Gezocht: Nederlandse vrienden

Body: 
“Ik zou graag meer Nederlanders willen ontmoeten,” vertelt masterstudent Xuefei (29) uit China in haar keuken. “Maar ik woon in de tweede woontoren van de Bisschoppen en hier zitten alleen maar internationale studenten. Via mijn woning komt er dus niets tot stand.”

Buitenlandse studenten vinden moeilijk aansluiting bij Nederlandse collega’s

In onze Domstad wonen meer dan 2000 buitenlandse studenten. Volgens de International Student Barometer (ISB) van de universiteit heeft het merendeel moeite om te integreren in het Utrechtse studentenleven. Xuefei is één van hen. Ook Ludovica (18) uit Italië is het nog niet gelukt om Utrechtse vrienden te maken. “Toen ik naar Nederland kwam, had ik wel die verwachting. Ik hoopte dat ik met Nederlanders in contact zou komen. Inmiddels is die behoefte wat afgezwakt omdat ik onder buitenlandse studenten nu al veel vrienden heb gemaakt.”

Het loopt dus niet zo lekker met de integratie. De HUISVESTING in Utrecht speelt daarbij een belangrijke rol. Internationale studenten en met name de short stayers, wonen vaak bij elkaar in dezelfde studentencomplexen. Van spreiding is geen sprake. Een kamer vinden bij een particulier of in een studentenhuis is voor velen uitgesloten vanwege het tekort aan kamers en het hospiteersysteem. De buitenlandse student is voornamelijk aangewezen op de SSH, de studentenhuisvester van Utrecht.

De SSH is fijn en betrouwbaar voor een student uit den vreemde, want voordat hij in Utrecht arriveert, kan hij een kamer regelen via internet bij de afdeling Short Stay. Hij kan kiezen in welk complex hij graag wil wonen, hij kan zich er direct voor inschrijven en hij kan via internet betalen.

Veel internationale studenten komen terecht in de grotere complexen en flats van de SSH. Hoewel deze panden ook Utrechtse studenten huisvesten, wonen de meeste short stayers in de speciaal voor hen gereserveerde toren of woonlaag. Van een woonmix met Nederlandse studenten is nauwelijks sprake.

Volgens Jesse van Mourik, communicatiemedewerker van de SSH afdeling Short Stay, is dat onvermijdelijk. “Ons hoofddoel is allereerst om kant-en-klare huisvesting te verzorgen. Onze kerntaak is niet: integratie. Daarnaast zijn de kamers voor internationale studenten door ons gemeubileerd en gestoffeerd. Dan is het praktischer om ze bij elkaar te houden.”

Van Mourik denkt dat menging ook lastig kan zijn voor de Nederlandse bewoners. “Dit heeft niets met cultuurverschillen te maken, maar de meeste Nederlandse studenten stellen het op prijs als ze weten wie er bij hen komt wonen. Vandaar dat ze zo vaak een hospiteersysteem hanteren, dan heb je totale controle over wie er bij je intrekt. “Een student die uit China komt, kun je niet laten hospiteren. Die moet voor vertrek weten, dat hij woonruimte heeft in Utrecht. Maar je kunt ook niet zo maar iemand plaatsen in een eenheid met Nederlanders; short stayers blijven vaak maar een half jaar en sommige studentenunits vinden dat ongezellig.”

Als de SSH op het vlak van integratie weinig voor de internationale studenten kan betekenen, wie kan dat dan wel? We vragen het aan Saskia van der Meer, secretaris van het woonbestuur van studentencomplex de Bisschoppen in De Uithof. Het woonbestuur is er in principe niet voor de internationale student, zegt ze. “De belangen en wensen van internationale studenten zijn dusdanig anders dan die van Nederlandse studenten dat het voor ons lastig is om beide groepen tevreden te houden. Voor studenten die maar zes maanden in Nederland zijn, organiseer je immers andere activiteiten dan voor studenten die er jaren wonen.”

