Gijs Ronnes: de Romario én Bergkamp van het volleybal

Body: 
Niemand kent hem. Hij kent niemand. Gijs Ronnesbeweegt zich al twee jaar anoniem door de gebouwen van derechtenfaculteit. Toch gaat in de 21-jarige Brabander éénvan de grootste volleybaltalenten van Nederland schuil. Alsspelverdeler van landskampioen Nesselande begint Ronnes ditweekeinde aan zijn derde jaar in de eredivisie.

Gijs Ronnes beleefde zijn finest-hour vorig jaar zomer. Dederdejaars student rechten mocht toen als tweede spelverdeler methet Nederlands team mee naar de finale van de World League inMoskou. Een jaar eerder had hij nog thuis in Nistelrode staanjuichen toen Oranje in een zinderende finale Olympisch goudbehaalde met "misschien wel het beste volleybal ooit vertoond". InMoskou vond Ronnes zichzelf opeens terug aan de ontbijttafel met dekampioenen van Atlanta. "Dat was een hele vreemde gewaarwording. Ikkende die jongens eigenlijk ook alleen maar van de televisie."

Tot het toernooi in de Russische hoofdstad leek het met devolleyballer Ronnes alleen maar crescendo te kunnen gaan. Zijnbeide broers verrichtten noeste arbeid om op eerste-divisie-niveaute blijven steken, maar Gijs was het zondagskind dat alles kwamaanwaaien. In volleybalkringen staat Ronnes niet voor niets bekendom zijn flegmatische instelling. "Ze vergelijken mewel eens metRomario." Hij glimlacht fijntjes: "Ik ben vaak een beetje moe,hè."

Aan de voorspoed kwam echter plotseling een einde toen Ronnes inde tweede wedstrijd van het vorige seizoen zijn enkelbandenscheurde. Een moeizaam herstel van zes maanden volgde. Pas in deplay-offs van de eredivisie was hij weer in staat om te spelen voorzijn Rotterdamse club Nesselande. Uiteindelijk had de talentrijkespelverdeler nog een aanzienlijke bijdrage in het behalen van delandstitel, maar zijn plaats in de nationale selectie was hij toenal kwijt.

Hoewel Ronnes vorig jaar de keuze had veel geld te gaanverdienen bij de Belgische topper Maaseik, bleef hij in Nederland.In Rotterdam wordt ook niet slecht voor de beloftevolle spelergezorgd. Hij woont samen met vier ploeggenoten in een boerderij aande rand van de Maasstad, heeft 'een auto van de zaak' en zijnbasisbeurs wordt maximaal aangevuld. Bovendien wil hij eerst zijnstudie in Utrecht afmaken. "In zo'n volleyballoopbaan kannatuurlijk van alles misgaan. Daar moet je op bedacht blijven.Gelukkig heb ik een studie waarbij je zelf je tijd kunt indelen.Het moet lukken in vijf jaar klaar te zijn."

Het `echte' studentenleven gaat echter helemaal langs detopvolleyballer heen. De dagelijkse trainingen van vier tot zevenin de zaal en de verplichte krachtrainingen in de tot `gym'verbouwde stal achter de boerderij eisen daar hun tol. Ronnes lijktwerkelijk gebukt te gaan onder het gemis. "Ik heb verschillendemalen overwogen naar Utrecht te verhuizen. Doordat ik steeds maarop en neer reis en veel colleges noodgedwongen laat schieten ken ikmaar heel weinig mensen in Utrecht. En ik ben ook niet zo'n joviaalen spontaan figuur dat met iedereen gemakkelijk een praatjeaanknoopt. Dat is nu eenmaal niet de aard van het beestje."

Na het afronden van zijn studie wil Ronnes toch graag zijn heilin het buitenland zoeken om zijn talent te gelde te maken en eenplaats in het Nederlands team af te dwingen. Er is alleen een kleinprobleempje. Sinds een angstaanjagende reis met zijn clubteam ineen oude Toepolev van Moskou naar ergens ver weg in Siberiëkampt de rechtenstudent met vliegangst. "Het is nog niet zo erg alsmet Dennis Bergkamp", zegt hij enigszins timide. "Ik stap nog welin, maar het lijkt wel of het me steeds meer moeite kost."

Xander Bronkhorst

Gijs Ronnes: 'een auto van de zaak'