Jonge biologen op avontuur in Kameroense jungle

Body: 

Vijf weken ondergedoken tussen de woudreuzen. Slapen in een hutje tussen de ‘locals’ – weliswaar in een dorp, maar zonder gas,  licht en water. Bellen en internetten kon alleen na anderhalf uur rijden over ‘een ongeasfalteerde stuiterbaan’. Drie Utrechtse en twee Kameroense biologen werkten mee aan een wereldwijd onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op de groeisnelheid van tropische bomen.

Vijf weken ondergedoken tussen de woudreuzen. Slapen in een hutje tussen de ‘locals’ – weliswaar in een dorp, maar zonder gas,  licht en water. Bellen en internetten kon alleen na anderhalf uur rijden over ‘een ongeasfalteerde stuiterbaan’. Drie Utrechtse en twee Kameroense biologen werkten mee aan een wereldwijd onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op de groeisnelheid van tropische bomen.

“Douchen en kleren wassen deden we in de rivier. Om te drinken filterden we rivierwater en voor ’s avonds hadden we een olielamp. Soms werd er voor ons gekookt en dan aten we wat de pot schaft: rijst met een vissenkop, stekelvarken of hagedis.” Voor aio Peter Groenendijk, de bevlogen bioloog die al vaker in de tropen onderzoek had gedaan,  was het gesneden koek. Voor de Utrechtse studenten Wouter Berendsen en Fintan Kelly, en zelfs voor de twee Kameroense studenten William en Guy was het even wennen. ‘Op avontuur in Kameroen‘, zo zou je het kunnen noemen, want volgens Wouter bleef het tot op het moment van aankomst onduidelijk hoe primitief ze moesten leven.De vriendelijke dorpsbewoners en de voertaal Engels zorgden ervoor dat ze zich snel op hun gemak voelden. De van oorsprong Ierse Fintan vertelt dat de mensen erg geïnteresseerd waren in ‘the white men’. “De chief en pastoor nodigden ons vaak uit en dan kwam er palmwijn op tafel. We kregen zelf ook een voorraadje, natuurlijk bedoeld om ze uit te nodigen. Er is wijn genoeg, want ze tappen het als gegist sap uit olie- en raffiapalmen.”

Vlammenwerper

De biologen waren 3 maanden in Kameroen voor het promotieonderzoek van Peter Groenendijk. Hij kreeg daarbij de ondersteuning van vier studenten, twee van de Universiteit Utrecht, twee van de Kameroense University of Dschang.  Ze verzamelden 255 houtstaven en 22 houtschijven om jaarringen te analyseren. De schijven kregen ze van de plaatselijke houtkappers. De staven boorden ze zelf uit de bomen. Wouter: “De houtboor, een soort appelboor met handvaten, draaiden we soms met z’n tweeën erin. Vier vijfde van de boren knapte. Kun je nagaan, hoe hard die bomen zijn. Soms werden we verrast doordat er water of gas uit de boor spoot.Het water is regenwater dat in de boom is gesijpeld en het gas is methaangas dat ontstaat door rotting, wat je niet altijd ziet aan de buitenkant.” Met een vuurtje maakten ze van de boor een vlammenwerper.

Waterstress

Peter: “Er zijn aanwijzingen dat bomen sneller groeien wanneer er meer CO2 in de atmosfeer is. Ze nemen meer CO2 op via de bladeren en slaan dat op in het hout. We zijn nu druk bezig om jaarringen te analyseren. Ik kijk in Kameroen vooral naar de lange termijn verandering in de groei, of bomen reageren op CO2 en klimaatsveranderingen. In Thailand kijkt een andere aio naar de hoeveelheid groeispurten om te bepalen of de bosdynamiek is toegenomen. Er zijn aanwijzingen dat door snellere groei, bomen minder lang leven – hardlopers zijn doodlopers. In Bolivia onderzoekt weer een ander jaarringen op waterstress. Daar kunnen tropische bomen ook last van hebben. Als er te weinig water is, houden de bladeren hun huidmondjes zoveel mogelijk dicht om geen onnodig water te verliezen. Maar er zijn ook aanwijzingen dat bomen bij meer CO2 hun huidmondjes langer kunnen dichthouden en daardoor efficiënter omgaan met water. We kijken dus of er op termijn groei- en dynamiekverandering is en of dat komt doordat bomen beter omgaan met water door het hogere CO2-gehalte. Er zijn zelfs aanwijzingen dat een volgroeid bos door het verhoogde CO2 in de lucht nog meer groeit en meer CO2 opslaat. Dus als je bossen laat staan, heb je een lange termijn CO2-opslag, en dat willen we graag zeker weten.”

Peter vertrok maart 2010 al naar Kameroen om te zoeken naar een geschikt bos waar bomen met jaarringen worden gekapt en waarvan het hout niet te hard is om te boren. “In Yaoundé, de hoofdstad, heb ik contact gezocht met houtkappers. Toevallig ontmoette ik kappers van het Nederlandse bedrijf Reef Hout. Ik kon gelukkig de week erop met ze mee en heb in twee bossen monsters genomen om te kijken welke bomen geschikt zijn voor mijn onderzoek. Als ze ringen produceerden, keek ik of het wel jaarringen waren. Want dat is in Kameroen anders dan in Nederland, vanwege het klimaat. Ik heb gekozen voor een productiebos van 60.000 hectare bij het dorpje Abat in west Kameroen, ver van de bewoonde wereld. Het is bijna acht uur rijden van Dschang, waar ik een appartement heb gehuurd.”

Overigens gebruikt Wouter de onderzoeksgegevens ook om te kijken of de kapcyclus haalbaar is. “Het houtkapbedrijf heeft het bos verdeeld in 30 percelen en ik onderzoek of de keuze om ieder perceel eens in de 30 jaar te kappen reëel is, of er dan evenveel hout te halen is. Ik wil met de groeipatronen een simulatiemodel maken voor de houtkap en verbeterpunten aangeven.”

Ongeorganiseerd

Insiders beweren dat Kameroen een ongeorganiseerd land is, wat de biologen volmondig beamen. “Kameroen is geen gemakkelijk land, maar als je weet hoe je er moet dealen, kom je een heel eind. Zelfs op de prijzen van de hotelkamers kun je afdingen!” Wil je leren onderhandelen? Ga dan te rade bij Wouter, Peter of Fintan.

“En het verkeer is erg chaotisch; ze rijden er vaak zonder rijbewijs. Daarom huur je alleen een auto met chauffeur. Bovendien wemelt het in de steden van de motortaxi’s die je voor 15 eurocent rondtoeren. Dikke kans dat je elkaar kwijtraakt en dat gebeurde ons meteen al de eerste dag!”

De Kameroeners zijn gastvrij en behulpzaam. Op de vraag wat ze het meest opviel, antwoordden de Utrechtse biologen: het wachten en uitvallen van elektriciteit en water. In de jungle namen ze een bad in de rivier, maar in de universiteitsstad Dschang, hun uitvalsbasis waarvan je toch meer verwacht, zaten ze regelmatig urenlang ‘zonder’. Over het ‘wachten’ vertelt Wouter: “Afrikanen hebben alle tijd. Het duurt vaak lang om iets te regelen, niet alleen door de hoeveelheid balies waar je langs moet, maar ook omdat ze veel discussiëren, ze halen er van alles bij.” Bewonderenswaardig hoe ze zich in zo’n niet-westers en niet-toeristisch land hebben gered!

 

 

 


Peter Groenendijk

ondernemend en bereisd

Leeftijd: 27 jaar

Geboren: Casa Branca, Brazilië (Peter woont in Nederland vanaf 1999)

Nationaliteit: Braziliaanse en Nederlandse

Studie: Biologie (Universiteit Utrecht; afgestudeerd: februari 2010)

Master: Environmental Sciences / track: Plantbiology

Promotie: Tropical Forests Climate Change (TROFOCLIM)

 

Fintan Kelly

voelt zich snel thuis, ook in Utrecht en Kameroen

Leeftijd: 24 jaar

Geboren: Galway, Ierland

Nationaliteit: Ierse

Studie: Bachelor Environmental Science (National University of Ireland, Galway; diploma: juni 2010)

Master: Environmental Biology / track: Ecology and Natural Resource Management (Universiteit Utrecht)

 

Wouter Berendsen

doorzetter en goed onderhandelaar

Leeftijd: 22 jaar

Geboren: Hengelo (Overijssel)

Nationaliteit: Nederlandse

Studie: Bachelor Biologie (Universiteit Utrecht; diploma: juni 2010)

Master: Environmental Biology / track: Ecology and Natural Resource Management

Facebook Twitter Whatsapp Mail