Schrijfster en Utrechtse eredoctor Hella Haasse overleden

Body: 

Uitgeverij Querido heeft vrijdag bekendgemaakt dat schrijfster Hella Haasse is overleden. Haasse kreeg in 1988 een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht. Geesteswetenschappendecaan Wiljan van den Akker was haar ere-promotor. Hij herinnert zich de “ontroerende blijheid” van Haasse tijdens de diesviering van 1988.

Uitgeverij Querido heeft vrijdag bekendgemaakt dat schrijfster Hella Haasse is overleden. Haasse kreeg in 1988 een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht. Geesteswetenschappendecaan Wiljan van den Akker was haar ere-promotor. Hij herinnert zich de “ontroerende blijheid” van Haasse tijdens de diesviering van 1988.

“Een groot schrijfster, maar lange tijd onderschat”, zo betitelt Wiljan van den Akker de schrijfster van vermaarde werken als Oeroeg en Heren van de Thee. Dat Haasse nooit in een adem werd genoemd met ‘de Grote Drie’, de romanciers Hermans, Reve en Mulisch, had volgens de decaan Geesteswetenschappen en hoogleraar Moderne Letterkunde te maken met het dédain van de literaire wereld tegenover historische werken. “Maar de laatste decennia zien we een enorme opleving van die belangstelling voor geschiedenis en de weergave daarvan in romans en biografieën. Daardoor werd ook de grote klasse van Haasse weer zichtbaar.”

Volgens Van den Akker was de benoeming van Hella Haasse in 1988 tot ere-doctor een uitgemaakte zaak. De voordracht geschiedde samen met hoogleraar Geschiedenis van de Middeleeuwen Van Winter. Vooral de wetenschappelijke werkwijze van Haasse werd aangedragen als motivatie voor haar uitverkiezing.

“Hella Haasse documenteerde zich enorm goed”, stelt Van den Akker. “Daarbij ging ze te werk als een historica: bronnen lezen en interpreteren. Andere auteurs fingeerden misschien niet-historische feiten als die beter in hun verhaallijn pasten, maar zij zou daar grote moeite mee hebben gehad.”

Tegen Ublad-journaliste Mieke Zijlmans, die in het voorjaar van 1988 afreisde naar de woning van Haasse in het Franse dorp Saint Witz even ten noorden van Parijs, zei de schrijfster daarover met de van haar bekende bescheidenheid: “Ik hoop dat men mij dit ere-doctoraat niet alleen verleent voor ijver en goed gedrag, maar dat men ook vindt dat mijn werk goed geschreven is.”

Zijlmans stelt in het artikel ook dat de universiteit in 1988 de wens had uitgesproken om een vrouw te eren; de overige twee ere-doctoren waren man. Van den Akker kan zich daar echter niets meer van herinneren. De schrijfster zelf reageerde nuchter op de vraag van de Ublad-verslaggeefster naar het ‘vrouwen-argument’. “Het is aangenaam als vrouw hulde te ontvangen voor de inventiviteit, waarvan altijd gezegd wordt dat het onze sterke kant niet is.”

Van de diesviering van 1988 staat Van den Akker vooral de “ontroerende blijheid” van zijn ere-doctor bij. “Haar gezicht straalde. Ze was oprecht blij en verrast dat haar iets ten deel was gevallen waarvan ze nooit had gedacht dat ze er aanspraak op zou maken. Het ere-doctoraat complementeerde iets, zei ze. Elke ijdelheid was haar vreemd, maar misschien gaf dit enige genoegdoening na jaren tegen de stroom inzwemmen.”

(Op de foto van oud-Ublad-fotograaf Maarten Hartman: Hella Haasse krijgt voorafgaand aan de diesviering in 1988 te horen hoe de ceremonie zal verlopen)

Facebook Twitter Whatsapp Mail