Derde geldstroom gaat knellen

Body: 
De financiële noodzaak om opdrachten voor derden uit te voeren (de derde geldstroom) dwingt veel groepen tot het doen van onderzoek dat zij eigenlijk niet de moeite waard vinden. Hoog tijd voor beleid op dit punt, vindt U-raadslid Wil Hildebrand.

Het geldgebrek van sommige onderzoeksgroepen is zo groot dat zij hun aandacht noodgedwongen moeten richten op wetenschappelijk minder interessante maar voor opdrachtgevers aantrekkelijke thema's. Dat constateert de werkgroep Strategie van de Universiteitsraad op basis van een enquête onder 86 Utrechtse onderzoeksleiders.

Omdat de kosten en de baten van derdegeldstroomonderzoek vaak weinig inzichtelijk zijn, is het voor die groepen lastig om zonder steun een goede afweging te maken. Bijna de helft van de respondenten klaagde over een gebrek aan ondersteuning.

"Ik was niet verbaasd over de belangrijke plaats die de derde geldstroom in ons onderzoek inneemt", zegt Wil Hildebrand, een van de leden van de werkgroep. "Maar ik ben wel geschrokken van de invloed ervan op het beleid. Aan de ene kant wordt door veel onderzoekers heel denigrerend over onderzoek in opdracht gesproken: 'Wat stelt het helemaal voor?' Maar intussen is de nood zo hoog dat ze om financiële redenen opdrachten accepteren, waar ze wetenschappelijk geen brood in zien."

Het is de vraag of de universiteit als geheel daar wel belang bij heeft, vindt Hildebrand. "Gezien de dalende subsidie van de overheid kan interessant derdegeldstroomonderzoek een waardevolle aanvulling op het budget van groepen vormen. Het middel dreigt nu echter tot doel te worden verheven en wij zijn bang dat dat ten koste gaat van het fundamentele onderzoek. Vandaar dat wij er bij het college van bestuur op aan zullen dringen om in het komende Strategisch Plan expliciet beleid op dit punt te formuleren."

EH