Een boekenkast voor (en na) het werk

Body: 

Het valt Hanneke Jansen op dat veel Geesteswetenschappers niet alleen een goed uitgeruste boekenkast op het werk hebben, maar ook thuis. Wanneer worden al deze boeken gelezen?, vraagt ze zich af.

Na een paar maandjes videobellen in Microsoft Teams gaan bepaalde dingen opvallen. Sommige collega’s kiezen een virtueel achtergrondje, anderen bellen altijd vanaf dezelfde plek, een aantal zwerft door hun huis en bellen dan eens vanaf hier, dan eens vanaf daar. Zo krijg je een kijkje in het leven van mensen. Geen ontkomen aan als het werk zo brutaal je dagelijkse omgeving inwalst.

Bij menig collega binnen Geesteswetenschappen nemen boekenkasten een prominente plaats in, heb ik inmiddels kunnen vaststellen. Grote, overvolle boekenkasten. Voornamelijk bij hoogleraren, universitair docenten maar ook bij een enkele ondersteuner heb ik ze gesignaleerd. Waar ik meestal al behoorlijk onder de indruk was van hun collectie op de universiteit, blijken velen van hen thuis nóg zo’n verzameling te hebben.  

Hoewel ik mijn werk met veel plezier doe, doen observaties zoals deze me weer even beseffen dat ik het échte wetenschaps-gen mis. Ik leef niet voor de academie en om vijf uur ’s middags gaat mijn laptop in de regel toch echt dicht. En dat is juist het moment dat de wetenschappers nog even een boek pakken. Dat moet tenminste wel. Want zo’n enorme hoeveelheid boeken krijg je simpelweg niet gelezen tussen 9 en 5. Zeker niet als je dan ook nog druk bent met het organiseren van online onderwijs om maar iets te noemen. Nee, deze boeken worden gelezen uit oprechte geestdrift vermoed ik.

Wat ik daarbij zorgelijk vind, is dat precies deze investering van eigen tijd - vrije tijd- voor sommige docenten vrijwel de enige mogelijkheid is om zich nog bezig te houden met wetenschappelijk onderzoek. Niet alleen het lezen van boeken, maar ook het schrijven van onderzoeksaanvragen of het opstellen van een abstract zijn activiteiten die verdreven worden naar de randen van de dag en de grenzen van de werkweek. En dat zou toch niet de bedoeling moeten zijn.

Ander voorbeeld: in onze faculteit was er onlangs wat discussie over een sabbatical. Mijn gedachten gingen gelijk naar een hangmat tussen twee palmbomen, een cocktail in de hand en vooral ook; naar een hele tijd lang, helemaal niets doen. Maar dat zag ik dus fout. Deze sabbatical was bedoeld om na een aantal jaren overwerk, nóg eens flink te kunnen werken. Aan onderzoek welteverstaan, omdat men daar in de reguliere (onderwijs)praktijk dus niet voldoende aan toe komt.

Ik ben bang dat een witte staking waarin alleen gewerkt wordt in de uren waarvoor je bent aangesteld daarom ook niet werkt aan de universiteit. Gelezen wordt er toch wel! Geschreven wordt er toch wel! En dat is ontzettend lovenswaardig, maar maakt ook kwetsbaar. Want als je werk zó verbonden is met je hele zijn, is het lastig om daar nog zakelijk in te staan. Dan is er bijna geen verschil meer tussen de boekenkasten op je werkkamer, en de boekenkasten thuis.  

Facebook Twitter Whatsapp Mail