‘Ik vind dit een beetje gemakkelijk scoren, Yvonne’

Body: 
Er was lang naar hem uitgezien, maar veel wijzer werden de Utrechtse studenten dinsdagavond niet van Ronald Plasterk. “Het zou een mooie boel worden als ik nu opeens ging zeggen dat Onderwijs meer geld moet krijgen.”

Het was een merkwaardige bijeenkomst, de door de jubilerende Utrechtse Biologen Vereniging georganiseerde avond over het hoger onderwijsbeleid. Eindelijk dachten de studenten de kans te krijgen om de minister ter verantwoording te roepen voor de hopeloos tekort schietende financiering van het hoger onderwijs, maar de als altijd minzame Plasterk liet de kritiek onaangedaan over zich heen komen en zette en passant een paar misverstanden recht. “Dat onderwijs bij dit kabinet een ondergeschoven kindje is, is aantoonbaar onjuist. Bij de start van dit kabinet is 7 miljard extra uitgetrokken, waarvan 3,2 miljard voor OCW.”

Plasterk gaf decaan Bliek van Bètawetenschappen gelijk dat de kenniseconomie wel een zetje in de rug kan gebruiken. “Daarom presenteren wij met Prinsjesdag een lange termijn groeipad voor de kennissector. Natuurlijk, binnen het Innovatieplatform zijn we het er snel over eens dat er eigenlijk meer geld in de kenniseconomie gestopt moet worden, maar zo zal elke minister zijn of haar wensen hebben. In het regeerakkoord zijn duidelijke afspraken gemaakt en daar houd ik mij aan. Het zou een mooie boel worden als ik nu opeens ging zeggen dat onderwijs meer geld moet krijgen.”

Even schoot de minister uit zijn slof. Dat was toen collegevoorzitter Yvonne van Rooy hem voor de voeten wierp dat de bekostiging per student in Nederland al jaren daalt, in weerwil van wat de universiteiten bij de start van de bama was toegezegd. “Vergelijk dat eens met Duitsland, waar de overheid 18 miljard in het hoger onderwijs steekt.”

Die kritiek beviel Plasterk niet erg. “Ik vind dit een beetje gemakkelijk scoren, Yvonne, en het klopt ook niet wat je over de bama zegt. Destijds is door de universiteiten een herverdeling van het onderwijsbudget afgesproken. De Vereniging van Samenwerkende Universiteiten heeft daar zijn handtekening onder gezet, net trouwens als onder de overheveling van honderd miljoen naar NWO. Ik vind het misplaatst als lokale bestuurders die een bezuiniging moeten verdedigen, daar dan later over gaan klagen.” Dat de minister gemakshalve voorbij ging aan het feit dat er door de stijgende studentenaantallen wel degelijk sprake is van een lager bedrag per student, bleef in de rommelige discussie verder onbesproken.

Naar het Malieveld

Van Rooy had ook verder geen gemakkelijke avond. Voordat de minister arriveerde kreeg zij het aan de stok met de studenten van het comité ROUW. Die hadden haar om steun gevraagd voor hun demonstratie in Den Haag van aanstaande maandag, maar volgens de collegevoorzitter was de actie daarvoor te kleinschalig. “Ik heb jullie geadviseerd om een brede actie op touw te zetten, met de LSVb en het ISO. Er zijn 300.000 studenten in Nederland, dan moet je daar maandag niet met een handjevol staan. Ik heb lang genoeg in de politiek gezeten om te weten dat je een effectieve strategie moet volgen en niet alleen je spierballen moet laten zien, hoe sympathiek ik jullie actie ook vind.”

Dat leek SP-kamerlid Jasper van Dijk het ideale moment voor een fraai staaltje demagogie: “Maar mevrouw Van Rooy, als u zo redeneert, gebeurt er nooit iets. U heeft net een prachtig pleidooi gehouden voor beter hoger onderwijs. Deze studenten staan aan uw zijde. Wat let u om op zijn minst hun manifest te ondertekenen?” Applaus uit de zaal. “Ik begrijp u niet”, riep een wanhopige student. “U heeft ons gezegd dat we steun moesten zoeken bij ISO en LSVb. Dat hebben we gedaan en nu is het weer niet goed. Wat moeten we nu nog doen om uw handtekening te krijgen?”

Maar Van Rooy hield voet bij stuk. “Ik vind het fantastisch dat jullie opkomen voor het onderwijs, maar het gaat er niet alleen om een actie te entameren, het gaat erom resultaat te boeken.” Ineke Roeling van Rouw besloot het onvermijdelijke te accepteren. “Laat mij u dan nu uitnodigen om er in september, vlak voor Prinsjesdag, wél te staan, samen met de LSVb, samen met het ISO.” Die uitdaging kon Van Rooy moeilijk negeren. “Ik ben consequent. Als jullie in september tot een echt gezamenlijke aanpak komen, dan zul je de VSNU en dus ook alle universiteiten aan je zijde vinden.” “Daar houden we u aan”, klonk het strijdlustig uit de zaal.