UITputtingsslag

Body: 

Voor de UIT-lopers is de introductie een hele opgave, constateert campuscolumnist Lea ter Meulen. Wat je niet allemaal moet weten over de stad als je in Utrecht gaat studeren.

Voor de UIT-lopers is de introductie een hele opgave, constateert campuscolumnist Lea ter Meulen. Wat je niet allemaal moet weten over de stad als je in Utrecht gaat studeren.

Ze lijken vrolijk, de net neergestreken zwermen nieuwe studenten, met hun plastic bierbekertjes en opgewonden gekwetter. Maar schijn bedriegt, want je eerste dagen als student zijn zwaar. Heel zwaar. Het is bijna niet te bevatten hoeveel kennis vergaard moet worden en hoeveel belangrijke vaardigheden opgedaan. De informatiedichtheid is duizelingwekkend.

Je leert onthouden waar je je fiets hebt neergezet. Je leert hem weer terugvinden als je het tóch vergeten was. Je leert dat je een kettingslot nodig hebt, maar geen achterlicht.

Je vindt uit waar het Nijntjepleintje is, en de Inktpot. Je leert dat de Zuilenstraat niet in Zuilen is, en de Pauwstraat niet in de Vogelenbuurt. Je prent je in dat het dé Neude is. En de Nobélstraat.

Je leert waar je kunt zwemmen, waar het water smerig is, en waar je overvaren wordt door stuurloze trapbootjes.

Je slaat honderdachtenzeventig namen op: die van dat meisje dat nu naast je loopt, en van de mensen met wie je geluncht hebt, en van die ene stille jongen, en die leuke barman met de donkere krullen. Je leert wie Imro de ufopiloot is, en Bedros, hoe die flamboyante hippie heet op zijn gepimpte fiets, en wie er om “een minicentje” vraagt.

Je leert navigeren van De Zaak naar Olivier, van de Bastaard naar Tilt, van Otje naar het K-sjot, en van daar naar je bed. (Niet per se via de kortste weg, trouwens; die weet je pas weken later.)

Je raakt behendig in fietsen met een kratje bier op de pakkendrager en twee boodschappentassen aan het stuur. Je leert om onoplettende dagjesmensen en fotograferende toeristen heen slalommen op de Vismarkt.

Je leert waar je een broodje Mario haalt, en de beste ijsjes. Je leert waar de cocktails goedkoop zijn en waar de koffie lekker.

Je doet verwoede pogingen UVSV-meisjes te onderscheiden van die van Veritas. Je leert liplezen als je gesprekspartner te schor is om te verstaan.

Je leert dat je binnen de singel eigenlijk niet in het openbaar alcohol mag drinken, en buiten de singel wel, en dat oom agent niet zeker weet of het óp de singel nou wel of niet mag. Je ontdekt dat je pizza kunt laten bezorgen in een boot.

Je maakt je, onwennig eerst, een heel nieuw vocabulaire eigen. Soggen, brassen, een BVO’tje, een adje.

Je leert precies hoe chagrijnig je moet kijken bij de Stadhuisbrug om niet te worden aangesproken door enthousiaste jongens met clipboards onder hun arm.

Je leert dat België niet alleen een land is. Je leert wat Kwak is, en waarom het zo heet, en hoe duur een glas is, als je het kapot laat vallen. Per ongeluk. Je leert waar je om vijf uur ’s ochtends nog terecht kunt voor iets zouts dat druipt van het vet.

Je onderzoekt, je oefent, je maakt mentale notities, een mentaal schriftje vol. Kapót ben je, van het studeren. En dan moeten de colleges nog beginnen. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail