Universiteitsbladen: vechten voor onafhankelijkheid

Body: 

Relletjes over de onafhankelijkheid van universitaire bladen in Wageningen, Leiden, Amsterdam, Utrecht en recent ook in Nijmegen. Hoe is het gesteld met de onafhankelijkheid van de universitaire pers in ons land?

Relletjes over de onafhankelijkheid van universitaire bladen in Wageningen, Leiden, Amsterdam, Utrecht en recent ook in Nijmegen. Hoe is het gesteld met de onafhankelijkheid van de universitaire pers in ons land?

In november 2008 werd Vox Magazine, het universiteitsblad van de Radboud Universiteit Nijmegen, op last van het College van Bestuur (CvB) van de universiteit verwijderd, omdat er een snuivende student op de cover stond. De foto zou wel eens verkeerde associaties kunnen opwekken bij bezoekers van de voorlichtingsdag die middag. De beslissing werd na twee dagen teruggedraaid.

Ook bij de VU vond het CvB het in het verleden nodig hardhandig in te grijpen in de keuzes van haar universiteitsblad. In 2002 werd een interview uit Ad Valvas geweerd onder druk van het college. Het betreffende interview met Anton Wessels, tot 2002 hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de VU, was in ruzie geëindigd en Wessels dreigde niet op te komen dagen bij de dies natalis van de VU als het interview zou worden gepubliceerd. Het CvB koos de kant van Wessels.

Het is een kleine greep uit de vele incidenten die de universitaire pers kent. Incidenten die raken aan de kern van redactionele onafhankelijkheid: zonder vooraf overleg en op eigen verantwoordelijkheid kunnen publiceren, met inachtneming van de journalistieke mores van betrouwbaarheid en deskundigheid. Universiteitsbesturen proberen steeds meer grip te krijgen op de inhoud van universiteitsbladen, vooral op wat de bladen over de eigen universiteit schrijven. De communicatieafdelingen dijen uit, de bladen proberen manhaftig hun onafhankelijkheid te bewaren.

Het meest recent zijn de conflicten in Utrecht en in Nijmegen. Nadat vorig najaar de Utrechtse protesten om de papieren versie van het U-blad te behouden niet mochten baten, is onlangs in Nijmegen commotie ontstaan over de toekomst van Vox Magazine. De bladen, dertien in totaal, worden betaald door de universiteiten en zijn daarmee feitelijk bedrijfsbladen. Hoe onafhankelijk is de universitaire pers eigenlijk? En op welke manieren kan redactionele onafhankelijkheid worden gewaarborgd?

Imago

Volgens Jo Bardoel, hoogleraar journalistiek en media aan de Radboud Universiteit Nijmegen en ook verbonden aan de UvA, lopen er drie discussies door elkaar heen. "Universiteiten moeten steeds meer concurreren om studenten te trekken," legt Bardoel uit. "Een goed imago is daarom van groot belang. Daar ontstaan conflicten over en dan heeft de universiteit snel de neiging eigen media tot his masters voice te maken."

Volgens Bardoel is de eerste vraag hoe een blad zich tot de universiteit verhoudt. Die discussie speelt nu in Nijmegen. Daar heeft het CvB besloten dat Vox nog maar eens per twee weken verschijnt en dat de website onderdeel wordt van de afdeling communicatie. De redactieraad stapte al op en de protesten duren voort, maar uiteindelijk trekt het CvB aan het langste eind.

"Dan zijn er technologische ontwikkelingen," vervolgt Bardoel, "die de vraag oproepen of print nog wel geschikt is of dat alles nu ook digitaal kan." Dat is wat is gebeurd in Utrecht, waar het papieren blad heeft moeten wijken voor een, overigens strikt onafhankelijk, digitaal platform. "Tot slot zijn er financiële problemen van universiteiten. Als er bezuinigd moet worden, dan is er grote kans dat bladen een van de eerste slachtoffers zijn waarin flink gesneden zal worden."

