Keuzestress bij geschiedschrijving

Body: 

Geschiedenis schrijven is keuzes maken. Dit leert docent Ed Jonker de eerstejaars Geschiedenis in zijn college Bron & Interpretatie. Afbakenen is noodzakelijk, maar heeft ook zo z’n nadelen. Een nieuwe aflevering van CollegeToer over de subjectiviteit van geschiedschrijving.

Geschiedenis schrijven is keuzes maken. Dit leert docent Ed Jonker de eerstejaars Geschiedenis in zijn college Bron & Interpretatie. Afbakenen is noodzakelijk, maar heeft ook zo z’n nadelen. Een nieuwe aflevering van CollegeToer over de subjectiviteit van geschiedschrijving.

Studie Geschiedenis
Naam vak Inleiding Geschiedwetenschap
Niveau, hoeveelstejaarsvak Niveau 1, eerstejaarsvak
Waar Educatorium, Megaron
Datum en duur Dinsdag 17 september, 09:00-10:45
Docent Ed Jonker
Aantal studenten die vak volgen 240
Aantal aanwezige studenten 190
Voertaal Nederlands

Dit college Bron & Interpretatie (pdf) van het vak Inleiding Geschiedwetenschap geeft een kijkje in de keuken van historici. Hoe komen al die dikke geschiedenisboeken tot stand? Hoe komt het dat wij zoveel weten over de geschiedenis? Hoe doen die historici dat toch? Het antwoord is ontnuchterend, blijkt uit dit college: eigenlijk weten we niet zoveel, we doen vooral veel aannames. Historici kunnen geen harde bewijzen leveren en daarnaast is geschiedschrijving subjectief en berust zij op interpretaties. “Daar kun je somber van worden of juist heel vrolijk”, steekt docent Ed Jonker de eerstejaars Geschiedenis een hart onder de riem. “Deze ruimte voor (her)interpretatie houdt het vak levendig!”

Keuzestress
De eerste keuzes maken historici in het afbakenen van hun onderwerp. Alles is mogelijk en er is weinig houvast om de afbakening te maken. Jonker: “Er is geen natuurlijke eenheid van onderzoek. Je kan onderzoek doen naar Vincent van Gogh of je specifiek richten op de kwestie rond zijn afgesneden oor.” Gelukkig zijn er praktische redenen die de keuzestress voor geschiedschrijvers verminderen: “Vaak worden kleine onderwerpen gekozen omdat het onderzoek binnen een paar jaar af moet.”

Als het onderwerp eenmaal is gekozen, moeten historici op zoek naar bronnen. Maar die zijn er niet altijd. Jonker vertelt welke creatieve methoden historici dan toepassen: “Als je toch iets wil zeggen over iets waar je niks over kan zeggen.”  Zo kan je indirecte bronnen zoals testamenten gebruiken om denkbeelden te achterhalen. Daarnaast is er de regressieve methode, waarin gegevens uit een andere periode met soortgelijke context worden gebruikt om de onderzoeksperiode te beschrijven. De derde methode is het meest twijfelachtig: je past algemene theorieën en modellen toe op je eigen onderzoekssituatie. Jonker: “Historici zijn hier huiverig voor, maar ze doen het toch. Het alternatief is dat je niks hebt en daar kan je geen handboek mee vullen.”

Wat moeten we leren?
Dit kijkje in de gereedschapskist van historici is heel interessant. Des te meer omdat Jonker actuele discussies in het vakgebied aanstipt. Gebruik je bijvoorbeeld een gerichte vraag, zodat je efficiënt kan werken, dan betekent dat ook dat je informatie negeert die niet in je vooropgezette idee past. Met een open vraagstelling kan je stuiten op nieuwe bevindingen maar wat doe je daarmee?

Genoeg om over na te denken en te discussiëren dus, maar de studenten om mij heen lijken van dit alles relatief weinig mee te krijgen door de manier waarop Jonker zijn college geeft. Hij betrekt de studenten niet bij de stof, stelt geen enkele vraag. Hierdoor is passief luisteren op deze vroege dinsdagochtend verleidelijk. Omdat Jonker redelijk monotoon vertelt, is er zelfs gevaar voor afdwalen. Zonde, want juist dit college is belangrijk voor integere historici in spe. Maar deze studenten lijken zich meer druk te maken over hun tentamen: “Moeten we al die rijtjes leren”, vraagt een studente voor mij zich hardop af.

Inquisitieverslagen
Hoewel de meeste voorbeelden die Jonker gebruikt weinig spannend zijn en veelal ook in het lesboek staan, komt hij aan het eind van het college met een uitgebreide casus die het gebrek aan originele voorbeelden goedmaakt. Hij slaat een geschiedenisboek open met een beschrijving van de denkbeelden van ketters in een dorp in de Pyreneeën.

De bronnen - verslagen van de inquisitie -  zijn niet onomstreden. Want wie zegt dat dorpelingen die vor de inquisitie staan de waarheid vertellen? “Het is aan de geschiedschrijver om te besluiten welke dorpelingen wel of niet de waarheid vertellen.” Een sprekend voorbeeld dat de dilemma’s en moeilijkheden van het vak toont. Interpretaties, daar draait het allemaal om. En toch staat het zwart-op-wit gedrukt. Nu hopen dat studenten hier ook het tegenstrijdige van inzien.

Facebook Twitter Whatsapp Mail