Een onfeilbare vertaalmachine

Body: 
Hij ontwikkelde het eerste computerprogramma waarmeevakteksten gegarandeerd correct kunnen worden vertaald in om heteven welke taal. Maar hoewel in wetenschappelijk opzicht eendoorbraak, is de kans groot dat de vinding van promovendusWillem-Olaf Huijsen voorlopig ongebruikt in de kast zal blijvenliggen.

De droom van een vertaalmachine dateert niet van vandaag ofgisteren. Al in de zeventiende eeuw speculeerden de filosofenLeibniz en Descartes over de mogelijkheden van een soort mechanischwoordenboek. Maar de eigenlijke impuls voor de speurtocht naar goedwerkende vertaalautomaten vormde toch de komst van de computer. Metname de koude oorlog in de jaren vijftig zorgde voor veelwetenschappelijke activiteit op dit terrein, waarbij debelangstelling overigens met name uitging naar vertalingen uit hetRussisch in het Engels.

Al snel bleek echter dat met de technologie van die tijd zelfseen simpele machinale vertaling onevenredig duur was vergeleken methet werk van menselijke vertalers, reden waarom het onderzoek alredelijk snel weer op een laag pitje werd gezet. Pas in de jarentachtig kwam onder invloed van de groeiende betekenis van deEuropese Economische Gemeenschap het thema 'machinaal vertalen',onder meer in Nederland, terug in de wetenschappelijkebelangstelling met als resultaat de ontwikkeling van een aantalsystemen die, zij het op beperkte schaal, redelijkfunctioneren.

Een groot probleem bleef echter dat ook die systemen, zoals bijvoorbeeld het door Philips ontwikkelde Rosetta-systeem, op de meestonverwachte momenten het spoor bijster raakten. Reden voorpromovendus Willem-Olaf Huijsen om zich in 1993 te buigen over devraag onder welke voorwaarden een systeem kon worden ontwikkeld datgegarandeerd correcte vertalingen zou kunnen leveren. Het antwoordop die vraag ligt besloten in het proefschrift waarop Huijsenvrijdag 25 september promoveert.

De Utrechtse promovendus koos als uitgangspunt de vertaling van'gecontroleerde talen'. Dat zijn talen, zoals wetenschappelijke oftechnische talen, met een beperkte woordenschat en met tot indetail vastgelegde grammaticale regels. Maar in plaats van hetRosetta-systeem te gebruiken, ontwierp hij een nieuwalgebraïsch systeem dat veel breder toepasbaar is.

Huijsen: "Die algebraïsche aanpak bleek een gouden greep tezijn. Met de door mij ontwikkelde regels kan ik garanderen dat ereen volledig correcte vertaling kan worden gemaakt van elkewillekeurige taal naareen andere, mits het uiteraard gaat om twee'gecontroleerde talen', waarvan de regels correct zijngeprogrammeerd. Bij mijn weten is dit de eerste keer dat eendergelijke garantie kan worden gegeven. In wetenschappelijk opzichtkun je dus zeker spreken van een doorbraak."

Dat zijn vinding snel tot praktische resultaten zal leidenbetwijfelt Huijsen overigens zeer. "Mijn resultaten zouden primabruikbaar zijn geweest voor het Rosetta-project. Maar helaas heeftPhilips dat project vorig jaar vanwege geldgebrek stop gezet. En inveel praktische toepassingen van vertaalmachines wordt op ditmoment nog gewerkt met volstrekt verouderde methoden. Ik ben dusbang dat dit proefschrift voorlopig in de kast zal blijvenliggen.

Er gaapt echt een enorme kloof tussen de praktijk en de theorie.Ons onderzoek loopt jaren voor op de praktische ontwikkelingen. Endan te bedenken dat het hier alleen nog maar gaat om de vertalingvan heel simpele talen. Ik ben bang dat de ontwikkeling vanmachines die spreektaal goed kunnen vertalen wel altijd een illusiezal blijven. Taal is zo'n gecompliceerd fenomeen dat hetgemakkelijker is om iemand op de maan te zetten dan om een machinete construeren die een zin correct kan vertalen."