Standaarddeviaties

Body: 

Utrecht is niet klaar voor studenten die meer willen. Dat constateert campuscolumnist Dieudonnée van de Willige. Het college wil meer honoursprogramma’s, maar in de praktijk worden ambitieuze studenten tegengewerkt door docenten.

Utrecht is niet klaar voor studenten die meer willen. Dat constateert campuscolumnist Dieudonnée van de Willige. Het college wil meer honoursprogramma’s, maar in de praktijk worden ambitieuze studenten tegengewerkt door docenten.

Zomaar een vraag gericht aan een groep honoursstudenten: wat versta je onder een deviant? Volgens de definitie is een deviant iemand die afwijkt. Niks meer, niks minder. Toch loog een deel van de antwoorden er niet om: crimineel, egocentrisch, niet in staat om normale relaties aan te gaan, raar, onnatuurlijk, onbetrouwbaar, nep.

Ik schrik. Zijn deze woorden een afspiegeling van hun eigen gevoel of  – wat ik mag hopen – een reflectie van de breder gedragen opvatting dat afwijken een grote zonde is? Want: hoe is het mogelijk dat binnen een groep studenten die nota bene geselecteerd is op afwijkende eigenschappen, hier omschreven als ‘excellent’, zulke ideeën leven? Welk doel dient een onderscheidend honoursprogramma voor diegenen die bang zijn voor Al Het Andere? Tegen beter weten in had ik gehoopt aan de universiteit meer tolerantie te ontdekken, maar niets menselijks blijkt ons vreemd.

De heersende cultuur weerhoudt het college van bestuur er niet van om in te zetten op de zogenaamde excellentieprogramma’s. In het strategisch plan 2009-2013 valt te lezen dat maar liefst 8-10 procent van de bachelorstudenten aan een dergelijk programma moet deelnemen, een verdubbeling ten opzichte van de huidige situatie. Deze doelstelling is bijna grappig te noemen als het geen bittere ernst zou zijn – de UU is hier namelijk helemaal niet klaar voor. Het college van bestuur mag dan achter haar missie voor excellentie staan, dit geldt niet voor de Universiteit Utrecht als geheel. Bovenstaand voorbeeld is er een van studenten, maar ook (zelfs?) medewerkers spreiden een dergelijke houding tentoon. Ook al zijn dergelijke medewerkers in de minderheid, hun invloed is vele malen sterker dan die van hun welwillende collega’s. Bijna iedere honoursstudent kent de voorbeelden en ik ben daarop geen uitzondering. Nog steeds bestaat de opvatting dat verbreding naast de eigen studie een teken is van desinteresse en onnodig moeilijk doen. Sommige studenten hebben elders begeleiding moeten zoeken omdat ze te horen kregen dat ze te gedreven waren. Voor andere was de verrassing nog groter en werd de beerput pas open getrokken tijdens de evaluatie, wat resulteerde in het befaamde oprotzesje. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg! Zulke overtuigingen maken het volgen van een excellentieprogramma tot iets heel ingewikkelds – de uitdaging zit niet in het niveau of in tijdgebrek, zoals wel eens gedacht wordt.

Het is niet voldoende om in recordtempo honoursprogramma’s uit de grond te stampen. Zorg voor een vangnet voor die beoogde tien procent honoursstudenten die met ongefundeerde tegenwerking in aanraking komt en stel dat ook beschikbaar voor studenten die zich op andere wijze verbreden, door bijvoorbeeld twee opleidingen tegelijkertijd volgen. Kijk naar voorlichting voor studenten én medewerkers, zorg dat iedereen op de hoogte is van de missie die de Universiteit uitdraagt. Te vaak staan gedreven studenten er nu alleen voor en raken gedemotiveerd of haken in zijn geheel af. Alleen de studenten die deviants als verschoppelingen behandelen en netjes in de pas lopen, blijven zo nog over. Zonder cultuuromslag worden zij de studentenbegeleiders van de toekomst – maar dan blijven we met z’n allen tenminste wel lekker middelmatig.

Facebook Twitter Whatsapp Mail