Illustratie Michiel Hekkens

Het varken is dood

Body: 

In de zomervakantie hebben studenten zeeën van tijd - is dat een zegen of een vloek? Campuscolumnist Michiel had bij aanvang goede voornemens hoe deze tijd te besteden. Nu maakt hij de balans op.

Vanaf het moment dat de zomer begint, dobber ik rond in een oceaan van tijd, waar de dagen geruisloos voorbij golven en langzaam hun naam verliezen. Ik besef dat dit niet vanzelfsprekend is. Tijdens het grootste gedeelte van een mensenleven zijn 25 vakantiedagen per jaar de norm. Vandaar dat ik mij voorneem om mijn twee vrije maanden optimaal te benutten. Anna Karenina eindelijk doorploegen, een nieuwe taal leren en andere nuttige dingen doen, om het eindeloos lijkende niets niet voor niets te laten zijn.

Voorstanders van het basisinkomen klinkt dit als muziek in de oren. Zodra iemand niet hoeft mee te sprinten in de rat race, zo is hun overtuiging, gaat diegene andere manieren van zingeving zoeken. Mantelzorg verlenen bijvoorbeeld, of vrijwilligerswerk doen. Hiermee is hij waardevoller voor de maatschappij dan een fiscale cijferslaaf of de beoefenaar van een andere bullshit job. Het heeft wat weg van de communistische heilstaat zoals Marx die beschrijft. Hier kunnen burgers, afhankelijk van hun wensen, ‘s ochtends jagen, ‘s middags vissen en ‘s avonds literatuurkritiek beoefenen. Iedereen spendeert zijn tijd zoals hij wil - en draagt bij aan de samenleving door zijn persoonlijke talenten te benutten.

Jammer genoeg blijk ik een drenkeling in mijn oceaan van tijd. Aan het eind van de zomer ben ik amper op de helft van Anna Karenina. Mijn zelfstudie Duits stelt me tot dusver alleen in staat om zinnen te zeggen die ik (hopelijk) nooit zal uitspreken. ‘Das Ferkel ist Tot’ − het varken is dood. In mijn studentenflat is geen heilstaat ontstaan. Integendeel. Hoewel iedereen veel meer tijd heeft dan normaal, doet niemand zijn huistaak. De gemeenschappelijke ruimte is dusdanig verwilderd, dat zelfs Jos Brech moeite zou hebben om er te overleven.

Ook bij de overige huizen van de Ina Boudier Bakkerlaan zijn geen gemeenschappelijke moestuintjes of filantropische projecten opgezet. Zeker, mijn buren hebben best wat weg van Maarten van der Weijden. Helaas niet omdat ze geld ophalen voor het Kankerfonds, maar omdat ze dagenlang in hun opblaasbadje liggen te weken. Ze werken hamburgers naar binnen en drinken bier. Als varkens in een trog.

Het basisinkomen wil ik in deze column niet afschieten. Evenmin wil ik mijn medestudenten afvallen. Sommigen van jullie hebben ongetwijfeld hun oceaan van tijd wél aangegrepen om iets nuttigs te doen. Bovendien zijn twee maanden te kort voor het ontstaan van communistische initiatieven. Als academische vakanties door verdere bezuinigingen nog wat langer worden gerekt, zien we wellicht meer creatieve vormen van zingeving. Voor mij is het echter goed dat ik weer mag studeren. Zodra ik mijn flat verlaat voor mijn eerste college, zie ik dat dit ook voor andere studenten op de IBB geldt. Flessen bier zijn ingewisseld voor pakjes ontbijtdrank. Het opblaasbadje staat slap in de voortuin van de buren. De trog is verlaten. De zomer is voorbij.

Das Ferkel ist Tot.

Facebook Twitter Whatsapp Mail