De boot naar China (1)

Body: 

Hoogleraar Frans Verstraten, thans verbonden aan de Universiteit van Sydney, onderzoekt voor de Universiteit Utrecht wat de mogelijkheden zijn in de Azië-Pacific regio.

Hoogleraar Frans Verstraten, thans verbonden aan de Universiteit van Sydney, onderzoekt voor de Universiteit Utrecht wat de mogelijkheden zijn in de Azië-Pacific regio. Hij blogt mee. Vandaag deel 1: internationaal studeren.

Nog niet zo lang geleden bedoelden we met Chinezen vooral de Nederlandse Chinezen. Juist, die van de babi pangang. Onze kennis over deze groep was nagenoeg afwezig en de interactie bleef vaak beperkt tot ‘Ja’ op de vraag ‘Sambal bij?’ Over de Chinese Chinezen wisten we bijkans helemaal niets. Maar tijden zijn veranderd.

Het is bekend waarom zo veel landen nu met China in zee willen. ‘Wie geld heeft, heeft vrienden’. Maar dat is niet helemaal het verhaal; het zat het al langer in de lucht. Enige decennia geleden, toen China nog niet zo’n zwaargewicht op het economische front was en de in hun ogen opstandige provincie Taiwan Nederlandse Walrus-onderzeeërs wilde kopen, was politiek en zakelijk Nederland al behoorlijk nerveus over de reacties van de vasteland-Chinezen. En al lang voordat er zware delegaties uit het universitaire wereldje massaal op bezoek gingen bij Chinese universiteiten zond Teleac de taalcursus Ni Hao uit. Allemaal tekenen van een grotere rol voor China.

Er is veel te vertellen over China. Ik heb het geluk gehad dat ik tijdens mijn Harvardtijd midden jaren negentig van de vorige eeuw een appartement deelde met een Chinese wetenschapper. Veel boeiende verhalen over China hebben avonden gevuld.

Het is niet verwonderlijk dat in het midden van de vorige eeuw Chinezen vooral gericht waren op studeren in de toenmalige Sovjet-Unie. Dit met name op basis van programma’s en afspraken tussen de communistische regeringen. Maar dat programma stopte toen de landen gebrouilleerd raakten. Intussen waren de Chinezen en de Amerikanen in ieder geval aan het pingpongen geslagen en dat opende ook de deuren voor Chinese studenten om naar de VS te kijken.

In de jaren tachtig ging een flink aantal studenten van topscholen als Peking University, Tsinghua University, Fudan University en University of Science and Technology of China naar de VS. Een deel van deze zogenaamde eerste generatie bleef in de VS. Een aantal is nu zelfs full professor. Deze groep was uniek omdat ze naar het buitenland mochten op basis van hun schoolprestaties; het waren allemaal toppers.

De latere generaties waren meer divers in de zin dat het makkelijker was om naar het buitenland te gaan (zeker als de ouders poen hadden). Ze waren dan ook groter in aantal. Vooral begin tot midden jaren negentig was er een grote toeloop en nu nog is de VS een favoriete studieplek. Toch was ook dit een selectieve groep. Het was lange tijd niet makkelijk om een visum te krijgen als je geen Amerikaanse steun had in de vorm van een stipendium. Mede daarom was er ook een stroom richting Europa en Australië. Dat zijn dan met name de studenten op bachelorniveau, waarvan de ouders de hoge collegegelden kunnen betalen.

Ik ben momenteel verbonden aan de Universiteit van Sydney en hier is het een drukte van belang met Chinese en Aziatische studenten. Zij zijn hier een relevante economische factor en hier ligt zeker een opportunity voor Utrecht. In Nederland schreeuwt iedereen moord en brand als het collegegeld een procentje omhoog gaat, maar in Azië zien zie studiegeld als een investering in hun toekomst. Het antwoord op de vraag of ze bereid zijn om zoveel te betalen als hun Nederlandse studiegenoten voor veel minder collegegeld aanschuiven is kort: Ja! Hier betalen ze grof geld om een studie te kunnen volgen. Ook op het post-graduate niveau (Master of PhD) waar ze al gauw 20.000 dollars per jaar betalen, terwijl hun Australische peers vaak met beurzen van de overheid studeren.

Geld mag evenwel niet enkel de drijfveer zijn voor de universiteiten. In Australië zien ze de Aziatische student als een welkome en - door de structurele financiële inbedding - noodzakelijke bron van inkomsten. Het onderwijs heeft dan ook kenmerken van een lopende-band-productieproces. Er zijn navenant weinig cursussen en grote getallen studenten (zo hebben we in Sydney 2300 cursisten in de cursus Inleiding in de psychologie). Dat is ook niet aan de aandacht van de Chinezen ontsnapt en een Human Resources-persoon uit China vertelde me dat ze een voorkeur heeft voor mensen die in de VS zijn opgeleid. Daar is het onderwijs kennelijk wat kleinschaliger en dat komt de kwaliteit ten goede. Ik denk dat Europa en zeker Nederland dat ook (nog) heeft. Mooie manier om je daar mee te profileren en daarmee interessanter te worden voor de studenten. Waarbij aangetekend dat ook Australië bekend is met het bovenstaande probleem.

Een ander probleem is de vraag hoe je de potentiële studenten bereikt. Vaak doen studenten toch wat de eerdere groepen deden. Een strategie die zich al bewezen heeft, is om studenten naar bijvoorbeeld Nederland te halen en die – na terugkomst in China – in te zetten bij de voorlichting voor met name de post-graduate opleidingen. Zo is onze decaan in Sydney onlangs met een afvaardiging naar China geweest en werden er heel succesvolle voorlichtingsavonden georganiseerd, juist omdat de Chinese studenten die al in Sydney waren geweest in hun eigen taal hun eigen studiegenoten mochten voorlichten.

Iets waar we rekening mee moeten houden is dat Chinezen in hun opleiding graag in aanraking komen met bedrijfservaring of ervaring op de vloer. Het gebrek aan stageplaatsen in Nederland is al tijden een punt van frustratie en aandacht. Daar moet dus aan gewerkt worden.

Wordt vervolgd

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail