De strijd tussen geheugen en grammatica

Body: 
Hoeveel woorden, zinnen en uitdrukkingen die mensenin een gesprek zoal gebruiken liggen van tevoren klaar in hun eigenmentale woordenboek en hoeveel worden ter plekke gecomponeerd aande hand van grammaticale procedures? Onder taalkundigen vindt er algeruime tijd een debat plaats over de verhouding tussen hetassociatief geheugen en het toepassen van grammaticale regels inhet taalvermogen. Het Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTSwijdt ter gelegenheid van het tienjarig bestaan een conferentie aanhet vraagstuk.

"In de taalwetenschap heeft lange tijd het onderzoek naar degrammatica die ten grondslag ligt aan het vormen van woorden enwoordgroepen centraal gestaan", vertelt dr. Sieb Nooteboom,hoogleraar fonetiek en volgende week voorzitter van het 'Utrechtcongress on storage and computation in linguistics'."Theorieën moesten zoveel mogelijk uitgaan van regels. Entheorieën die een groter beroep deden op het geheugen werdenzonder pardon afgestraft", aldus de hoogleraar.

Nooteboom schetst een situatie waarin vakgenoten welaccepteerden dat ongelede woorden als 'hond' en 'kat', 'jas' en'rood' in het geheugen waren opgenomen, maar een samengesteld woordals 'hondenriem' niet. Dat werd door regels gevormd. Alleen desamengestelde woorden waarvan de betekenis niet uit de onderdelenduidelijk wordt, bijvoorbeeld 'blaaskaak', zouden wel in hetmentale lexicon zijn terug te vinden.

Volgens Nooteboom gaan er binnen het vakgebied de laatste tijdsteeds meer geluiden op, waarin verzet tegen het primaat van degrammaticale regels doorklinkt. De tegenstanders beroepen zich inde eerste plaats op het enorme vermogen van het menselijk brein ommassaal informatie op te slaan. Nooteboom: "Als je dat weet is hetnatuurlijk zot om een theorie, die gebruik wil maken vangeheugencapaciteit, zomaar weg te wuiven."

Paard

Ook de steeds grotere belangstelling die taalkundigen aan de dagleggen voor zegswijzen en idiomen, heeft bijgedragen aan degroeiende twijfel over een strikt 'compositionele' opvatting vantaal. "We wisten natuurlijk wel dat er allerlei vaste uitdrukkingenzijn die we niet aan de hand van vaste regels kunnen begrijpen.Vele daarvan zijn in allerlei naslagwerken opgeslagen. Uit nieuwonderzoek kwam echter naar voren dat er veel meer van zulkeuitdrukkingen zijn dan we dachten. Het gaat om honderdduizenden,misschien wel miljoenen." Lachend: "Het is absurd watwe met zijnallen uitkramen."

Als voorbeelden van zogenaamde idiomatische uitdrukkingen die wealleen kunnen begrijpen en kennen als we de betekenis hebbengeleerd noemt Nooteboom zinnen als 'het paard achter de wagenspannen' of 'de zon niet in het water kunnen zien schijnen'. Maarer zijn volgens hem ook talloze cliché's die tot dezecategorie behoren. "Denk aan: 'ik noem maar wat' of 'da's nietmis'."

De argeloze buitenstaander zou nu kunnen denken dat volgens denieuwe inzichten al die uitdrukkingen, zegswijzen en cliché'sals geheel en onanalyseerbaar ergens in de hersenen zijnopgeslagen. Nooteboom waarschuwt tegen die primitieve reactie. "Diewoordcombinaties zijn nog gewoon toegankelijk voorzinsvormingsoperaties. De zin 'omdat hij nooit de zon in het waterheeft kunnen zien schijnen', is net als de oorspronkelijkeuitdrukking een volstrekt correcte Nederlandse zin."

Om te bepalen wanneer nu voor het herkennen of produceren vansamengestelde woorden of woordgroepen de geheugenfunctie wordtingeschakeld en wanneer een beroep wordt gedaan op grammaticaleregels worden allerlei onderzoeken en experimenten verricht. Zowerden door het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek inNijmegen proefpersonen getest op de snelheid van het herkennen vanverschillende samengestelde woorden. "De onderzoekers kekenbijvoorbeeld bij het woord 'goedheid' naar het effect van hetaantal woordstammen dat met -heid gecombineerd kan worden op desnelheid van herkenning", vertelt Nootenboom. "Die snelheid wordtgroter naarmate er meer combinaties mogelijk zijn. Hieruit zou menkunnen concluderen dat het woord door de proefpersonen ontleedwerd. In een tweede experiment werd het effect van degebruiksfrequentie van dezelfde samengestelde woorden gemeten.Hieruit bleek dat het woord ook als geheel werd herkend." VolgensNooteboom laten de Nijmeegse resultaten zien dat taalgebruikersvaak beide routes volgen om woorden te herkennen. De tweestrategieën lijken een competitie aan te gaan waarbij desnelste wint.

Het nieuwe denken over de rol van het geheugen en regels kanvolgens Nooteboom grote implicaties hebben voor de verhoudingentussen de klassieke 'modulen' die de taalkunde in het taalvermogenonderscheidt. Van oudsher wordt er in het vakgebied gesproken overaparte modulen voor woordvorming, zinsvorming, uitspraak,interpretatie en het woordenboek. De Amerikaanse taalkundige RayJackendoff zal er in de openingslezing van het congres zeker opwijzen dat de scheidslijn tussen het mentale woordenboek en deverschillende andere modulen minder duidelijk wordt wanneer hetmentale woordenboek inderdaad veel meer woorden enwoordcombinatiesbevat dan tot nu toe aangenomen. Een ernstige heroverweging van hettraditionele modulen-denken zou noodzakelijk zijn.

Taalpsychologische experimenten waarin onderzoek werd gedaannaar het herkennen van uitdrukkingen lijken het bewijs te leverenvoor een 'overlap' tussen modulen. Nooteboom: "Die proeven gevenaan dat een luisteraar vaste uitdrukkingen zowel letterlijk alsfiguurlijk verwerkt. De interpretatie van uitdrukkingen vindt dusnet als het herkennen van samengestelde woorden via een dubbelspoor plaats. Soms kan de letterlijke interpretatie de figuurlijkeinterpretatie versterken. Bij de verwerking van een uitdrukking als'de zon niet in het water kunnen zien schijnen' zou je je kunnenvoorstellen dat de letterlijke betekenis de luisteraar op het spoorzet van de figuurlijke. De figuurlijke interpretatie, die vastligtin het geheugen, wint het."

Klemtonen

Op een veel abstracter niveau doet de vraag wat klaarligt in demenselijke geest en wat geconstrueerd moet worden overigens al veellanger opgeld in de taalkunde. De vraag was dan altijd: hoe kan eenkind zich op basis van in feite heel weinig materiaal zo snel eentaal eigen maken? In navolging van Noam Chomsky wordt in de modernetaalkunde over het algemeen uitgegaan van het bestaan van een'universele grammatica': een verzameling algemene grammaticaleregels die bij de geboorte klaar liggen en samen het taalvermogenvormen. Sommige wetenschappers denken echter dat die regels pas inhet leerproces worden gevormd. Steven Gillis uit Antwerpen heeftgeprobeerd wat licht in de welhaast filosofische strijd te brengendoor een vergelijking te maken met behulp van tweecomputersimulaties van het leren van klemtonen. Het ene systeembeschikte over een universele grammatica die Gillis samenstelde aande hand van meer dan tweehonderd talen, het andere opereerdehelemaal blanco. Nooteboom: "Ik ben benieuwd naar zijn resultaten,die horen we pas op het congres. Maar het blijven simulaties."

Congresvoorzitter Nooteboom wijst erop dat de vragen die nuworden opgeworpen rondom de functies van het mentale lexicon en degrammaticale regels in het taalvermogen niet alleen implicatieshebben voor de theorievorming in het vakgebied. "Als het juist isdat mensen in het overgrote gedeelte van de gevallen uitdrukkingengebruiken die klaar liggen in hun hoofd en waarvan de betekenisniet is af te leiden uit de betekenis van afzonderlijke onderdelen,dan heeft dat grote gevolgen voor de mogelijkheden en beperkingenom een computer taal te laten herkennen en begrijpen. Voor dehuidige ontwikkeling van systemen voormens/machine-interactie isdat vraagstuk dus van eminent belang.

"Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat de uitspraak van deidiomen en cliché's die uit het geheugen worden geput andersis dan die van nieuw gevormde woordcombinaties. Bouwers van eensprekende computer hebben die informatie nodig." Tenslotte hebbende nieuwe inzichten volgens Nooteboom consequenties voor hettaalonderwijs. In het aanleren van een tweede taal zal volgens dehoogleraar meer de nadruk komen te liggen op het aanleren vanidioom.

Nooteboom denkt dat hij met het congres op het juiste momentkomt. Niet alleen is er toenemende belangstelling ondertaalkundigen voor verschijnselen die niet 'compositioneel' zijn teverklaren, maar taalkundigen zijn bovendien steeds meer geneigdsamen te werken met taalpsychologen en neuro-wetenschappers.Nooteboom wil die interactie bevorderen en heeft daarom ookkopstukken uit die vakgebieden uitgenodigd voor het congres. "Hetbeeld van de taalkundige die met een pijp achter zijn bureautheorieën bedenkt is achterhaald"

Xander Bronkhorst

Het 'Utrecht congress on storage and computationin linquistics' vindt van dinsdag 19 oktober tot en met donderdag21 oktober plaats op Drift 21.