“Geef hoger onderwijs premie voor uitvalbestrijding”

Body: 
Hogescholen en universiteiten die hun studenten succesvol door het eerste jaar loodsen, moeten daarvoor een extra premie krijgen, vindt de Onderwijsraad. Minister Plasterk voelt er weinig voor.

Ongeveer een kwart van de universitaire studenten en zo’n dertig procent van de hbo’ers stopt binnen een jaar met studeren of wisselt van opleiding. In een vandaag gepresenteerd advies doet de Onderwijsraad aanbevelingen om deze forse uitval aan te pakken. Er zou winst zijn te boeken als het eerste jaar van de bachelorfase beter georganiseerd wordt. Momenteel voelen te weinig studenten zich uitgedaagd door hun opleiding. Ze zouden er weinig binding mee hebben, kennen hun docenten nauwelijks en het onderwijsprogramma dat ze volgen is soms erg mager.

De initiatieven die hogescholen en universiteiten de laatste jaren nemen om hier verbetering in te brengen verdienen een financiële impuls, vindt de Onderwijsraad: een premie voor een instelling als een student het eerste jaar van zijn opleiding afrondt en doorstroomt naar het tweede. Maar de raad waarschuwt onmiddellijk dat de kwaliteit niet onder druk mag komen als het financieel aantrekkelijk wordt zoveel moge¬lijk studenten te laten doorstromen. Daarom zouden opleidingen aan het eind van het eerste jaar een overgangsexamen moeten afnemen, waarvan ze de eisen samen vaststellen. Verplicht zou zo’n examen echter niet zijn; een opleiding kan de vereiste kwaliteit ook op een andere manier aantonen.

Voorzitter Fons van Wieringen vindt dat het geld voor zo’n eerstejaarspremie uit de diplomabonus van instellingen kan worden betaald. “Maar als je wilt proefdraaien met dit instrument ligt het voor de hand dat je er extra geld voor vrijmaakt.” Het is niet de eerste keer dat de Onderwijsraad voorstellen doet voor extra financiële prikkels. Afgelopen zomer pleitte de raad al voor een bonus voor opleidingen die bovengemiddelde kwaliteit leveren. “Niet iedereen vindt het leuk om over financiële prikkels te praten, maar de meeste economen zullen zeggen dat het werkt.”

Kritisch is de Onderwijsraad over de geringe openheid van opleidingen over rendement en kwaliteit. Instellingen zouden beter inzichtelijk moeten maken welke studenten het hoger onderwijs verlaten en wie er alleen maar van opleiding switcht. Ook informatie over de hoeveelheid contacturen en het opleidingsniveau van docenten ontbreekt vaak. Meer openheid zou een goede studiekeuze bevorderen en helpen tegen studieuitval.

Daarnaast is een hechte relatie tussen student en opleiding van belang. De Onderwijsraad pleit in dat verband voor de invoering van meer campussen. Van Wieringen: “Ik zeg niet dat dit voor alle studenten hét middel is om ze extra te motiveren voor hun opleiding. Maar het werkt zeker voor een deel van de populatie. Bij de university colleges in Utrecht en Middelburg wordt dat bewezen. Er kunnen zeker twintig van dat soort campussen bij.”

Minister Plasterk noemde de campussuggestie in een eerste reactie “zeer interessant”. Op de ‘eerstejaarspremie’ komt hij later terug.

Het rapport van de Onderwijsraad staat niet op zich: het hoger onderwijs maakt al ruim een jaar meer werk van uitvalbestrijding. Zo wisselen de universiteiten ideeën uit om eerstejaars binnenboord te houden en bieden hogescholen in de Randstad hun niet-westerse studenten meer maatwerk aan.

Ook in de strategische agenda hoger onderwijs van Plasterk komt uitvalbestrijding uitgebreid aan de orde: hij wil die de komende jaren halveren. Maar voorzitter Doekle Terpstra van de HBO-raad vindt de daarvoor beschikbare middelen veel te beperkt en wil dat het kabinet meer aardgasbaten investeert. Minister Plasterk hield de boot vanochtend af: “Via de strategische agenda komen er extra middelen vrij. Specifiek ook voor allochtonen. Als dat niet genoeg is, dan stel ik voor dat het hbo nog eens naar de totale bekostiging kijkt en andere prioriteiten stelt. Dat heb ik binnen het departement ook gedaan toen ik een miljard zocht voor de leraren.”

HOP