Vrijemarktdenken in het onderwijs is niet goed voor motivatie student

Body: 

Als je als docent alleen met prikkels en beloningen studenten aan het werk probeert te krijgen, hoe zorg je dan dat studenten echt gemotiveerd raken? Dat vraagt docent Dries van Oosten zich af.

Als je als docent alleen met prikkels en beloningen studenten aan het werk probeert te krijgen, hoe zorg je dan dat studenten echt gemotiveerd raken? Dat vraagt docent Dries van Oosten zich af.

Een tijd geleden was ik op vakantie bij mijn schoonouders en was ik vergeten een boek mee te nemen. In de boekenkast van mijn schoonvader vond ik het boek What money can't buy van Michael J. Sandel, de hoogleraar van Harvard University die in 2014 een eredoctoraat kreeg aan de Universiteit Utrecht.

In dit boek trekt professor Sandel van leer tegen het idee dat overal een economische waarde aan toe te kennen is, en dat als we deze economische waarde goed kennen, de vrije markt zal zorgen dat alles wel in orde zal komen.

Het idee dat we bijvoorbeeld kunnen uitrekenen hoeveel economische schade milieuvervuiling met zich meebrengt, waardoor de markt er wel voor zal zorgen dat we het milieu niet vervuilen.

Hij wijst ons erop dat het niet alleen zeer cynisch is om dit te doen, maar dat de geschiedenis inmiddels heeft uitgewezen dat het niet werkt. Nu zult u zich misschien afvragen waarom ik dit boek hier te sprake breng. Nou, hij heeft ook een aantal dingen te zeggen die zeer relevant zijn voor onderwijs.

Als meest stuitende voorbeeld noemt hij de praktijk in sommige Amerikaanse schooldistricten, waar scholieren betaald krijgen als ze kunnen bewijzen dat ze een boek uit de literatuurlijst hebben gelezen. Het zal niemand verbazen dat deze scholieren voortaan geen boek meer lezen als daar niets tegenover staat. Dit is duidelijk een absurd voorbeeld, waarvan wij, rollend met onze ogen, zullen denken dat het alleen maar in Amerika kan. Maar zitten wij niet al geruime tijd op een hellend vlak in die richting?

Op het niveau van de regering is dat begonnen met de invoering van de prestatiebeurs, die de studielening alleen omzette in een gift als je op tijd afstudeert. Ook de prestatieafspraken met onderwijsinstellingen zijn een voorbeeld. En later werd dat nog explicieter met de langstudeerboete.

Maar als docenten maken we onszelf er ook schuldig aan, door inhoudelijk in het onderwijs gebruik te maken van dwingende externe prikkels. We betalen studenten weliswaar niet voor het halen van een tentamen of het lezen van een boek, maar we geven ze wel punten voor het inleveren van opgaven.

We hebben onszelf ervan overtuigd dat we de studenten daarmee een dienst bewijzen. We geven ze een positieve stimulans om zich voor hun studie in te spannen. En de wortel werkt toch beter dan de stok? Ik heb zo mijn twijfels.

Ik heb niet de illusie dat als we stoppen met alle toetsen en tentamen, onze studenten zich uit zichzelf zullen inspannen om de stof tot zich te nemen. Maar ik vrees dat als we onze studenten constant blijven toetsen en belonen, we ze de kans om in zichzelf de motivatie te vinden om te studeren.

Facebook Twitter Whatsapp Mail