Geef meer onderwijs over diversiteit als ideologie

Body: 

Laat studenten in het onderwijs nadenken over diversiteit, zegt Marco Derks. Het gaat namelijk over ideologie en macht. En dus niet alleen om het streven naar een betere afspiegeling van studenten en personeel.

In discussies over ‘diversiteit’ wisselen ambtelijke taal vol wolligheid, bagatellisering van het onderwerp en (aversie tegen) politieke correctheid zich af. Het blijkt maar lastig om grip te krijgen op de materie.

Laat studenten in het onderwijs nadenken over diversiteit, zegt Marco Derks. Het gaat namelijk over ideologie en macht. En dus niet alleen om het streven naar een betere afspiegeling van studenten en personeel.

In discussies over ‘diversiteit’ wisselen ambtelijke taal vol wolligheid, bagatellisering van het onderwerp en (aversie tegen) politieke correctheid zich af. Het blijkt maar lastig om grip te krijgen op de materie.

Diversiteit lijkt zo’n neutrale term dat je er eigenlijk niets tegen kunt hebben. Maar het is juist de ideologische leegheid van het begrip die je op het verkeerde been zet. Die suggereert dat je je vooral van ieder moreel oordeel zou moeten onthouden. Diversiteit betekent dan dat je vooral neutraal moet zijn. Maar ideologie zit vooral daar waar je het niet verwacht: diversiteit is een ideologisch geladen begrip.

Een paar weken geleden las ik in Het Parool een interview met een UvA-studente die pleit voor de mogelijkheid voor kinderen om de achternaam van beide ouders te kunnen dragen. Op de vraag waarom zij zich hier hard voor maakte, reageert ze: “Ik ben geen feminist, ik ben voor vrijheid en gelijkheid.”

Doordat de student zich onmiddellijk distantieert van het feminisme waant zij zich vrij van enige ideologie of partijdigheid: zij is neutraal. Alsof het feminisme niets meer is dan een ouderwetse hobby of militante lobby. Zijn we als mens en maatschappij niet gevormd door allerlei feministische denkers en activisten?

De studente beantwoordt de vraag uiteindelijk door te suggereren dat haar strijd voor vrijheid en gelijkheid soort van aangeboren is: “Ik denk dat het in me zit.” Het is daarmee een kwestie van ‘je gezonde verstand gebruiken’. Geen kritische tegendraadsheid, maar het volgen van een natuurlijke neiging.

Dit is problematisch. Hetzelfde gezond verstand vond het bijvoorbeeld niet zo lang geleden vanzelfsprekend dat vrouwen achter het aanrecht hoorden. Ook diversiteitbeleid op basis van dit soort schijnbare neutraliteit leidt niet per definitie tot rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid.

Neutraliteit kan zelfs een barrière worden: het verhindert dat je je bewust wordt van meer structurele vormen van (blanke, mannelijke, heteroseksuele, westerse etc.) hegemonie. Heeft niet vooral de huidige status quo baat bij een neutrale benadering, omdat zij daarmee onzichtbaar blijft en dus de macht houdt?

Om onze ogen te openen voor de blinde vlekken van het heden is onderwijs over diversiteitvraagstukken nodig. Je kunt als universiteit niet volstaan met het streven naar een samenstelling van personeel en studenten die in alle opzichten een afspiegeling is van de samenleving.

Dat is niet alleen onmogelijk, maar ook onwenselijk. Goed onderwijs over diversiteit zou het speerpunt van het diversiteitbeleid van de universiteit moeten zijn. Expertise hebben we in huis, maar zou versterkt kunnen worden. Ontwikkel multidisciplinaire modules en beveel deze prominent als keuzevak aan onder studenten uit alle vakgebieden. Maak van de universiteit een gemeenschap van mensen die dwars durven denken.

Facebook Twitter Whatsapp Mail