Onderwijs is als de ritmesectie in een rockband

Body: 

Een goede docent op de UU moet gewoon meedoen aan een groots opgezette sollicitatieronde als er een vacature vrij is. Ruud Schotting pleit ervoor niet alleen publicaties te tellen, maar de bewezen onderwijscapaciteit zwaar mee te laten wegen.

Een paar weken geleden kwam een aantal masterstudenten naar me toe. Ze maakten zich zorgen of er eigenlijk wel werk te vinden is in hun vakgebied: Hydro(geo)logie en Watermanagement. “We zien nooit advertenties in de krant staan en dat baart ons zorgen!”.

Een goede docent op de UU moet gewoon meedoen aan een groots opgezette sollicitatieronde als er een vacature vrij is. Ruud Schotting pleit ervoor niet alleen publicaties te tellen, maar de bewezen onderwijscapaciteit zwaar mee te laten wegen.

Een paar weken geleden kwam een aantal masterstudenten naar me toe. Ze maakten zich zorgen of er eigenlijk wel werk te vinden is in hun vakgebied: Hydro(geo)logie en Watermanagement. “We zien nooit advertenties in de krant staan en dat baart ons zorgen!”.

Ik kon ze geruststellen, want bijna al onze studenten krijgen een baan via de onderzoeksstage of via het afstuderen bij een ingenieursbureau, waterschap, drinkwaterbedrijf, nationaal research instituut of ze gaan promoveren aan een universiteit.

Ik vind dat een heel mooi mechanisme: het bedrijf/de research instelling leert de student gedurende vijf á zes maanden kennen en als er een wederzijdse klik is dan krijgt de student een baan, vaak nog voor dat de student zijn of haar UU diploma in handen heeft! Ik kan zelfs voorbeelden geven van studenten die zo’n grote indruk hebben gemaakt tijdens hun afstuderen/stage dat ze zelfs een baan aangeboden kregen terwijl er helemaal GEEN vacatures waren.

Jammer genoeg werkt dit mechanisme niet zodra er een nieuwe universitaire docent aan de UU aangenomen moet worden. Dan gaat alles totaal anders.

Ik ken een dame, laat ik haar voor het gemak even C. noemen, die twee jaar postdoc is geweest bij een niet nader te noemen faculteit. (Iedere gelijkenis met al dan niet bestaande personen berust in dit geval louter op toeval!).

Ik sprak C. altijd aan in het Engels, maar na vele maanden bleek C. plotseling vloeiend Nederlands te spreken …. En dat terwijl ze een Spaanse is. C. heeft als docente een vak overgenomen dat vele jaren een erbarmelijke studentenwaardering had: 4.3 op de schaal van 10.0. Nu scoort het vak een ruime voldoende, ik meen zelfs een 7.8. Dat kwam door de onderwijskwaliteiten van C. Ook heeft C. haar BKO (basiskwalificatie onderwijs) behaald. C. heeft een schitterende publicatielijst in toonaangevende tijdschriften. Het onderzoek van C. past perfect in het portfolio van de niet door mij nader te noemen faculteit.

Nu is er dus een vacature voor een Assistant Professor (UD). Natuurlijk moet er internationaal geworven worden. Natuurlijk wordt er een zware sollicitatiecommissie samengesteld (onderwijsdirecteur, departementshoofd, directe collega-hoogleraren, etc). En natuurlijk moet dit een open en transparant proces zijn.

Daar vind ik helemaal niks mis mee. Dus worden er uit de tachtig sollicitanten zeven gekozen om nader te ondervragen, waaronder C. Van C. weet de commissie werkelijk alles, van de andere zes sollicitanten vrijwel niks: ja ze komen uit de verste uithoeken van de wereld, ze spreken gebrekkig Engels en al helemaal geen Nederlands. Wellicht hebben ze net iets meer publicaties dan C. En wie weet, weegt dat zwaarder. Want publicaties, daar gaat het toch om.

Te vaak merk ik dat het op de universiteit geen bal uitmaakt dat iemand ook een begenadigd docent(e) is. Dat is bijzaak. Net als de ritmesectie van een rockband. Die heb je gewoon nodig, maar het blijft toch een bijzaak.

Ik zou de UU wel met een rockband willen vergelijken: Het college van bestuur in de rol van de sexy zanger (het gezicht van de band, kan doen, laten en zeggen wat hij/zij wil), de gitarist in de rol van het onderzoek (als ze even niet mee spelen merkt helemaal niemand het) en het onderwijs in de rol van de ritmesectie: de drummer en bassist. Zodra de bassist in plaats van een D een Dis speelt (op 750 Watt) kijken de zanger en de gitarist (verstoord) om. Dat is het lot van de ritmesectie: ze horen er wel bij, maar het draait toch eigenlijk ergens anders om…! En zo is het ook met het onderwijs.

Er is een schitterende documentaire van Dave Grohl (drummer van Nirvana en zanger van de Foo Fighters) over de beroemde Sound City studio. In die studio werden vele iconische platen opgenomen, bijvoorbeeld Rumours van Fleedwood Mac. In Sound City werd heel veel tijd geïnvesteerd in het opnemen van de basgitaar en de drums. Dat deden ze namelijk in andere studio’s niet. Het credo van Sound City was: als de bas en de drums niet goed klinken dan wordt het dus NOOIT wat! Mooi inzicht vind ik dat, daar kunnen we wellicht iets van leren!

Ondertussen duim ik voor C.

Facebook Twitter Whatsapp Mail