Driedimensionale sport

Body: 
Voor het publiek is er weinig te beleven bij eenwedstrijd onderwaterhockey. Veel flapperende zwemvliezen,opspattend water en af en toe een hoofd, dat snakkend naar ademeven boven komt. De plaats van de puck, een loden schijf vanongeveer twee kilo, is ongeveer te raden doordat de zwemvinnen zichrazendsnel langs de oppervlakte bewegen.

De eigenlijke wedstrijd speelt zich af op de bodem van hetzwembad. Daar proberen twee teams van zes personen - alleen op hethoogste niveau is er een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen- de puck in het doel van de tegenpartij te schuiven. Het speelveldis ongeveer vijfentwintig meter lang en vijftien meter breed. Hetdoel is een metalen bak van ongeveer drie meter lang, dertigcentimeter breed en achttien centimeter hoog.

Voor de spelers is het nooit saai, vertelt Karin Veltman,tweedejaars Rechten. Ze beoefent de sport al acht jaar bij deGooische Onderwatersport Vereniging in Bussum en ze maakt deel uitvan de Nederlandse selectie. In juni doet ze mee aan het Europeeskampioenschap in Slovenië, waar Nederland met Frankrijk tot defavorieten behoort.

"Ik heb veel andere sporten gedaan, maar ik ken geen sport diezoveel van je vergt", zegt Veltman. "Je moet jezelf steedsoverwinnen. Lucht is bij deze sport een extra belemmering. Je moetblijven gaan en bij andere sporten heb je altijd lucht. Deuitrusting van de hockeyers bestaat namelijk slechts uit vinnen,een duikbril, een snorkel en een sikkelvormige stick."

Onderwaterhockey is volgens Veltman ook erg dynamisch. "Je hebttegenstanders onder je, boven je en naast je. In Nederland is hetmeer een mannensport; bij de zestig teams is slechts een op de vijfspelers vrouw. Het is ook een ruwe sport", vervolgt Veltman. "Hetis niet zo gemeen als waterpolo, maar na een wedstrijd zit ikaltijd onder de blauwe plekken."

De sport gaat niet ten koste van Veltmans studieresultaten."Mijn studie loopt als een trein. Doordat onderwaterhockey fysiekzo zwaar is duren trainingen hooguit een uur en wedstrijden eenhalf uur." Ze is ongeveer acht uur aan haar trainingen kwijt enspeelt een wedstrijd per week. Na een training op zondagochtend metde selectie ben ik vaak wel te moe om te studeren, maar verder valthet goed te combineren. Daarnaast is ze lid van Orca waar ze tweekeer per week probeert te trainen en deel uitmaakt van deactiviteitencommissie. "Met mijn bijbaantje ben ik gestopt. Datwerd me toch allemaal iets teveel", voegtze daaraan toe.

De onderwaterhockeyers zijn zich er zeer van bewust dat erweinig te doen is aan de onbekendheid van hun sport. Weinigpubliek, geen televisie, dus geen sponsors en dus geen geld. Hetdeert Veltman niet. Ze is er gelukkig mee dat ze van twee uuronderwaterhockey meer sportieve bevrediging heeft dan vanéén dag tennissen. Erkenning door het NOC*NSF alsA-sporters en mogelijke status als demonstratiesport bij deOlympische Spelen zijn al behoorlijke mijlpalen voor de karigbedeelde onderwatersporters.

Vooral bij de vrouwen zit er de laatste jaren toch aardig degroei in, volgens Veltman. "De meeste mensen trekken we door ze eenkeertje mee te laten doen. We krijgen ook wel wat leden via hetduiken. Zo is de sport dertig jaar geleden in Engeland ookontstaan. Duikers die zich verveelden omdat ze constant baantjesmoesten trekken, gingen met een echte hockeystick en een loodblokhet water in."

Jürgen Swart