Wie betaalt, bepaalt

Ad van Liempt, journalist en aanstaand eredoctor aan de UvA, benadrukt dat universiteitsbladen zich moeten realiseren dat ze in feite bedrijfsbladen zijn. "De bladen worden betaald door de universiteiten en wie betaalt, bepaalt." De spanning die ontstaat tussen de wil van het CvB en de wil van de redactie, is inherent aan het werken voor een universiteitsblad, meent ook Bardoel, al kan bedrijfsjournalistiek aan de universiteit volgens hem op twee manieren worden beschouwd.

"De universiteit kan vinden dat een blad moet passen binnen de corporate communicatiestrategie, wat betekent dat er niet kritisch over de eigen instelling geschreven mag worden. Universiteiten kunnen er ook voor kiezen wel onafhankelijkheid te verlenen, zeker omdat de universitaire wereld een open gemeenschap is waarin debat gestimuleerd wordt en kritische geesten worden opgeleid."

 

[streamer] ‘Als er negatieve verhalen verschijnen over de universiteit, dan betaalt de universiteit mee aan haar eigen imagoschade’

 

Dat laatste gebeurde in de jaren zestig en zeventig op grote schaal onder druk van sociale bewegingen die pleitten voor pluriformiteit en onafhankelijkheid. "Tot die tijd waren universiteitsbladen bij uitstek een mededelingenplatform van de universiteit," zegt Huub Wijfjes, bijzonder hoogleraar geschiedenis van radio en televisie aan de UvA. De roep om onafhankelijkheid ging samen met de roerige jaren zeventig waarin de ontzuiling zijn hoogtepunt bereikte en studenten de barricades op gingen om actie te voeren tegen bezuinigingen, minder autoritair onderwijs en meer pluriformiteit.

De afgelopen twintig jaar lijken universiteiten steeds meer terug te komen op de garantie van onafhankelijkheid, weet Wijfjes te vertellen. "Als er negatieve verhalen verschijnen over de universiteit, over bezuinigingen of frauduleus handelen; dan betaalt de universiteit mee aan haar eigen imagoschade. En dat terwijl beeldvorming in deze tijd juist steeds belangrijker wordt."

Redactiestatuten

De voorbehouden die universiteiten graag maken, zijn terug te vinden in de redactiestatuten van de verschillende bladen. Een redactiestatuut, een document met daarin de beginselen over doelstelling, machtsverhoudingen en uitgangspunten van een medium, is in feite een beschermingsconstructie voor bladen om een zekere mate van journalistieke onafhankelijkheid te genieten, maar het kan ook de verwevenheid met de afdeling communicatie illustreren.

Zo is in de statuten van Resource (Wageningen) en Delta (TU Delft) te lezen ‘dat de redactie zich beseft dat de journalistieke onafhankelijkheid niet los gezien kan worden van het belang van de universiteit als geheel.’ Het statuut van Resource maakt het zelfs nog explicieter: ‘Het uitgeven van het medium Resource is een onderdeel van de communicatiestrategie van Wageningen UR.’

DUB

Ter vergelijking: in de statuten van het UT Nieuws van de Universiteit Twente wordt redactionele onafhankelijkheid wel gewaarborgd. ‘Vergaring, selectie en presentatie van nieuws geschiedt onafhankelijk van de mening van universitaire bestuursorganen en andere groepen of personen. De redactie treedt niet op als spreekbuis van enigerlei orgaan of groep.’

Een redactiestatuut voor DUB is nog in de maak. In afwachting daarvan wordt het statuut van het Ublad gehanteerd met daarin het uitgangspunt dat 'het bevorderen van de interne communicatie en het (academisch) debat' wordt bereikt 'op onafhankelijke wijze, volgens de gebruikelijke journalistieke normen'.

In een bijlage wordt uitgelegd dat 'journalistieke onafhankelijkheid impliceert dat de redactie vrij is in haar onderwerpkeuze en de manier waarop zij haar informatie verzamelt en die vertaalt in het blad'. Wel is het de taak van de redactie om de verschillende belangen evenwichtig over het voetlicht te brengen. Het is niet haar primaire taak om in eventuele belangentegenstellingen zelf positie in te nemen, aldus het statuut.

Stichting

De bladen van de universiteiten van Groningen, Maastricht en Amsterdam, respectievelijk UK, Observant en Folia, hebben een tweede beschermingsconstructie om onafhankelijk van de CvB’s te opereren. Bij deze drie bladen zit er een stichting tussen het geld dat de universiteit betaalt om een blad te maken en de redactie.

