De ruimte zoals die door mensen wordt ervaren

Body: 
Helen Couclelis en de dynamiek van geografischeinformatiesystemen

Op de verjaardag van de universiteit, 26 maart,worden traditiegetrouw eredoctoraten uitgereikt aan verdienstelijkewetenschappers. Deze keer konden de faculteiten Geneeskunde,Scheikunde en Ruimtelijke Wetenschappen een kandidaat voordragendie morgen in de Domkerk hun kappa in ontvangst zullennemen.


Het ene landschapskaartje is nog mooier dan hetandere. Met groot enthousiasme tovert fysisch geograaf prof.dr.Peter Burrough de meest schitterende kaarten uit zijn computertevoorschijn. En dat alles dankzij de elektronische revolutie diede afgelopen twintig jaar in de geografie heeft plaatsgevonden. Eenvan de voorlopers in deze omwenteling was de nieuwe Utrechtseeredoctor, prof. dr. Helen Couclelis.

Geboren in Athene ging de tegenwoordig in Santa Barbara wonendeGriekse aanvankelijk architectuur studeren, voordat zij via deplanologie uiteindelijk terecht kwam in de geografie. En dat wasjuist op het moment dat ons vak zo'n twintig jaar geleden in de banbegon te raken van de computer, vertelt Burrough.

"De computer heeft voor het eerst serieus zijn intrede in degeografie gedaan via speciaal voor ons vakgebied ontwikkeldeGIS-programma's (Geographical Information Systems), en eigenlijk isHelen Couclelis van meet af aan bij dat automatiseringsprocesbetrokken geweest. GIS is in eerste instantie ontwikkeld om hetmaken van kaarten te automatiseren. Maar al snel werd duidelijk datde computer ook heel goed bruikbaar was om geografischegegevensbestanden op te slaan en met elkaar te combineren. Hier hebik bijvoorbeeld een kaart van Noord-Limburg waarop je kunt zienhoeveel zink er in de bodem langs de oevers van de Maas zit. Metéén druk op de knop plaatst de computer er eenreliëfkaartje overheen zodat duidelijk wordt in hoeverre dehoogte en de bodemvervuiling verband met elkaar houden."

Dynamiek

Terwijl veel van haar collega's vooral gefascineerd waren doorde nieuwe technische mogelijkheden, wees Couclelis als gevolg vande onorthodoxe route die zij had gevolgd echter van het begin afaan juist op de beperkingen van de techniek. Want hoe bruikbaar decomputer ook mocht zijn, bij het automatiseren van databestandenwerd naar haar mening onvoldoende rekening gehouden met de manierwaarop ruimte wordtervaren.

Burrough: "Veel geografen hebben de neiging om data als harde,onveranderlijke gegevens te beschouwen. Een wijk is dat deel van destad wat door de gemeente 'wijk' wordt genoemd. Vandaar dat denadruk bij GIS in het begin sterk op de technologie lag. Als jemaar een goed werkend systeem had, dan stopte je daar vervolgenssimpelweg de beschikbare gegevens over die wijk in, en dan had jeeen goed beeld van die wijk. Maar daarbij vergat men dat voor debewoners van zo'n wijk de grenzen gevoelsmatig weleens heel anderskunnen lopen dan de gemeente denkt. Wil je dus een model bouwenwaarin je op een zinnige manier over zo'n wijk praat, dan zul jebij het groeperen en verwerken van je gegevens ook met die belevingrekening moeten houden. Helen Couclelis is een van de eerstengeweest die modellen heeft opgesteld die rekening hielden met diebeleving en die dus een realistisch beeld gaven van de geografischewerkelijkheid zoals die door mensen wordt ervaren."

Een tweede belangrijke bijdrage van Couclelis aan debruikbaarheid van GIS was volgens Burrough het toevoegen vandynamiek aan haar modellen. "Ook in dat opzicht was zij een van deeersten. De conventionele GIS-programma's konden eigenlijk alleenstatische data-sets verwerken, met als resultaat plaatjes vanéén bepaalde stand van zaken. Voor geleidelijkeveranderingen als gevolg van elkaar beïnvloedende processenwas in het systeem lange tijd geen ruimte. Dankzij mede doorCouclelis ontwikkelde wiskundige technieken beschikken we nu overmodellen die kunnen voorspellen wat kleine variaties in deinvoergegevens voor gevolgen zullen hebben op tal van geografischegrootheden. Denkt u maar aan de vraag wat de invloed zal zijn vande introductie van een gescheiden rioleringssysteem voor kraanwateren WC-afval op het milieu in en rond de stad. Met dat soortonderzoek zijn wij in Utrecht de laatste tijd sterk bezig. In feitevormt het de kern van ons Breedtestrategie-programma 'Viable citiesin a sustainable landscape' (Leefbare steden in een duurzaamlandschap).

Dankzij de samenwerking tussen Utrecht en Santa Barbara heeftBurrough Couclelis inmiddels ook persoonlijk wat beter lerenkennen. "Ik ken haar niet heel goed, maar ik heb haar een paar maalbezocht en één beeld zie ik zo weer voor me. Dat is hetbeeld van Helen die op haar paard over het Californische strandgaloppeert. Utrecht is een prima universiteit om te werken, maarSanta Barbara heeft toch ook zo zijn voordelen."

Rosalie Curto