Meer duidelijkheid over gedragsregels overheid, helpt naleving

Body: 

De overheid moet in de coronacrisis goed gedrag faciliteren. Dat schrijft hoogleraar Psychologie Denise de Ridder. Ze vindt het misplaatst te vinden om de burger verwijten te maken.

Zijn burgers nonchalant als het gaat om hoe ze zich gedragen in deze tijden van coronacrisis? Misschien, maar het wordt hen ook niet gemakkelijk gemaakt. Terwijl de beurzen kelderden en miljoenensteden in lockdown gingen, reageerde onze overheid aanvankelijk nogal laconiek op de pandemie met een beroep op de zogeheten typische Hollandse nuchterheid. Dat leidde tot vage en soms tegenstrijdige informatie over de gevolgen van besmetting (was het nu een gewoon griepje of ging het om een ernstige aandoening?) en de kans op overdracht (mag je iemand wel/niet een hand geven?).

De overheid worstelt zichtbaar met haar rol hoe de risico’s van het virus voor de volksgezondheid te communiceren zonder paniek te zaaien, met als gevolg dat veel mensen de ernst van de situatie niet goed meekrijgen en niet goed weten wat te doen. Virologen, epidemiologen en intensivisten komen veelvuldig in beeld om de medische noodtoestand te duiden. Wat ontbreekt zijn handreikingen over hoe je als burger moet handelen om jezelf en anderen te beschermen en bij te dragen aan het ‘afvlakken van de curve’.

Terwijl op sociale media filmpjes en grafieken de ronde doen die inzichtelijk maken wat flatten the curve betekent - ook voor laaggeletterden en mensen die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn - spreekt de overheid alleen in abstracte termen over social distancing zonder concreet uit te leggen wat dat is en hoe je het moet aanpakken. Om die reden is het enigszins misplaatst om mensen te beschuldigen van onverantwoord gedrag nu ze er het afgelopen weekend na een week thuis zitten in grote getale op uit trokken. De enkeling niet te na gesproken die erop uit is om te provoceren, zullen velen niet goed door hebben wat de potentieel desastreuze gevolgen van hun gedrag zijn.

De RIVM directeur infectieziekten heeft gedreigd met extra maatregelen als mensen hun gedrag niet aanpassen. Die zijn er dan ook gekomen. Dat is begrijpelijk maar niet helemaal fair omdat tot dusver niet duidelijk is wat de richtlijnen voor goed gedrag nu precies inhouden. Als dat nu wel helder is, is aannemelijk dat velen zich daaraan zullen houden – zo valt af te leiden uit het grote aantal mensen dat vorige week gehoor gaf aan het advies om binnen te blijven nadat hen een paar dagen eerder nog was verteld dat ze gewoon naar de kroeg konden gaan ‘als het goed voelde‘.

Meer dan een halve eeuw geleden ontwikkelde het Amerikaanse Public Health Department een model om te begrijpen wat mensen ertoe beweegt hun gedrag aan te passen als ernstige ziekten op de loer liggen. Uit toepassing van dat model blijkt dat niet de dreiging die van de ziekte uitgaat (hoe vatbaar je bijvoorbeeld bent) bepalend is voor gedragsverandering, maar hoe makkelijk het gemaakt wordt om gedrag te veranderen. In dat licht is uitleg over 1,5 meter afstand houden om de verspreiding van het virus tegen te gaan een goed begin maar niet voldoende.

Een goed advies moet gepaard gaan met duidelijke maatregelen die ervoor zorgen dat je gepaste afstand kunt houden als je bijvoorbeeld in de supermarkt bent. Dat kan door strepen op de vloer in de rij voor de kassa of door klanten te verplichten om met een karretje te winkelen zodat ze zonder nadenken voldoende ruimte creëren. Het wordt hoog tijd dat we gaan kijken hoe we dit soort gedrag kunnen faciliteren om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Het ziet er naar uit dat deze situatie nog wel even voortduurt en het is zaak nu al te bedenken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen zich netjes blijven gedragen als ze hun huis moeten verlaten voor een noodzakelijke boodschap of essentiële frisse lucht.

Deze gedragscolumn van Denise de Ridder verscheen eerder op NRC online

 

 

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail