'Dan wordt het heel chaotisch in je hoofd'

Body: 
Maaike van Rossum, Jorien van Eldik en PatriciaCronie bewoonden de zolderverdieping van het huis aan deNachtegaalstraat dat vorige week woensdag uitbrandde. Afgelopenweekend haalden ze samen met wat familieleden nog wat spullen uithun zwartgeblakerde kamers.

Het ruikt nog steeds naar brand in de omgeving van het pand.Enkele winkelende voorbijgangers blijven staan en lezen een briefjedat op de deur van de videotheek hangt. De klanten worden verzochthun geleende videobanden thuis te bewaren. Sommigen kijken met eengefronste blik naar boven. Twee ramen zijn veranderd in zwartegaten. Voor een deel van het huis is een stuk oranje plasticgespannen.

Jorien van Eldik, tweedejaars studente psychologie, opent devoordeur. Ze loopt naar binnen gevolgd door haar vader en zusje. Inhet halletje ligt een grijsachtige drab gevormd door as en de veleliters water die gebruikt zijn voor het blussen. Overal liggenglassplinters en persoonlijke spullen. Op de eerste verdieping isde ravage nog groter. "De brand is in de kamer hiernaast ontstaan",vertelt Jorien. "Die jongen lag nog te slapen. Zijn parkietje heefthem wakker gemaakt."

De psychologiestudente laat de rest van het huis zien. De kamerwaar de brand is ontstaan is zwartgeblakerd. De keuken heeft nietgebrand. Toch zitten er geen ramen meer in de kozijnen en de deurnaar het dakterras klappert in de tocht. Op het aanrecht liggen eenpaar dode muizen. "Die zijn gestikt en uit het plafondgevallen."

Op de zolderverdieping is het pikkedonker. Jorien begroet Maaikevan Rossem en haar familieleden. "We proberen te redden wat er nogte redden valt", verzucht de vader van Maaike met een vuilniszak inz'n hand. "Misschien kunnen we die kleren nog stomen, maar debrandlucht zal er nooit helemaal uitgaan." Maaike, studentegeneeskunde, vertelt dat haar fotoalbums de brand hebben overleefd."Wat ik het meest mis, zijn de kleine spulletjes. Alles wat aan demuur hing is weg: mijn propedeuse, kaarten die mensen me hebbengestuurd en een gedicht dat mijn tante had geschreven bij mijngeboorte."

Even later komt Patricia Cronie, studente journalistiek, aan. Zeloopt verdwaasd door haar kamer. Ze plukt wat papieren en cd's uitde bergen natte en zwarte bezittingen die her en der verspreidliggen. "Ik zoek een formulier van de woonservice. Je bent zo blijals je nog iets vindt in dat vuil." De studentes waren alledrieonverzekerd. Maaike: "Ik schat dat ik zo'n vijftienduizend guldenschade heb."

Maaike van Rossem was net als haar huisgenoten Jorien enPatricia niet thuis op het moment dat de brand uitbrak. Degeneeskundestudente was bij haar ouders in Tiel. Toen ze met de busnaar huis ging was haar straat afgesloten. "We kwamen tegelijk meteen brandweerauto aanrijden. Ik zei nog tegen een mevrouw in debus: 'Ik hoop dat het niet mijn huis is'." Op de hoek van de straatwerd ze tegengehouden door een agent die vertelde dat de woningboven de videiotheek brandde. "Dan wordt het heel chaotisch in jehoofd. Je denkt: 'Dat is mijn huis' en 'wie zit er nog in?." Opstraat kwam Maaike een aantal huisgenoten tegen. "We stonden aan deoverkant van de straat te huilen. Je staat dan vol ongeloof naar jehuis te kijken en ziet de brandweer water naar binnen pompen."Maaike van Rossem klinkt nog steeds aangeslagen als ze het verhaalvertelt. "Er werd een camera op me gericht terwijl ik daar stond tehuilen." De huisgenoten werden naar het politiebureau gebracht. "Wekregen broodjes en later kwam wethouder Mik langs. Die vertelde datalles goed zou komen."

Patricia wordt boos en zegt: "We hebben helemaal geen rechtenals kamerbewoners. De gemeente kan ons geen huis aanbieden."Jorien:"Het liefst willen we weer bij elkaar wonen. We hadden het gezelligmet elkaar en we hebben hetzelfde meegemaakt." De bewoners gaanvoorlopig logeren bij vrienden en familie, maar hopen snel weeriets te vinden. "Ik mis mijn kamer, mijn eigen plek", zegtPatricia. "Omdat er een brand is wordt alles je ontnomen. Het istoch niet onze schuld."

Joke van der Glas