De internationale student moet het dus van de SOCIALE CONTACTEN buiten de deur hebben. Hoe gastvrij zijn de Utrechters? Erasmus student Eva (23) uit Duitsland vindt het niet makkelijk. “Ik ga uit op plekken waar veel Nederlanders komen zoals de Monza of Poema. Hier en daar heb ik dan wel eens gesprekjes, maar toch kom ik nauwelijks in contact met Nederlanders.” Ook Licia (23) uit Italië doet haar best. “Ik ben een keer met een Italiaanse vriendin naar een feest geweest waar alleen Nederlanders waren, maar niemand wilde met ons praten. Misschien hadden ze geen zin om Engels te spreken.”

Bij het Erasmus Studenten Netwerk (ESN) zouden Eva en Licia waarschijnlijk snel nieuwe vrienden kunnen maken. De vereniging organiseert allerlei activiteiten voor buitenlandse studenten. Er worden kroegentochten gehouden, ze kunnen ‘s nachts gaan kanoën en weekendjes weg naar de Wadden. Nederland kan flink worden geproefd bij deze vereniging. Er is wèl een probleempje: alleen buitenlandse studenten kunnen lid worden van ESN.

“Afgelopen jaar merkten we al dat de integratie daardoor niet soepel verloopt,” vertelt voorzitter Rikkert Dahmen, van ESN. “Het is niet ons hoofddoel, want wij zijn er voornamelijk om activiteiten te organiseren voor buitenlandse studenten. Toch hebben we besloten dit jaar het accent wat meer te leggen op het contact met Nederlandse studenten. We hadden altijd al het mentorprogramma. Dan werden twee Nederlandse studenten op een groepje van tien internationale studenten gezet om ze wegwijs te maken in de stad en leuke dingen met elkaar te doen. Het kwam dan ook voor dat de short stayers in contact kwamen met Nederlanders. We merkten alleen dat na een maand of twee, als de nieuwe studenten een beetje gewend zijn, de groepjes uit elkaar vallen. Vaak blijven de short stayers hangen bij hun internationale vrienden. We vinden het belangrijk dat de mentorgroepjes bij elkaar blijven, dus hebben we het dit jaar iets anders aangepakt. De mentoren en buitenlandse studenten ontmoeten elkaar nu regelmatig tijdens de International Kitchen. Verschillende mentorgroepjes komen dan samen om gerechten uit eigen land te introduceren.”

Hoewel Nederlanders geen lid mogen worden van ESN, zijn er wel andere wegen om ze te betrekken bij de activiteiten. Rikkert: “Naast het mentorprogramma kunnen nu alle commissieleden van onze organisatie, dat zijn er zo’n 40 à 50, met onze activiteiten meedoen. Zo zijn er per activiteit een stuk of vier Utrechtse studenten van de partij. Het is misschien niet denderend veel, maar alle beetjes helpen.” Verder denkt Dahmen dat internationale studenten zelf ook wat actiever zouden kunnen worden binnen ESN. “Er zijn er een paar die nu filmavonden organiseren. Zo komen ze niet alleen in contact met Nederlanders, ze botsen ook tegen allerlei regeltjes op waardoor ze de Nederlandse bureaucratie leren kennen.”

Als integratie via wonen of gezelligheid moeizaam verloopt, zou er wellicht een schone taak voor de UNIVERSITEIT liggen. Rikkert: “Dat denk ik niet. Je moet dit soort dingen niet willen afdwingen. De kans is groot dat je dan je doel voorbij schiet.”

Femke van der Geest, studentendecaan van het International Office is het met hem eens. “We kunnen wel proberen als universiteit in bepaalde behoeftes te voorzien, maar uiteindelijk is onderwijs de hoofdtaak van de universiteit. Overigens is er binnen faculteiten wel degelijk aandacht voor het probleem. De Graduate School Natural Sciences had bijvoorbeeld altijd twee gescheiden introductiedagen: één voor Nederlandse en één voor buitenlandse studenten. Die hebben ze sinds kort samengevoegd.”

Ook het International Office houdt zich tot op zekere hoogte bezig met de integratie van buitenlandse studenten, zegt Van der Geest: “We zijn bijvoorbeeld opdrachtgever van Orientation Day en Social Orientation, dagen die twee keer per jaar plaatsvinden om buitenlandse studenten de kans te geven de universiteit te leren kennen.”

Volgens ESN’er Rikkert kan de samenwerking met STUDIE-, STUDENTEN- EN SPORTVERENIGINGEN het meest teweegbrengen. “Dat is tenslotte dé manier om het Utrechtse studentenleven echt te proeven. Er worden al meerdere activiteiten van ESN samen met verenigingen georganiseerd. Zo hebben we ondermeer een structureel buddyprogramma met NSU en binnenkort gaan we roeien bij Triton. Het is belangrijk dat de internationale studenten van de verenigingen af weten. Vandaar dat we begin volgend jaar een sportmarkt gaan organiseren.”

Femke van der Geest is het met hem eens. “We zien steeds meer faculteiten hun verenigingen betrekken bij evenementen. Ook het college van bestuur heeft deze kwestie onder de aandacht gebracht bij de verschillende verenigingen. Ze worden nu bewuster en actiever.”

Commissaris Intern Rob Franken van bèta-studievereniging A-Eskwadraat beaamt dat zijn vereniging wat voor buitenlanders kan betekenen, maar tot nu toe verloopt het moeizaam. “Wij zetten ons vooral actief in voor masterstudenten, omdat de exchange studenten in de bachelor heel lastig te bereiken zijn. We hebben het afgelopen jaar geprobeerd activiteiten voor masterstudenten te organiseren, maar die werden afgelast omdat er te weinig interesse voor was. Ik denk dat deze studenten over het algemeen serieuzer met hun studie bezig zijn. Daarnaast speelt de taalbarrière een rol. Het grootst aantal leden van onze vereniging spreekt Nederlands, bij activiteiten in groepen zal iedereen al snel zijn moedertaal gaan spreken.”

Al met al kan integratie dus maar tot op zekere hoogte, erkent Rikkert. “Je kunt alles inzetten wat je wilt, maar uiteindelijk spreken buitenlandse studenten de taal niet, zijn er grote cultuurverschillen en blijven de meesten maar een half jaar tot een jaar in Utrecht studeren. Dat is vaak te kort om iets op te bouwen.” Volgens Jesse van Mourik van de SSH blijft het een kwestie van eigen initiatief. “Het ligt bij de studenten zelf om Nederlanders te ontmoeten. En dat geldt andersom ook.”

Kader 1:

Utrechtse student in het buitenland

Is Utrecht er slecht aan toe wat betreft internationalisering? Of is de situatie elders al even weinig rooskleurig? Marit de Vrijer heeft vier maanden in Salamanca in Spanje gewoond en vertelt over haar ervaring.

“Ik woonde in een flat met andere internationale studenten. Later kwamen er nog 6 andere Nederlanders bij. Ik ging vooral met deze mensen om. Ik deed Spaans in Salamanca en volgde de lessen ook weer met internationale studenten. Veel contact met Spanjaarden had ik dus niet. Daarnaast kreeg ik een Amerikaans vriendje waardoor we toch veel in dezelfde internationale groep verkeerden. Met uitgaan moest je echt naar de juiste tent gaan om wat locals te kunnen ontmoeten. Maar iedereen ging in het begin vaak naar de Camelot, een soort Erasmus kroeg, en dan ging ik ook meestal mee.

“Het heeft een beetje te maken met wie je tegen het lijf loopt, want ik denk dat ik in Salamanca makkelijk wat meer Spaanse vrienden had kunnen maken. Ik zat bijvoorbeeld op een Spaanse sportschool. Na de les gingen we wel eens wat drinken met de groep. Daarnaast had je ook ‘intercambio’ ontmoetingen. Dan spreken koppels af om hun talen met elkaar uit te wisselen en te oefenen.

