De architectonische wildernis van De Uithof

Body: 

Joris Graff volgt colleges in de binnenstad en in De Uithof en net als toen hij nog studeerde in Groningen voelt hij een verschil in esthetiek van de gebouwde omgeving tussen de alfa's en bèta's. Hebben niet alle mensen recht op schoonheid?

Vroeger, toen ik nog filosofie studeerde in Groningen, begaf ik me iedere dag naar een monumentaal pand dat in verschillende fasen was opgetrokken tussen 1300 en 1830. Om de ingang te bereiken moest je een bakstenen steeg door waar je de geesten van lang geleden overleden professoren om je heen voelde zweven. Wanneer je concentratie op was, kon je een wandeling maken door de straten van het centrum van Groningen, een plek waarvan de gezelligheid wereldwijd onovertroffen is.

Een paar keer per jaar begaf ik me naar het Zernikecomplex, een verzameling blokkendozen buiten de ring om Groningen die specifiek ontworpen leek te zijn om iedere historische betekenis of menselijke maat buiten te sluiten. Als ik daar een paar uur had doorgebracht, vroeg ik me verbijsterd af hoe de bèta’s in deze architectonische wildernis standhielden.

Inmiddels studeer ik kunstmatige intelligentie in Utrecht en is mijn naïeve overtuiging dat er geen lelijkere plek bestaat dan het Zernikecomplex aan duigen gevallen. De betonnen torens en omringende moddervelden van De Uithof ademen een post-apocalyptische atmosfeer waar zelfs de campus in Groningen niet tegenop kan. Wie het geluk heeft nooit of zelden op deze droefgeestige locatie te hoeven zijn raad ik aan het recent opgerichte @sad_uithof Instagramaccount eens te bekijken voor een goed overzicht. Om het nog erger te maken woonde ik tot voor kort in Overvecht, een wijk die door Maxim Februari accuraat werd omschreven als ‘van een gruwelijke lelijkheid’. Probeer in zo’n omgeving nog maar eens de creativiteit op te brengen om een interessant onderzoeksvoorstel te bedenken.

Wanneer we uitgaan van de redelijke veronderstelling dat je omgeving een significante invloed heeft op je stemming, zijn bèta-studenten en -wetenschappers in vrijwel heel Nederland slachtoffer van een stuitende onrechtvaardigheid. Natuurlijk snap ik dat er praktische overwegingen ten grondslag liggen aan deze situatie: geavanceerde apparatuur breng je makkelijker onder in een geïsoleerde betonnen toren dan in een zeventiende-eeuws stadspand. Maar dit is geen excuus voor de lelijkheid die bezoekers van De Uithof om de oren slaat. Ook moderne gebouwencomplexen kunnen een omgeving vormen waar je gedachten geprikkeld worden – zoek bijvoorbeeld eens op ‘South Campus Copenhagen’ op google images.

Maar in Nederland lijkt de overtuiging te bestaan, dat het gevoel van vormgeving bij bèta’s (en in de meeste steden tevens gamma’s) ofwel helemaal afwezig is, ofwel bestaat uit een kinderlijke esthetiek die ik zou willen bestempelen als ‘lego-brutalisme’. De betonnen massaliteit van een Buys Ballotgebouw, een Van Unniktoren of een Educatorium (zonder twijfel Rem Koolhaas’ minste werk) zijn op zich al erg genoeg. Maar nog liever dat dan de neonkleuren van een Casa Confetti. Op het Zernikecomplex is het gebouw voor iedere natuurwetenschappelijke opleiding opgetrokken in een enkele felle kleur die je wanhopig doet verlangen naar een zonnebril. Grijs of oogverblindend – een tussenweg lijkt er niet te zijn.

‘Schoonheid is een mensenrecht’ zei Maxim Februari in hetzelfde interview, verwijzend naar de deplorabele toestand van de inwoners van Overvecht. Ooit moet het tot de campusarchitecten van Nederland doordringen dat bèta’s, ondanks de schijn van het tegendeel, ook mensen zijn. In de tussentijd lijkt het me gerechtvaardigd publiekelijk verbetering te eisen. We hebben tenslotte allen baat bij een wetenschappelijke kaste waarvan de geesten niet door lelijkheid zijn lamgeslagen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail