We beleven een collectieve Groundhog Day

Body: 

Student Joris Graff kijkt reikhalzend uit naar het einde van de coronatijd. Toch heeft hij niet het gevoel dat deze crisis een grote inbreuk vormt op de rest van zijn leven. Het is een kwestie van geduldig wachten.

In de media – met name de brievensectie van de Volkskrant – is een bescheiden discussie losgebarsten over de betekenis van de lockdown voor jongeren, en dan vooral studenten. Sommigen zien deze periode als een bijzondere kans op zelfontwikkeling, zoals Sem Voortman uit Santpoort: ‘lees een boek, schrijf een boek, maak een film, leer gitaarspelen’. Dit soort optimistische interpretaties werken enigszins op mijn zenuwen. Alles ligt overhoop, we zijn dag in dag uit tot dezelfde plek veroordeeld, mensen slapen niet goed, werkplekken zijn dicht. Goed voor jou als je tot de uitgelezen groep mensen behoort die deze situatie weten aan te grijpen om een roman te schrijven, maar houd deze informatie alsjeblieft voor je uit piëteit met de rest van ons die nu even wat minder productief is.

Dat gezegd hebbende: ik zou ook niet willen zeggen dat jongeren in deze dagen een ongekend offer moeten brengen, zoals studente Linde van Koolwijk beweerde. Het is misschien waar dat studenten de meeste verandering merken in hun sociale leven, maar dat komt dan vooral doordat studenten op dat front toch al geprivilegieerd waren, met dagelijkse borrels, feestjes of wat dan ook. Je kunt hoogstens zeggen dat we het slachtoffer zijn geworden van een sociale nivellering.

Verloren maanden
De beste houding voor studenten lijkt me om deze periode niet van een heroïsche betekenis te voorzien, zij het positief of negatief, maar gewoon als een aantal verloren maanden te beschouwen waarin alles even tot stilstand is gekomen. Stilstand is op zich al voldoende ingrijpend voor de gemiddelde student. Hannah Arendt schreef dat de mens zich van de natuur onderscheidt door een lineair tijdsbesef: ieder moment zijn we bezig ergens naartoe te gaan. Ik denk niet dat dat op een groep meer van toepassing is dan op studenten. Je begint aan nieuwe stages en bijbanen, je stapt in commissies, je leert nieuwe mensen kennen. Je afstuderen en Verdere Leven loeren onophoudelijk als ultieme finishlijn. Bovendien ben je altijd letterlijk onderweg. Zeker sinds ik van Groningen naar de Randstad verhuisd ben, merk ik hoe prettig het is om meerdere keren per week in de trein te zitten. Het geeft je het gevoel dat je leven niet stilstaat.

Niet langer. Ik voel de afgelopen weken als een nevelwolk die het geruis van de voortstuwende wereld daarbuiten dempt. Wat er hiervoor, hierna of ergens anders gebeurt is dof en vaag omlijnd. Hoewel ik als afstuderende mijn toekomstige carrière van dichtbij op me af zou moeten zien komen, lijkt die slechts een vaag punt aan de horizon. Steden die hiervoor in een half uur binnen het bereik lagen, zijn voor het eerst echt andere plekken geworden. Wat reëel is, zijn mijn ouders en mijn broer, het huis waarin we wonen en het nooit veranderende dorp om ons heen.

Collectieve Groundhog Day
We zijn allen geïsoleerd in een soort miniwereld die zich iedere dag herhaalt, een collectieve Groundhog Day. Iedere dag sta ik op en ga ik met een kop koffie aan de eettafel van mijn ouders achter mijn laptop zitten. Ik scan snel de nieuwsbrief van Geesteswetenschappen waar iedere keer eigenlijk hetzelfde instaat. ‘s Middags maak ik een korte wandeling rondom de nabijgelegen boerderij. ‘s Avonds zoom ik met mijn vrienden in steden die nog nooit zo ver weg hebben geleken, of kijk ik met mijn ouders een van de talkshows waar altijd dezelfde mensen in zitten, ook zij kunnen zich niet losmaken uit deze cyclus. In de tussentijd glijdt de tijd langs als een gletsjer, ik weet dat hij beweegt maar ik kan de beweging niet waarnemen.

Ik kijk reikhalzend uit tot het moment dat dit alles voorbij is. Toch heb ik niet het gevoel dat deze crisis een grote inbreuk vormt op de rest van mijn leven. Borrels, treinreizen, mijn verdere carrière: het gaat straks allemaal alsnog gebeuren, we gaan met zijn allen weer verder waar we gebleven waren. We hebben dan gewoon een pauze achter de rug, een bubbel in onze herinnering die los staat van al het andere. Dat was rot ja, zullen we zeggen, maar het is verleden tijd, ook de stilstand gaat voorbij. Voor nu rest ons niets dan wachten. Fijn als je daar persoonlijke ontwikkeling uit kan slepen maar de rest van ons zal zich er ook doorheen slaan. Iedereen kan wachten.

Facebook Twitter Whatsapp Mail