Visitatie geneeskunde: waardering voor opleiding, kritiek op organisatie

Body: 

Onder de indruk van de kwaliteit van de Utrechtse opleiding, maar bezorgd over de geringe beschikbaarheid van docenten. Dat was kort samengevat het voorlopig oordeel van de visitatiecommissie die de Utrechtse faculteit Geneeskunde deze week bezocht. Decaan Miedema moet zich veel intensiever met het onderwijs gaan bemoeien, vond voorzitter Harry Hillen van de commissie.

Onder de indruk van de kwaliteit van de Utrechtse opleiding, maar bezorgd over de geringe beschikbaarheid van docenten. Dat was kort samengevat het voorlopig oordeel van de visitatiecommissie die de Utrechtse faculteit Geneeskunde deze week bezocht. Decaan Miedema moet zich veel intensiever met het onderwijs gaan bemoeien, vond voorzitter Harry Hillen van de commissie.

De oud-decaan van de Maastrichtse faculteit Geneeskunde en Gezonheidswetenschappen nam er donderdag ruim de tijd voor. In een dik veertig minuten durend, maar geen moment saai college nam hij zijn gehoor mee langs de toppen en de dalen van de twee Utrechtse opleidingen tot arts/onderzoeker, de zesjarige reguliere opleiding en SUMMA, de vierjarige master voor studenten met een biomedische of lifescience bachelor.

Vooroordeel

Hillen begon zijn verhaal met een fiks aantal complimenten. Vooral SUMMA kreeg waardering. “Wij hebben met verbazing en jaloezie naar deze opleiding gekeken. Wij kwamen hier met het vooroordeel dat SUMMA uitstekende wetenschappers zou afleveren, maar slechts halve dokters. Dat vooroordeel zijn we helemaal kwijt.”

De commissie was met name enthousiast over de co-schappen voor SUMMA-studenten in Apeldoorn. Maar ook de vroege co-schappen in de reguliere zesjarige opleiding kregen een pluim, net als de blokken medical humanities, waarin studenten leren zich een oordeel te vormen over maatschappelijke en ethische kwesties in en rond de geneeskunde. “Dit zijn blokken die u zorgvuldig moet koesteren.”

Lof was er eveneens voor het wetenschappelijk niveau van de opleiding. Met ontzag sprak Hillen over de 61 studenten die de afgelopen jaren een wetenschappelijk artikel in een peer-reviewed tijdschrift hadden gepubliceerd. Het was de commissie trouwens niet ontgaan dat ook de studenten zelf hun opleiding waarderen. “Als u reclame wilt maken, hoeft u alleen maar uw studenten op pad te sturen. Het kostte ons grote moeite om een kritische opmerking uit hen te krijgen.”

Uitgesproken kritisch

Dat dat de commissie toch gelukt was, lag vooral aan de grote moeite die de faculteit nu al jaren heeft om artsen voor de collegezaal te krijgen. “U slaagt er nu al drie jaar niet in om voldoende gemotiveerde docenten uit de klinische divisies (de ziekenhuisdivisies, dit in tegenstelling tot de pure onderzoeksdivisies, EH) te krijgen”, begon Hillen het tweede deel van zijn betoog. “Hier zijn uw studenten uitgesproken kritisch over.”

Uit beleidsstukken had de commissie afgeleid dat dit probleem voor de faculteit wel eens mede aanleiding zou kunnen vormen om af te stappen van het huidige kleinschalige onderwijs. “Wij bespeuren het risico dat u uw toevlucht weer meer gaat zoeken in grootschalige colleges. Doet u dat vooral niet. Dat is echt de klok terug zetten.”

Hillen riep de leiding van de faculteit en met name decaan Miedema op om actie te ondernemen. Hij vond sowieso dat de decaan in het Utrechtse organisatiemodel op veel te grote afstand van het onderwijs staat. “De decaan zou als eigenaar van de opleiding veel intensiever met de onderwijsorganisatie en met de opleidingscommissie moeten overleggen dan hier in Utrecht gebeurt.”

28 miljoen

Ten aanzien van het ‘weerbarstige probleem’ van de inzet van docenten kwam de commissie met de aanbeveling om het beschikbare geld voor onderwijs, rond 28 miljoen euro, explicieter aan onderwijsactiviteiten toe te wijzen. “Op dit moment zit het verstopt in de divisies en is onduidelijk wat ermee gebeurt. Waarom geeft u dat geld niet aan het onderwijsinstituut, zoals in andere universiteiten gebeurt? Dat kan dan onderwijs bij de divisies inkopen, zodat die alleen beloond worden als ze ook werkelijk onderwijs leveren.”

Een laatste kanttekening zette de commissie bij de manier waarop studenten worden beoordeeld op hun professionele gedrag als arts. De faculteit heeft een goed systeem om dat kort voor het eind van de studie te bekijken, maar in eerdere jaren wordt er wel erg weinig aandacht aan besteed. Ook het onvoorbereid naar werkgroepen komen is wat Hillen betreft voor arten-in-spe niet acceptabel. “Hiervoor dient meer aandacht te komen, onder meer door een veel kritischer gebruik van het portfolio.”

De stevige kritiek ten spijt maakte de commissievoorzitter de zaal aan het eind van zijn verhaal duidelijk dat men zich in Utrecht geen zorgen hoeft te maken. “Ik moet voorzichtig zijn met al te stellige uitspraken, want ons rapport verschijnt pas in het najaar, maar wat ons betreft zal uw heraccreditatie niet in gevaar komen.”

EH

Facebook Twitter Whatsapp Mail