De linker weet niet wat de rechter doet

Body: 
Een giraffe kan het al een paar uur na de geboorte,een mens doet er een paar jaar over: het coördineren van deverschillende lichaamsdelen. Vaak staan we er niet bij stil, maarhet gezamenlijk bewegen van lichaamsdelen is lang niet zovanzelfsprekend als we aannemen. Jasper Boessenkool promoveerde erafgelopen maandag op: hoe gaat de coördinatie van onze handenin z'n werk?

In zijn proefschrift beschrijft Boessenkool de paradox van de'bi-manuele' handelingen. Enerzijds kunnen onze handen zich zonderproblemen onafhankelijk van elkaar bewegen, anderzijds wordenbewegingen van de ene hand vaak beïnvloed door die van decollega-hand. Probeer maar eens tegelijkertijd op je hoofd tetikken en met je andere hand rondjes te draaien over je buik. Datgaat helemaal niet zo eenvoudig. De promovendus onderzocht welkemechanismen de handen doen bewegen en of hier gemeenschappelijkeneurologische structuren aan ten grondslag liggen.

De natuurkundige Boessenkool, verbonden aan het HelmholtzInstituut waar onderzoek gedaan wordt naar de fysica van de mens,kwam erachter dat armen elkaar soms wel, soms nietbeïnvloeden. Deze beïnvloeding is taakafhankelijk: bijeenvoudige opdrachten van de hersens, zoals bijvoorbeeld wijzen,zullen handen zonder problemen onafhankelijk opereren. Als dehanden echter ingewikkelder taken moeten uitvoeren, ontstaat ervanzelf een koppeling tussen de ene en de andere hand. De aandachtmoet dan over verschillende taken verdeeld worden en dit leidt tothet niet meer onafhankelijk van elkaar aansturen van de handen,aldus Boessenkool.

Ook ontdekte hij dat de handen van zijn proefpersonen andersreageerden op nieuwe visuele informatie dan op een verstoring vande hand zelf. In het eerste geval, waarbij de proefpersoon metéén hand een 'omweg' moest maken, kan die hand datuitstekend en zonder de andere hand 'mee te trekken'. In het tweedegeval, waarbij er onverwachts een kracht op de pols werduitgeoefend, bleek de reactie van de verstoorde hand automatisch deandere in een soortgelijke beweging mee te trekken. Deze bevindingverraste Boessenkool; hij en zijn collega's hebben hier nog geenverklaring voor.

Een en ander heeft Boessenkool tot de conclusie gebracht dat ergéén centraal, enkelvoudig sturingssysteem voor beidehanden bestaat, maar twee verschillende. Deze kunnen in principeonafhankelijk van elkaar werken. Hij heeft daarnaast aangetoond, endat was minstens zo verassend, dat er een koppeling tussen beidehanden ontstaat als het ze allemaal te ingewikkeld wordt.

NV