Column van Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft: "Uit 't Hooft"

Body: 
Vorig jaar heeft Gerard 't Hooft in hetfaculteitsblad Fylakra vijf maal een column geschreven. Hier is, inverkorte vorm, zijn stuk over de 'crack mail' die je alstheoretisch fysicus kennelijk ontvangt.

Column van Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft: "Uit 'tHooft"

"Ongeveer wekelijks, met plotselinge uitschieters als er net eentelevisieprogramma of krantenbericht is geweest, wetenbriefschrijvers mij te vinden. Er zijn collega's die niet van zulkepost gediend zijn, de brieven retour zenden of wegmieteren, maar ikvind dit kostbaar goed. Vaak is er diep en intens nagedacht overopzienbarende ontdekkingen door de auteur, en de bevindingen wordenin sierlijk proza opgediend.

"Op 25 november 1997", zo schrijft een genie uit Canada, "heb iku een kopie gestuurd van mijn artikel, 'A Unified Field Theory',maar achteraf gezien zal ik uw bereidheid wel overschat hebben omeen paar van uw kostbare uren aan een ongevraagd manuscript tebesteden, van een onbekende auteur." Maar hij is bereid zijnontdekking nog eens kort samen te vatten.

Zo beginnen veel van mijn brieven, maar daarna komt er altijdiets unieks. Dit keer bestaat de wereld uit 'rotonen', die alleenmet de lichtsnelheid c kunnen voortbewegen. Er zitten tekeningetjesbij van cirkels en pijlen. De bijbehorende formules worden aan mijovergelaten.

Bij een andere willekeurige greep komt een brief uit 1989tevoorschijn, na de Teleac-cursus 'Van quantum tot Quark'. "Als dezwaartekracht niet verdwijnt bij R r", staat er, en dan inhoofdletters: "DAN DIENT MEN BIJ HOGE ENERGIE EXPERIMENTEN BEDACHTTE ZIJN OP DE MOGELIJKE FORMATIE VAN EEN ZWART GAT!". De schrijverheeft overheid (o.a. de minister president) en 'enkele anderecentra' hiervoor gewaarschuwd. Zouden deze aangeschrevenen wetendat een deeltjesversneller de Mc2 behorende bij miljoenen tonnenmaterie aan energie nodig zou hebben om een zwart gat van hetgevaarlijke soort te kunnen produceren? Ik heb er in ieder gevalniets meer van vernomen.

Zijn er ook vrouwen bij? Jazeker. "Hoi! Je kent me niet en ikzal me even voorstellen. Ik heet ... ; ooit heb ik een blauw jaarnatuurkunde gestudeerd." Maar schrijfster is doorgegaan in defilosofie, heeft nu allerlei vragen over de intepretatie van dequantummechanica, en wil "graag komen bomen over een aantal dingenin de quantumwereld." Ze heeft gelezen dat dingen niet bestaanzolang we ze niet waarnemen. Die 'antroposentrismen' vindt ze 'alverdacht veel lijken op een dualisme mens-quant, met debijbehorende metafiziese rimram direkt om de hoek op de loerliggend'. Ik ben niet wezen bomen.

Ook bevat mijn doos brieven die er op het eerste gezicht heeltechnischen professioneel uitzien. Een auteur beklaagt zich omdateen referee geadviseerd heeft '... not to publish this type ofarticle in any of the journals of physics'. Hij vindt dat deLorentz-symmetrie van een Diracdeeltje moet worden uitgebreid, doorover te gaan op quaternionen. Dat zijn theorie als onzin wordtterzijde geschoven, wijt hij aan onze onmetelijke verering van eneAlbert Einstein en diens kortzichtige opvattingen overLorentzinvariantie.

De volgende brief die ik uit mijn doos graai is van eengevaarlijk soort oplichter uit Portland, Oregon. Hij vraagt mijnmedewerking bij praktische toepassingen van het Higgsmechanisme, enzegt mijn 'most valuable published papers' te hebben bestudeerd alsreferenties in de beschrijving van internationaal gepatenteerdeuitvindingen, zoals een 'space propulsion system', gebruik makendvan 'quantum tunnelling' en 'faster than light particles'. Op zijnweb-pagina wordt alles verder uiteengezet. Het geschetste apparaatschittert van een ontwapenende eenvoud. Het heeft de vorm van eenkubus.

Ik heb nog maar een honderdste van mijn doos behandeld, maariedere brief die ik krijg is op zijn manier weer uniek. Slechtséén algemene regel heb ik erin kunnen ontwaren, en dat iswat er gebeurt als ik reageer. Soms vind ik een brief interessantof aardig genoeg om kort te beantwoorden. Dat we echt wel meerweten over antideeltjes, bijvoorbeeld, of over gravitatie, en datons bewustzijn niets met elementaire deeltjes heeft te maken, ofwaar de schrijver een kleine denkfout maakt. Wat er dan gebeurt issteevast hetzelfde. Er volgt een nieuwe brief, die 2 à 3 keerzo lang is als de vorige. En dit wordt een geometrische reeks diealleen eindigt als ik ophoud met reageren. Een heel enkele keerword ik echt boos, zoals toen die meneer zijn levenswerk met eenheuse ketting aan het fotokopiëerapparaat van de bibliotheekbevestigde, met een kaartje eraan waarop stond: 'kabinet 't Hooft'.Ach, dat was slechts een incident.

Gerard 't Hooft