niet ingelicht over alle consequenties voor het onderwijs …
“We hebben een voorlopig besluit genomen. Het is dus nog niet zeker of alles gaat zoals we het nu op papier hebben staan. Het is bovendien niet zo handig om in een zomerperiode studenten voor te lichten. Na de zomer volgen er gesprekken met alle departementshoofden en voorzitters van de graduate schools. Dan zullen er concrete afspraken worden gemaakt, ook over het onderwijs. Die zullen dan ook worden gecommuniceerd. Ik verwacht dat er dan voor iedereen meer duidelijkheid is.”

  
Facebook Twitter Whatsapp Mail