Het OBP, daar pronken we niet mee

Body: 

De derde genomineerde voor de campuscolumnist 2016 is Evelyne Hermans. Zij is communicatiemedewerker bij de bètafaculteit. Ook OBP’ers zijn volgens haar medewerkers met hun poten in de academische modder.

De derde genomineerde voor de campuscolumnist 2016 is Evelyne Hermans. Zij is communicatiemedewerker bij de bètafaculteit. Ook OBP’ers zijn volgens haar medewerkers met hun poten in de academische modder.

“Nee,” zegt de medewerker tegenover me en slaat resoluut zijn armen over elkaar, “geen haar op m’n hoofd die eraan denkt.”

Zojuist heb ik hem en zijn collega’s een schrijftraining gegeven. De man schreef een prachtig betoog over een onderwijsbeleidsmaatregel, waarin hij zijn kritische houding origineel onder woorden bracht. Maar de tekst publiceren op ons gloednieuwe UU-intranet? Nee, dat is voor hem vier bruggen te ver. Want, zo zegt hij: “Straks wordt het budget van mijn afdeling nog gekort, omdat de rector ziet dat ík die tekst heb geschreven!”

Ik verslik me bijna in mijn automatenkoffie. Hola, wacht. Is dít hoe we in het hoger onderwijs denken over het online delen van onze mening? Dat het onverstandig is, omdat het College van Bestuur dan misschien een zwart vlaggetje achter jouw naam zet? Ik schud vol onbegrip mijn hoofd. Voor mij zijn internet en sociale media een vanzelfsprekend onderdeel van mijn leven, niet alleen omdat ik op een communicatieafdeling werk. Ik blog al jaren over alles wat me bezighoudt. Wat mijn leidinggevende daarvan vindt, maakt me weinig uit.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat één van mijn collega’s me wijst op de campuscolumnist-wedstrijd. We beginnen direct te brainstormen over mogelijke onderwerpen. Wat zou het goed zijn, zeggen we tegen elkaar, als de campuscolumnist nu eens geen student, docent of onderzoeker zou zijn. Onderwijs en onderzoek krijgen altijd alle aandacht, maar het wel en wee van het OBP? Daar pronkt de universiteit niet mee. 

Natuurlijk snappen we dat de term Ondersteunend- en Beheerspersoneel niet voor niets het adjectief ‘ondersteunend’ bevat. Dat het OBP geen subsidies van miljoenen euro’s binnenhaalt, nieuwe therapieën tegen kanker ontwikkelt of manieren ontdekt om een elektrische schakeling te maken van een magnetische isolator door gebruik te maken van golfachtige veranderingen in de magnetische eigenschappen van een materiaal.  Natuurlijk snappen we waarom het OBP beheerst op de achtergrond blijft. Maar ook HR-medewerkers, portiers, beleidsmedewerkers, roosteraars, glasblazers, controllers, ICT-ers, secretaresses, noem ze allemaal maar op, ook zíj zijn de UU. Medewerkers met hun poten in de academische modder.

“Heb je al een column geschreven?” vraagt de collega me een paar dagen later. Ik roer enigszins beschaamd in mijn cappuccino en mompel dat ik nog niet weet of ik mee zal doen aan de wedstrijd. Haar ogen worden groot van verbazing. “Hoezo?!”
“Nou ja,” zucht ik, “mijn leidinggevende moest er nog even over nadenken.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail