In deeltijd naar de top

Body: 
Eind 1996 klaagde de Leidse deeltijd-onderzoeksterdr. I. van der Zande onderzoekschool ISED aan omdat deze indirectonderscheid zou maken tussen mannen en vrouwen. De CommissieGelijke Behandeling gaf haar gelijk. De ISED stelde haartoelatingseisen, waaronder een verplicht aantal publicaties, voordeeltijders en voltijders namelijk gelijk. Voor deeltijders is hetmoeilijk dat aantal te halen in minder tijd. Indirect benadeeldedat volgens de Commissie vrouwen, omdat zij het meest in deeltijdwerken. In de universiteitsraad van december vorig jaar werdbesloten dat onderzoekscholen niet dezelfde hoeveelheid publicatiesmogen eisen van deeltijders (vaak vrouwen) als van voltijders. Tweevrouwelijke deeltijdhoogleraren geven hun visie.


Prof. Ten Horn mist inhoudelijke discussie over werk

Mevrouw prof.dr. S. ten Horn is als bijzonderhoogleraar Zorgmanagement verbonden aan het Julius Centrum voorPatiƫntgebonden Onderzoek. Ze heeft een aanstelling van 1 dagper week. Daarnaast is ze inspecteur bij de Inspectie voor deGezondheidszorg in Den Haag.

"In december stond er een lijstje met toppromotors in hetU-blad. Ik realiseerde me dat je daar als deeltijder nooit van jeleven tussen komt te staan. Ik heb vier promoties op mijn naamstaan in de periode 1994-1998. Ik werk een dag per week, dus kun jedat getal met vijf vermenigvuldigen. Dan kom ik op twintigpromoties en zou ik op dat lijstje terechtkomen, maar zo werkt datkennelijk niet. Als deeltijder is het een stuk ingewikkelder omnaam te maken."

Ten Horn zet verder haar kanttekeningen bij het belang datgehecht wordt aan het aantal publicaties in gerenommeerdewetenschappelijke tijdschriften. "Wetenschap bedrijven lijkt steedsmeer op voetbal. De doelpunten zijn belangrijker dan het spel. Watik mis is een meer inhoudelijke discussie over het werk."

Van Horn wil niet beweren dat het het typisch mannelijk is omnaar de punten te kijken, maar "het is een kwestie van cultuur, dieten dele samenhangt met het grote aantal mannen in dewetenschappelijke wereld, maar het komt vooral omdat we de Engelseen Amerikaanse cultuur menen te moeten volgen. Hier wordt bij eenpromotie na drie kwartier gezegd: hora est. Onlangs was ik inSpanje bij een promotie die twee uur in beslag nam. Hoeinteressanter de promotie, des te langer duurt het. Het gaat daarveel meer om de inhoud."

Ten Horn heeft wel gemerkt dat mannelijke hoogleraren vakergericht zijn op scoren. "Dan hoor je ze bijvoorbeeld zeggen dat zegeen boeksprekingenmeer doen omdat daar zo weinig eer aan tebehalen valt. Een vrouw heb ik nooit zo horen redeneren."

Er zijn bij Geneeskunde minder vrouwen dan zou moeten, maarvolgens Ten Horn komt dat ook omdat vrouwen relatief kort in zogrote getale geneeskunde studeren. Er moet zich eerst nog eenvrouwelijk middenkader van universitair docenten vormen.Persoonlijk is haar nooit een duimbreed in de weg gelegd omhoogleraar te worden. "Ik ben gevraagd voor de functie."

Op de vraag of een deeltijdaanstelling een belemmering is om eenbepaald niveau te bereiken in de wetenschappelijke wereld,antwoordt Ten Horn ontkennend. "Ik ben het levende bewijs dat hetgeen belemmering hoeft te zijn. Als ik niet aan de normen zouhebben voldaan, was ik niet voor een tweede termijn benoemd en zoude faculteit niet hebben besloten de bijzondere leerstoel in 2001om te zetten in een reguliere."


Prof. Noordhuizen-Stassen heeft het idee dat generatie onderhaar meer eist

Mevrouw prof.dr. E. Noordhuizen-Stassen is voor 20uur universitair hoofddocent en voor 16 uur hoogleraar Relatie MensDier aan de faculteit Diergeneeskunde.

"Een aantal jaren geleden was ik voorzitter van deemancipatiecommissie. We concludeerden dat er een glazen plafondwas voor vrouwen bij Diergeneeskunde. Al bij de overgang vantijdelijke naar vaste aanstellingen, kromp het percentage vrouwendrastisch. Zelf heb ik een unieke positie op de faculteit. Toen ikAIO was en een tijdelijk contract had dat dreigde af te lopen, benik gevraagd om docent te worden. Ik zei: 'Dat is prima, maar ik doehet alleen parttime.' Dat werd geaccepteerd."

Noordhuizen-Stassen heeft nooit gemerkt dat collega's haar eropaankeken. Dat ze zich spiegelt aan degenen die fulltime werken zitpuur in haarzelf. "Maar kijk, deeltijd werken is niet ideaal als jeverder wilt. Mijn lijstje van prestaties zijn uiteraard korter dandat van een fulltimer. Dat kan niet anders. Voor toelating tot onzeonderzoekschool wordt echter niet naar individuen gekeken, maarnaar de projectgroep in zijn geheel en naar het aantal publicatiesin verhouding tot de aanstelling. Dus in mijn geval speelt dathelemaal niet. Behalve als ik ergens anders hogerop wil."

Ze vindt dat er niet te zwaar aan publicaties getild moetworden. Kwaliteit is belangrijker. "Er is een bepaald minimum datiemand gepubliceerd moet hebben om geloofwaardig te zijn, maar ofiemand nou 10 of 14 publicaties op zijn naam heeft staan, mag nietdoorslaggevend zijn."

Noordhuizen-Stassen ziet op haar faculteit meer mannen metambitie dan vrouwen. "Ambitie moet je hebben als je verder wiltkomen. Soms heb ik het idee dat de generatie onder mij ook meereist. Dat je deeltijd werkt en voor kinderen moet zorgen is ook jeeigen keuze. Je kan niet altijd vergaderingen afzeggen. Je moet ooghebben voor de organisatie en je een beetje soepel opstellen." Inhet verleden werd ze er, ondanks haar soepele opstelling, wel eensop aangekeken dat ze een dag in de week niet kon vergaderen omdatze bij de kinderen moest zijn. Maar nu ze hoogleraar is, heeft zedaar geen last meer van. "Deeltijdwerken is meer geaccepteerd in desamenleving, maar het is ook een kwestie van hiƫrarchie. Alsik nu niet op een vergadering kom, vraagt niemand meer naar dereden."

Suzanne Brink