Allochtone studenten voelen zich goed thuis aan de UU

Body: 
De Universiteit Utrecht wordt door studenten met een biculturele achtergrond positief gewaardeerd. Zij voelen zich thuis in hun opleiding, weten de weg naar de studieloopbaanbegeleider gemakkelijk te vinden en zijn positief over hun tutor en over de studievoorlichting.

Dit zijn enkele van de resultaten uit een enquête van Stichting Oer over het Utrechtse diversiteitsbeleid. In totaal werden 892 studenten ondervraagd, waarvan 147 met een biculturele achtergrond. Doel van het onderzoek was om de mening van Utrechtse studenten in kaart te brengen over het beleid om de universiteit toegankelijker te maken voor biculturele studenten, dat wil zeggen studenten waarvan ten minste één ouder is geboren in een land buiten de westerse invloedssfeer. In het rapport zeggen de auteurs dat zij bewust hebben gekozen voor gebruik van het woord ‘bicultureel’ vanwege de negatieve associaties die de term ‘allochtoon’ oproept.

Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat de UU op de goede weg is. Weliswaar moet er nog het nodige gebeuren wil het streefcijfer van 15 procent allochtone studenten in 2009 worden gehaald, maar de studenten met een biculturele achtergrond die al in Utrecht studeren, zijn dik tevreden. Ze vinden hun studie gemiddeld wel iets moeilijker dan hun monoculturele studiegenoten, maar slechts 3,5 procent zegt zich niet of nauwelijks op de UU thuis te voelen, 47,5 procent beantwoordt deze vraag met ‘ik voel me hier heel erg thuis’.

Veel emoties wekt het diversiteitsbeleid niet op bij studenten, zo blijkt uit de antwoorden. Tweederde van de ondervraagden zegt het niet al te veel te kunnen schelen of de studentenpopulatie een goede afspiegeling vormt van de Nederlandse samenleving. De 147 ondervraagde biculturele studenten vinden dit overigens wel belangrijk. Ook op de vraag hoe de UU aantrekkelijker kan worden voor allochtone studenten, reageren van oorsprong Nederlandse studenten tamelijk laconiek. De meest gegeven antwoorden op deze vraag luiden: ‘Weet ik niet’ of ‘Is niet nodig’, zo blijkt uit de resultaten die op donderdag 14 februari worden gepresenteerd aan vertegenwoordigers van het college van bestuur en de Universiteitsraad.

EH