Studentenstress los je niet op met een Wellbeing Week

Body: 

De universiteit besteedde in november aandacht aan het studentenwelzijn met een Wellbeing Week. Vele workshops gaven studenten de mogelijkheid zich te bezinnen of te mediteren. Student Joris Graff vraagt zich of dit wel helpt als de overheid en de universiteit de druk op studenten niet vermindert.

Ik loop op sokken over de vloer, te midden van ongeveer 25 andere studenten, mijn knieën en rug gebogen en mijn armen vlakbij de grond. Ik probeer angstvallig om niemand anders tegen het lijf te lopen, want als dat gebeurt, word ik geacht om bij wijze van groet een prehistorische grom uit te brengen. Het is de workshop Keuzes maken, hoe doe je dat op dag twee van de tweede ‘UU Wellbeing Week’.

Mentale gezondheid onder studenten is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een terugkerend thema in kranten, tijdschriften en universiteitsraden. Toegegeven, niet iedereen is het eens over de ernst van het probleem. Onlangs werd op deze site hoogleraar Peter van der Velden geïnterviewd, die stelde dat de mentale problemen onder studenten de laatste jaren niet zijn toegenomen. Maar toegenomen of niet, 30 procent van de studenten die leiden onder mentale klachten in nog steeds te veel.

Prestatiedruk
Dus deed het universiteitsbestuur wat je als instelling die Engelse termen koestert, doet wanneer je geconfronteerd wordt met een probleem: een Taskforce oprichten. Deze kwam met een aantal initiatieven om het welzijn van studenten te verbeteren, waaronder dus de Wellbeing Week, omschreven als een programma ‘om studenten de tools te bieden om met prestatiedruk en stress om te gaan’.

Nu is het makkelijk om al te cynisch te staan tegenover de ongetwijfeld meestal goedbedoelde welzijnsworkshops. Soms kan een klein inzicht je aan het denken zetten en tot positieve veranderingen leiden. Aan de reacties van de studenten die met mij de workshop volgden, meende ik op te maken dat de transformerende waarde van prehistorische lichamelijkheid tot hen dieper doordrong dan tot mijzelf.

Glimmende extra-curriculaire certificaten
Wat me echter stoort is de taal die rondom de Wellbeing Week gebruikt wordt. Het probleem lijkt me evident: terwijl de overheid de druk op het financiële front opvoert, voedt de universiteit met excellentietrajecten en de belofte van glimmende extra-curriculaire certificaten de prestatiedruk. Logisch dat je daar als onzekere adolescent aan onderdoor gaat. Waarom is het dan aan de individuele student om de ‘tools’ te ontwikkelen om met deze situatie om te gaan?

Wellbeing-industrie
Ik vraag me af of de Taskforce Wellbeing de artikelen van journalist Barbara Ehrenreich heeft gelezen. Volgens Ehrenreich maken trends zoals positief denken en mindfulness – niet toevallig twee van de meest voorkomende thema’s in het blokkenschema van de Wellbeing Week – het mogelijk om maatschappelijke problemen op het individu af te schuiven. Voel je je gestrest of onder druk gezet? Probeer eerst eens je mindset te verbeteren door positiever te denken of te mediteren voordat je gaat klagen over je omstandigheden.

Aan het eind van zijn betoog over positieve psychologie legde ik deze visie op de wellbeing-industrie voor aan docent Vincent Duindam. Hij beaamde dat het absoluut niet de bedoeling is dat positieve psychologie wordt ingezet als, Marx citerend, ‘opium voor het volk’. Maar de grens tussen zelfhulp en opium voor het volk is soms flinterdun. Universiteiten kunnen er niet vanuit gaan dat studenten na een meditatiecursus of ontmoeting met hun innerlijke oermens ineens immuun zijn voor de eisen van het studentenleven.

Facebook Twitter Whatsapp Mail