“Ik vind wel dat ik behoorlijk aan mijn lot werd overgelaten door de universiteit. Je moest veel meer zelf regelen en organiseren dan bijvoorbeeld in Utrecht. Ik denk dat hier zeker op sociaal vlak meer mogelijkheden worden geboden dan in Salamanca.”

Kader 2:

Hoe het ook kan: De Warande een jaar later

Vorig jaar werd er pittig onderhandeld tussen het woonbestuur van studentenflat De Warande en de SSH. De SSH wilde in totaal 200 short stayers onderbrengen in het complex in Zeist. Voor iedere bewoner die ging verhuizen, zou er een internationale student in de plaats komen. Volgens het woonbestuur was dit destijds niet volgens de afspraak. “We kregen het gevoel dat de exchange studenten ons door de strot werden gedouwd,” vertelt Lennert.

Lennert woont inmiddels vijf jaar in de studentenflat in Zeist en zit in de Warandebuscommissie. “Inmiddels is de stemming redelijk bijgedraaid. De SSH streeft er nu naar om de bewoners vooraf te informeren als er een nieuwe internationale student in de eenheid arriveert.” Ook zijn er duidelijke afspraken over wanneer er een short stayer mag worden geplaatst. Lennert: “Per eenheid blijft het bij een of twee buitenlandse studenten.”

De SSH wil meer, vertelt Lennert. “De SSH focust zich op het inrichten van volledige eenheden voor internationale gasten. De huidige Utrechtse studenten krijgen als eenheid een verhuisaanbod dat ze op vrijwillige basis kunnen accepteren. Als ze deze accepteren verhuizen zij en neemt de SSH de eenheid over voor gebruik als internationaal studentenhuis. Als de bewoners niet in gaan op het verhuisaanbod dan komen er, ongeacht hoeveel internationals er al zijn in die eenheid, geen short stayers meer bij.”

Volgens Lennert heeft de situatie geen invloed gehad op de sfeer in het complex. “Het gaat heel goed. Onze bewonersvereniging organiseert verschillende activiteiten en mede dankzij de internationale studenten zijn deze een succes. De short stayers zitten bijvoorbeeld ook vaak in onze kroeg, de Wombat, waar veel interactie onderling is.”

PROFIELTJES

Geïntegreerd / Niet geïntegreerd*

*doorhalen wat niet van toepassing is

Narayan /Australië / 22 / Humanistiek / Half jaar in Nederland

Aantal vrienden: “Twaalf.”

Aantal Nederlandse vrienden: “Nul.”

Hoe kan dat: “Waarschijnlijk omdat ik niet met Nederlandse studenten samenwoon. Daarnaast volg ik mijn lessen ook voornamelijk met internationale studenten.”

Favoriete Hollandse snack / maaltijd: “Ik eet veel friet met, maar verder geen idee wat lekker en typisch Hollands is.”

Cultuurshock: “Het is me opgevallen dat sommige mensen nationalistisch zijn wanneer het gaat om de taal. Er heeft een keer een man tegen me aan staan schreeuwen dat als ik hier woonde ik ook maar de taal moest leren spreken.”

Bezochte Hollandse attractie: “Ik ben bij Kasteel Haarzuilens geweest. Verder kom ik al fietsend op veel verschillende plekken.”

Uitgaan in de stad of international student partijtjes: “Ik denk dat het 50-50 is.”

Wie is de premier van Nederland: “Geen idee, maar de koningin heet iets met Mary toch?”

Geïntegreerd? “Ik doe onbewust nu aan dingen mee. Hollanders gaan massaal naar buiten zodra de zon schijnt. Dat doe ik nu ook. Ik waardeer de zon en de lente meer dan voorheen in Australië.”

