Clingendael geen bezwaar tegen Iraanse studenten

Body: 
Iraanse studenten moeten gewoon een Nederlandse bèta-opleiding kunnen volgen. De VN-resolutie op grond waarvan de groep door universiteiten wordt geweigerd, blokkeert alleen “specialised teaching and training” rond nucleaire technologie.

Dat stelt Dick Leurdijk van instituut Clingendael, het kenniscentrum voor internationale politiek. “In de kranten wordt de suggestie gewekt dat gewone Iraanse studenten aan Nederlandse instellingen de kennis kunnen vinden waarmee kernwapens kunnen worden gemaakt. Onzin natuurlijk: een gewone student vergaart basiskennis, niets meer.”

De Universiteit Twente en de TU Eindhoven laten helemaal geen Iraanse studenten meer toe, omdat immigratiedienst IND op grond van de VN-resolutie wil dat universiteiten officieel verklaren dat deze studenten geen toegang krijgen tot ‘proliferatiegevoelige informatie’. De instellingen zeggen die verklaring niet te kunnen geven.

De TU Delft maakt zich minder zorgen. Volgens een woordvoerder van de instelling kunnen Iraanse studenten er zonder problemen een opleiding volgen. “We geven geen colleges over proliferatiegevoelige informatie. Alleen het Reactorinstituut Delft blijft voor hen gesloten.”

Volgens Leurdijk van Clingendael speelt de affaire-Khan de universiteiten nog altijd parten: in de jaren zeventig zorgde wetenschapper Abdul Quadeer Khan ervoor dat Pakistan Nederlandse nucleaire kennis in handen kreeg die uiteindelijk werd gebruikt bij de ontwikkeling van kernwapens. “Maar Khan was al wetenschapper. Hij werkte bij verschillende instituten en vergaarde daar de gespecialiseerde kennis die nu volgens de VN voor Iran moet worden geblokkeerd. Dat is natuurlijk iets totaal anders dan kennis die een gewone student opdoet.”

Een woordvoerder van OCW laat weten dat het kabinet aan de zaak werkt. “Het is niet de bedoeling dat openbare kennis wordt afgeschermd. Het is te vroeg om te zeggen dat er iets voor Iraanse studenten wordt geregeld, maar we zijn met universiteiten en andere betrokken ministeries in gesprek over de interpretatie van de VN-resolutie.”

HOP