Faculteitsraad Geneeskunde protesteert tegen dreigende opheffing

Body: 
In een brief aan de Universiteitsraad uiten de leden van de faculteitsraad Geneeskunde deze week hun zorg over de toekomst van de facultaire medezeggenschap. Zij staan afwijzend tegenover het voorstel om studenten en medewerkers onder te brengen in aparte raden.

Aanleiding voor de brief van de faculteitsraad is een voorstel van de Raad van Bestuur van het UMC Utrecht om alle medezeggenschap van medewerkers voortaan plaats te laten vinden in de Ondernemingsraad. Voor zaken rond onderwijs en onderzoek, die nu niet in de OR aan bod komen, wordt een aparte commissie in het leven geroepen. De studenten oefenen hun recht op medezeggenschap voortaan uit in een Studentenraad. Commissie O&O en Studentenraad vergaderen minstens twee maal per jaar gezamenlijk.

Het college van bestuur van de Universiteit Utrecht heeft vorige week laten weten achter de wens van de Raad van Bestuur van het UMCU te staan. Volgens het college wordt de medezeggenschap in de nieuw voorgestelde vorm niet aangetast. Zij kan juist veel effectiever worden dan op dit moment, omdat de huidige faculteitsraad onvoldoende zicht heeft op het strategisch plan en de begroting van het ziekenhuis. De ondernemingsraad heeft dat overzicht wel.

De faculteitsraad Geneeskunde stelt daar tegenover echter dat de inhoudsdeskundigheid over en de betrokkenheid bij onderwijs en onderzoek van de huidige raad in de nieuw voorgestelde structuur grotendeels verloren zal gaan. Zij heeft informatie ingewonnen bij UMC’s met vergelijkbare vormen van medezeggenschap en constateert dat daar veel kritiek bestaat en dat de gedeelde structuur er wordt ervaren als verlies van medezeggenschap voor onderwijs en onderzoek.

Vorige week heeft het college van bestuur de Universiteitsraad gevraagd om in te stemmen met een Richtlijn voor het Faculteitsreglement van Geneeskunde met daarin de nieuw voorgestelde medezeggenschapsstructuur. Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, maakt de faculteitsraad Geneeskunde in haar brief ondubbelzinnig duidelijk te hopen dat de Universiteitsraad deze instemming niet voetstoots zal geven.

EH