Zijlstra: ik kies de Raad van Toezicht

Body: 

Staatssecretaris Zijlstra stelt dat hij verantwoordelijk is voor benoemingen in raden van toezicht. Maar volgens hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens past de bewindsman terughoudendheid.

Staatssecretaris Zijlstra stelt dat hij verantwoordelijk is voor benoemingen in raden van toezicht. Maar volgens hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens past de bewindsman terughoudendheid.

Zijlstra betreurt het vertrek van Rien Meijerink als voorzitter van de raad van toezicht van de Universiteit Utrecht. Deze stapte op uit onvrede over de bemoeienis van de staatssecretaris met de benoeming van een nieuw raadslid. Meijerink had drie kandidaten voorgedragen als raadslid. Maar de staatssecretaris zou daarvan zijn afgeweken en zijn partijgenoot Jan van Zanen hebben benoemd.

Zijlstra laat via zijn woordvoerder weten dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt bij benoemingen in raden van toezicht. Hij wordt tenslotte ook politiek aangesproken op hun functioneren. De staatssecretaris erkent dat zijn voorgangers een andere houding hadden. “Er was een praktijk ontstaan waarin een voordracht bijna automatisch leidde tot een benoeming, zonder dat de verantwoordelijke bewindspersoon er nog invloed op had.”

Zijlstra wil dat anders doen, mede door de problemen bij de Hogeschool Inholland die vorig jaar aan het licht kwamen. Hij heeft de toezichtsraden van de koerswijziging op de hoogte gesteld, zegt zijn woordvoerder.

Intern toezicht
De Tilburgse hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens beaamt dat Zijlstra de leden van de raad van toezicht van openbare universiteiten zelf benoemt. Wel wijst hij erop dat bijzondere hogeronderwijsinstellingen – vrijwel alle hogescholen en drie universiteiten – sinds 2010 zelf hun toezichtsraden benoemen. Hij signaleert bovendien “een groeiend draagvlak en besef in de onderwijssamenleving om intern toezicht primair als een zaak van de instellingen te zien”.

Volgens Zoontjens heeft Meijerink gelijk dat Zijlstra terughoudender zou moeten zijn. “Het zou goed zijn als hierover een politiek debat ontstaat en de regeling ten aanzien van de openbare universiteiten in lijn wordt gebracht met die voor de hogescholen en andere onderwijsinstellingen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail