Hermans tussen twee vuren

Body: 
"Een eilandenrijk waarin slecht wordt gecommuniceerden waarin laatdunkend wordt gesproken over ondersteunendediensten." Dat is volgens Scheikundedirecteur Paul Hermans hetprobleem van de faculteit waarin hij nu bijna 3,5 jaar tevergeefszijn draai heeft proberen te vinden.

Hij wil op dit moment in het openbaar liever niet te veelzeggen, omdat de negatieve gevoelens nog te sterk overheersen. Maarin een kort interview in het recente nummer van Chemie Actueelspreekt hij duidelijke taal. Bijvoorbeeld over de positie van hetfaculteitsbureau. 'Er moet op korte termijn in het bureaugeïnvesteerd worden, maar veel bereidheid daartoe merk ik nietbinnen de faculteit. Wat me erg stoort is dat er soms laatdunkendover dit soort ondersteunende functies wordt gesproken, terwijl inde praktijk problemen wel erg gemakkelijk op het bordje van hetbureau worden gelegd. Een deel van onze academische leiders heeftde prioriteiten wel heel erg nadrukkelijk liggen bij onderzoek (enonderwijs).'

Op zijn werkkamer vervolgt hij: "Wat ik steeds meer heb ervarenis dat Scheikunde een eilandenrijk is waar niet of nauwelijks wordtgecommuniceerd. Het eigen onderzoek en - in mindere mate -onderwijs is het enige dat telt. Dat gaat ten koste van het bureau,maar het gaat naar mijn mening ook ten koste van een inhoudelijkediscussie over het onderwijs- en onderzoekbeleid. Er zijn in deuniversiteit belangrijke ontwikkelingen gaande. Hoe gaan we om metde onderwijs- en onderzoekinstituten en hoe moeten de besturen vandie instituten zich in de toekomst gaan verhouden tot het bestuurvan de faculteit? Dat is een cruciale vraag. Maar over zulkekwesties wordt hier eigenlijk niet gecommuniceerd. Dat gebeurt pasals de nood aan de man is, maar dan komen de messen vaak meteen optafel."

Ook aan de trage en stroperige manier waarop de samenwerkingtussen Biologie, Farmacie en Scheikunde verloopt, heeft Hermanszich de afgelopen jaren mateloos geërgerd. "De besturen van dedrie faculteiten hebben eigenlijk nooit op één lijngezeten. Ik denk dat de decanen in sterkere mateverantwoordelijkheid voor het proces hadden moeten nemen. Dedirecteuren hebben teveel de vrije hand gehad. Overeenstemmingtussen directeuren was er op momenten zeker wel, maar die werd nietsteeds bestuurlijk gedekt. Zo bestond bij Scheikunde, waar het deherverdeling van ruimte betrof, naar mijn mening te weinigbereidheid om Farmacie tegemoet te komen. Op die manier zat ik alsdirecteur dus voortdurend tussen twee vuren. Dat heeft bijnawekelijks problemen voor mij opgeleverd. Vandaar dat ik nuhebbesloten om er een punt achter te zetten."

Voormalig bestuurslid prof.dr. R. Kaptein is verbaasd over deuitspraken van Hermans. "Ik heb altijd het gevoel gehad dat wij inhet bestuur goed samenwerkten en dat er ook wel degelijk aandachtwas voor de punten die hij noemt. Dat onderwijs en onderzoekprioriteit hadden en hebben, lijkt me niet meer dan logisch. Maarom nou te zeggen dat het bureau tot op het bot is uitgekleed, zoalshij doet, dat gaat me wat ver.

"Ik ben het eens met Hermans dat de samenwerking tussen deFSB-faculteiten moeizaam verloopt, maar voor mijn gevoel ligt datvooral aan een cultuurverschil tussen enerzijds Farmacie enanderszijds Biologie en Scheikunde. De ruimteproblematiek isnatuurlijk een lastig punt. Maar het is onzin om te zeggen datScheikunde Farmacie niet ter wille is geweest. Ik vind dat wij vrijsnel bereid waren om mee te denken over een oplossing."

EH