Maar de praktijk blijft een grijs gebied, want zowel aan deze buffer, als aan de afspraken in een redactiestatuut, is in de praktijk op allerlei mogelijke manieren te ontkomen. En daarin schuilt het echte gevaar. Wijfjes: "Een onafhankelijke positie komt in de praktijk neer op de persoonlijke kwaliteiten van de hoofdredacteur. Hij of zij moet bereid zijn het journalistieke belang te bevechten met het CvB.

 

[streamer] ‘Welke hoofdredacteur laat zich tegenwoordig nog ontslaan om zo’n principieel punt als journalistieke onafhankelijkheid?’

 

Vaak wordt kritiek subtiel verpakt en doet iemand van de afdeling voorlichting een dringend beroep op de redactie of hoofdredacteur om iets niet te plaatsen of aan te passen. Er wordt ook veel aan zelfcensuur gedaan. Welke hoofdredacteur laat zich tegenwoordig nog ontslaan om zo’n principieel punt als journalistieke onafhankelijkheid?"

Marketingstrategie

Het lijkt er kortom op dat de strijd om echte onafhankelijkheid een voortdurende strijd zal zijn, inherent aan de positie die universiteitsbladen hebben; betaald door de universiteit. Ook moeten studenten, onderzoekers en alle medewerkers van de universiteit ervan doordrongen zijn dat een onafhankelijk blad ook hen ten goede komt. Wijfjes: "Ik geef les aan de master journalistiek in Groningen en daar zie ik dat studenten in eerste instantie geneigd zijn mee te denken in het belang van de universiteit. Die vinden het heel normaal dat de universiteit met een eigen glossy komt."

Toch is het niet alleen maar pessimisme. Bardoel: "Wat nu bij veel bladen gebeurt, is een gevolg van de tijdgeest. Dat kun je ook positief bekijken, want dat betekent dat het in de toekomst ook weer ten goede kan keren."

 

Nog meer incidenten:

In 2003 werd columnist Louis Boon van Observant, het blad van de Universiteit Maastricht, op last van rector Arie Nieuwenhuijzen Kruseman de laan uit gestuurd. Boon, die op dat moment werd benoemd tot decaan van het University College Maastricht, zou in zijn columns te fel zijn geweest over het disfunctioneren van het ICT-servicecentrum met krachttermen als ‘Sovjet-bureacratie’ en ‘elektronisch Tsjernobyl’ (ter duiding van de pogingen om een computerprogramma te actualiseren). Nieuwenhuijzen Kruseman had Boon al eerder op de vingers getikt toen hij uithaalde naar de omstreden plannen tot invoering van de chipknip.

In 2007 besloot het CvB van de Universiteit Leiden dat Mare nog maar eens in de twee weken zou mogen verschijnen (in plaats van wekelijks) en dat de krant geen nieuws meer zou mogen brengen. De nieuwsfunctie zou worden overgenomen door een nieuwsbrief van de universiteit zelf. Dat zou hetzelfde zijn als dat nieuws in NRC Handelsblad gemaakt zou worden door voorlichters van politici en overheid. Een grootschalig protest in Leiden verhinderde de plannen van het CvB en Mare verschijnt nog steeds wekelijks en volgt met een kritische blik het nieuws.

In 2009 ontstond er bij VU-blad Ad Valvas commotie over een tweet. Na een bijeenkomst over diversiteit twitterde de redactie een citaat van collegevoorzitter René Smit waarin hij zei dat de VU moest oppassen voor het imago van zwarte universiteit. Vanwege de geringe lengte van een tweet, paste alleen het citaat zonder context. Het gevolg was dat landelijke media erbovenop doken, zonder de context van de uitspraak – namelijk dat de VU diversiteit stimuleert, maar dat vooral de beeldvorming nogal eens scheef kan groeien – daarbij te vermelden. Heftige discussie tussen het CvB en de redactie volgde. Dat had geen formele inperkingen tot gevolg, maar wel een interne afspraak dat gevoelige uitspraken niet meer zonder context worden getwitterd.

Floor Boon (Folia)

Facebook Twitter Whatsapp Mail