Het IBB-complex. Foto DUB

Dag IBB!

Body: 

Een nieuwe opleiding, een nieuwe kamer. Er gaat wat veranderen in het leven van onze columnist Kees van de Sanden.

De
kat krabt tegen de deur. Ik grijp naar de klink. Het dier drukt snel zijn hoofd door de kleine deuropening die ik creëer. Met vier speciaalbierglazen en tien studieboeken in mijn armen stap ook ik door de opening. Sinds kort zit ook mijn ‘studententijd’ erop. De stapel dikke lesboeken die ik op mijn onderarmen draag, is een soort overblijfsel van de tijd toen ik nog vier keer per week in Otje stond te dansen. Zij waren er dan altijd voor me, om me ’s ochtends tijdens mijn werkcollege achter te verstoppen. Ik vraag me af of de auteurs ooit gedacht hebben dat hun boeken daarvoor zouden dienen.

Vandaag verhuis ik. Dat op zichzelf is al een mededeling die je niet veel hoort van jonge mensen in Utrecht. Een woning zoeken is nog nooit zo moeilijk geweest, of je nu wilt huren of kopen. Dit laatste zit er uiteraard niet in voor een student met een studieschuld van minimaal vijf cijfertjes. Ik vertrek naar een ander SSH-huis waar ik de huur wel van kan ophoesten. 

Terwijl ik de studieboeken in mijn gehuurde Greenwheelsauto leg, kijk ik nog een keer omhoog langs de gevel van mijn IBB-huis. ‘Een iconische plek’ is een understatement voor dit complex. Al sinds de oplevering is de IBB een gemeenschap van studenten waar alles kan en mag. Een tijd geleden sprak ik een man voor mijn deur. Deze lokale Utrechter kwam samen met zijn zoon even kijken waar hij had gewoond. Toen kon ook alles, dit was toen het gezelligste huis van de IBB. Ik knikte instemmend alsof ik wist hoe het er toen aan toe ging. Die gordijnen hingen er volgens mij toen ook al”, zei de inmiddels 40-jarige man daarna. 

De kat, die mijn huisgenoten naar mij vernoemd hebben toen ik in het buitenland verbleef, kijkt mij verwachtingsvol aan. Mijn naamgenoot zorgde in huis altijd voor rare situaties. Zo kreeg ik meermaals appjes in de huischat als: ‘Kees is in de woonkamer en hij is echt heel lief en aaibaar.’ Ook heb ik ooit een uitbundige huisgenoot horen roepen: ‘Kees is er! Wat leuk!’ om er vervolgens achter te komen dat het niet over mij ging. 

Met mijn verhuizing zit mijn studententijd er natuurlijk niet echt op. Als masterstudent kan je ook nog wel eens een feestje pakken of brak op komen dagen, maar dan toch eigenlijk vooral in de weekenden. De IBB ga ik zeker missen. De bakstenen laagbouw met de smerige tuintjes en het slechte asfalt; de Jumbo-medewerkers die ik elke dag mijn frikandelbroodje liet scannen; de zwembadjes die in de zomer als paddenstoelen uit de grond schoten, en de veel te harde muziek op een woensdagavond -  alles maakt deze plek iconisch. 

Ik gooi de achterklep van mijn Greenwheels dicht en stap in. Mijn weemoedige bui wordt benadrukt door de miezer die valt. Ik zet de auto in zijn één. Ik ga de IBB na vier jaar nu echt verlaten. Ik zie dat de kat een droog plekje in het halletje zoekt. Ik mag dan misschien wel vertrekken, maar er blijft toch nog een Kees op de IBB. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail