De proefschriftverdediging: ken uw vijand

Body: 

Wouter Marra hield de afgelopen jaren voor DUB zijn ervaringen als promovendus bij. Vrijdag is het zover. Wouter verdedigt zijn proefschrift in het academiegebouw.

De afgelopen week is mij vaak gevraagd of ik al zenuwachtig ben. Ik reageer dan redelijk koel, ‘waarvoor dan?’ Maar ik weet dondersgoed dat ik komende vrijdag mijn proefschrift moet verdedigen.

Wouter Marra hield de afgelopen jaren voor DUB zijn ervaringen als promovendus bij. Vrijdag is het zover. Wouter verdedigt zijn proefschrift in het academiegebouw.

De afgelopen week is mij vaak gevraagd of ik al zenuwachtig ben. Ik reageer dan redelijk koel, ‘waarvoor dan?’ Maar ik weet dondersgoed dat ik komende vrijdag mijn proefschrift moet verdedigen.

Ik heb niet echt last van zenuwen of spanning. Nóg niet, ik ken mezelf: die komen later wel. Alhoewel, ik maak me wel een beetje druk over de voorbereiding van mijn verdediging. Als ik ergens zenuwachtig van wordt, dan is het van de goedbedoelde vraag of ik er klaar voor ben. Ik heb namelijk geen idee wat een goede voorbereiding is voor de verdediging. Ik ben er maar eens werk van gaan maken.

Ceremonieel is het me inmiddels duidelijk. Ik moet me driekwartier van te voren melden en de instructies zullen volgen. Op het goede moment knikken, achter de juiste personen aanlopen en de correcte aanspreekvormen gebruiken.

Maar hoe bereid ik me goed voor op de vragen van de commissie? Ik weet toch immers wel wat er in mijn proefschrift staat? Om het wat scherper te krijgen, heb ik met een paar collega’s een proefverdediging gehouden. Fijn om dat een keertje te ervaren. Delen van mijn proefschrift heb ik een paar jaar geleden geschreven, dat was wat weggezakt. Ik heb me voorgenomen mijn proefschrift nog eens goed door te nemen deze week. Hopelijk doen de commissieleden dat ook, en krijg ik vragen over de inhoud. Opponenten die wat minder tijd hebben, houden erg van plaatjes heb ik gemerkt bij de promoties die ik heb bijgewoond. Dus daar sta ik de komende dagen nog extra bij stil.

Ik denk dat de lastigste vragen niet zozeer over mijn werk gaan, maar over de diverse achtergrond van de commissieleden. Specialistische vragen uit een aangrenzend vakgebied, dat is waar promovendi meestal over struikelen. Ik ben de cv’s en publicatielijsten van mijn opponenten aan het doorspitten voor inspiratie voor mogelijke vragen uit onverwachte hoek. Maar vooral hoe ik die kan ombuigen naar mijn eigen werk. Ken uw vijand, een eeuwenoude Chinese oorlogswijsheid, lijkt me ook hier van toepassing.

Nog even wat huiswerk dus, ik voel wel wat zenuwen opborrelen. Ik besef me opeens dat ik me al ruim vier jaar zeer intensief heb voorbereid op de verdediging van mijn proefschrift. Dus waar zou ik me druk om maken?

Facebook Twitter Whatsapp Mail