Shawn / Verenigde staten / 24 / Humanistiek / Half jaar in Nederland

Aantal vrienden: “Twaalf.”

Aantal Nederlandse vrienden: “Een paar kennissen, meer niet.”

Waarom: “Ik heb geen echte mogelijkheden gehad omdat ik veel met internationale studenten omga. Dat opent weinig deuren naar Nederlanders.”

Favoriete Hollandse snack / maaltijd:“Broodjes kroket zijn erg goed!”

Cultuurshock: “Heb er geen een gehad. Ik kom uit Wisconsin en er zijn heel wat overeenkomsten; de weilanden en liefde voor kaas… Ik vind de interactie tijdens colleges wel opvallend. Nederlandse studenten stellen heel makkelijk kritische vragen.”

Uitgaan in de stad of international student partijtjes: “Fifty-fifty. We hebben ook wel veel van die social gatherings, dat zijn geen grote feesten.”

Bezochte Hollandse attracties: “De Keukenhof. Verder heb ik op mijn fietstripjes ook een hoop molens gezien.”

Premier van Nederland: “Niet Geert Wilders toch?”

Geïntegreerd? “Ik ben niet echt op de Hollandse manier geïntegreerd. Het is ook wel anders als je vooral met buitenlandse studenten omgaat. We have our own way of life.”

Leonard / Australië / 21 / Geosciences / Half jaar in Nederland

Aantal vrienden: “Twintig.”

Aantal Nederlandse vrienden: “Vier.”

Waarom: “De enige Nederlandse vrienden die ik heb gemaakt, heb ik leren kennen via mijn studie.”

Favoriete Hollandse snack / maaltijd:

“Stroopwafels! Ik ben niet thuis in de Hollandse maaltijden. De enige Hollandse vrienden die ik heb, willen nooit Nederlands koken omdat ze het zelf niet lekker vinden.”

Cultuurshock: “Het was wel wennen dat iedereen hier fietst en dat alles zo ontzettend dichtbij is. Dat is in Australië wel anders.”

Uitgaan in de stad of international student partijtjes: “Ongeveer evenveel.”

Bezochte Hollandse attracties: “Ik heb veel steden bezocht. Enschede, Nijmegen, Groningen, Den Haag. En ik maak veel fietstochtjes.”

Wie is de premier van Nederland: “Geen idee!”

Geïntegreerd? “Ik denk het niet, maar heb zeker een boel opgepikt. Ik kan bijvoorbeeld niet meer zonder mijn fiets!”

Noémi / Hongarije / 20 / Master biologie / 3 jaar in Nederland

Aantal vrienden: “Zes.”

Aantal Nederlandse vrienden: “Eén.”

Waarom: “Ik heb niet echt een grote vriendengroep, dan ontmoet je minder snel nieuwe mensen, dus ook geen Nederlanders. Ook woon ik samen met veel internationale studenten.”

Favoriete Hollandse snack / maaltijd: “Bitterballen met mosterd en tosti’s.”

Cultuurshock: “Voordat ik hier kwam, had ik een liberaal beeld van Nederland waar alles kan en iedereen blowt. Het is me opgevallen dat dat niet altijd het geval is. Heel veel Nederlanders blowen niet en zijn heel georganiseerd.”

Uitgaan in de stad of international student partijtjes: “Ongeveer evenveel.”

Bezochte Hollandse attracties: “Ik heb in een bootje over de Oudegracht gevaren, ben naar het Heineken museum geweest en heb de Dom beklommen.”

Minister President van Nederland: “Dit hoor ik wel te weten hè?”

Geïntegreerd? “Ik spreek de taal niet, maar kan het een beetje lezen omdat ik Duits spreek. Verder zou ik wel meer in het stadsleven willen integreren. Ik zou het leuk vinden om me bij een vereniging als Unitas aan te sluiten, maar ik weet niet of dat mag als internationale student.”