Geldgebrek dwingt groepen tot aanpassing onderzoek

Body: 
In meer dan driekwart van de Utrechtse onderzoeksgroepen is de kans om opdrachten van derden te verwerven medebepalend voor de keuze van het onderzoeksprogramma. In een kwart van de groepen is het zelfs het belangrijkste uitgangspunt.

Dat is een van de meest opvallende uitkomsten van een enquête onder 86 trekkers van Utrechtse onderzoeksgroepen. Hoofddoel van de door de werkgroep strategie van de Universiteitsraad uitgezette enquête was om meer inzicht te krijgen in de winstgevendheid van het in opdracht van derden uitgevoerde onderzoek, dat in het universitaire jargon door het leven gaat als derde geldstroom. De eerste geldstroom is in dat jargon het universitaire budget, de tweede geldstroom bestaat uit subsidies van organisaties als NWO en de Europese Unie.

Uit de antwoorden van de respondenten blijkt dat zij het lastig vinden om te bepalen hoe rendabel in opdracht uitgevoerd onderzoek is. Dat komt omdat van een aantal door de groep gemaakte kosten, zoals die van huisvesting en al aanwezige apparatuur, lang niet altijd helder valt te berekenen welk deel ervan aan het opdrachtonderzoek moet worden toegerekend.

Nu zou dit op zich niet zo erg zijn als de opdrachten van derden dan in ieder geval in wetenschappelijk opzicht ‘winst’ voor de groep zouden betekenen. Met name dat blijkt echter erg tegen te vallen, zo blijkt uit de teruggestuurde enquêtes. In slechts twintig procent van de gevallen is er een inhoudelijke reden om het onderzoek uit te voeren. De hoofdreden is simpelweg ‘geld verdienen’, antwoordt een ruime meerderheid, waarbij op de koop toegenomen wordt dat het onderzoek wetenschappelijk niet erg interessant is. Men heeft het geld domweg nodig om het hoofd boven water te houden.

Zorgelijk vinden de leden van U-raadswerkgroep het feit dat voor liefst 29 procent van de ondervraagden de noodzaak om opdrachten binnen te halen kennelijk zo groot is dat de aantrekkelijkheid voor opdrachtgevers een bepalende rol speelt bij het formuleren van het onderzoeksbeleid. Terwijl je als universiteit toch moet hopen dat onderzoeksprogramma’s op basis van wetenschappelijke criteria worden geformuleerd, wordt de capaciteit van veel groepen om dit ook werkelijk te doen door geldgebrek beperkt, is de sombere conclusie van de werkgroep. Zij pleit er bij het college van bestuur voor om groepen in ieder geval meer te gaan ondersteunen bij de lastige afweging die ze vaak moeten maken.

EH