Hersenen, hormonen en het afweersysteem vormen één groot netwerk

Body: 
In 1991 verspreidde de Amerikaanse onderzoeker Coheneen verkoudheidsvirus in een laboratorium met proefpersonen van wiemet behulp van een vragenlijst de ontvankelijkheid voor stress wasvastgesteld. Enige dagen later werd nagegaan wie van de aanwezigenverkouden was geworden. Cohen was nauwelijks verbaasd toen bleekdat het virus voornamelijk de meer stressgevoelige proefpersonenhad besmet."

Hersenen, hormonen en het afweersysteem vormen ééngroot netwerk

Ook voor prof.dr. Cobi Heijnen was deze uitkomst geenverrassing. Als jong immunologe was ze in het begin van de jarentachtig onder invloed van haar leermeester prof.dr. Rudy Ballieuxin de ban geraakt van de toen nog zeer controversiële gedachtedat het afweersysteem reageert op veranderingen in degemoedstoestand.

"Ballieux is als een van de eersten onderzoek naar die samenhanggaan doen. Dat was een mooie tijd, waarin we allerlei spannendeproeven deden. We lieten vrouwelijke proefpersonen in ons labbijvoorbeeld naar angstige films kijken. Geweldig. De een krooponder de stoel van angst, terwijl een ander gewoon bleef zittenkijken. Zelf verwachtten we dat stress pas na langere tijd meetbareinvloed zou hebben op het afweersysteem, maar tot onze stommeverbazing zag je vrijwel direct effect. In de bloedmonsters van degestresste proefpersonen bleek het aantal killer-cellen van hetafweersysteem (de cellen die ongewenste indringers aanvallen enopruimen) al tijdens de film ongeveer te zijn verdubbeld."

De hoop van de immunologen was dat het vinden van een relatietussen stressgevoeligheid en het afweersysteem zou bijdragen aanhet vinden van therapieën voor auto-immuunziekten zoals reumaen MS Dat zijn chronische ontstekingsziekten die samenhangen meteen verstoring van het afweersysteem en de aanwijzingen werdensteeds sterker dat de mate waarin die verstoringen optreden medewordt beïnvloed door de productie van stresshormonen in dehersenen.

"Onze centrale vraag was hoe het kwam dat sommige mensen reumakregen en anderen niet. Waarschijnlijk heeft dat ook iets met hunstressgevoeligheid te maken, maar met dat blote feit konden weweinig. We zochten dus naar een fysiologische maat diestressgevoeligheid kon uitdrukken, bij voorbeeld in de aanwezigheidvan het stresshormoon cortisol, maar de psychologen die wijraadpleegden gaven niet thuis. Het was de tijd waarin debiologische benadering in de psychologie nogzeldzaam was. Depsychologen zaten nog volledig op de toer van maatschappelijkeoorzaken voor psychische problemen. Maar daar schoten wijnatuurlijk weinig mee op, want wij zochten naar therapieënvoor ziektes."

Heijnen, vorig jaar aangesteld als hoogleraarpsycho-neuro-immunologie, besloot om haar hypotheses dan maar uitte testen op proefdieren. Zouden stressgevoelige rattenbijvoorbeeld eerder ziek worden dan kalme dieren en zo ja, was daarwellicht iets aan te doen?

"We hebben dat onderzocht door bij een groep ratten een stof inte brengen die kan leiden tot verlammingen zoals ook optreden bijmultiple sclerose en de gevolgen waren verrassend duidelijk. Vantevoren hadden we vastgesteld welke ratten bij stress een zogehetenactief copinggedrag vertoonden, en welke dieren passief op stressreageerden. Dat deden we door een vreemde rat in de kooi te zettenen te zien of onze proefrat in de aanval ging of een afwachtendehouding aannam. Daarna hebben we die stof ingebracht en al snelwerd duidelijk dat de ratten met een actief copinggedrag de ziektevrijwel allemaal kregen, terwijl de andere dieren niet ofnauwelijks ziek werden.

"Nog interessanter was dat we in staat bleken om dat patroon teveranderen door dieren die vatbaar waren voor multiple scleroseonmiddellijk na de geboorte bij de moeder weg te halen. Dat levert,mits enige tijd volgehouden, zoveel stress op dat dat een enormeverandering in de hormoonhuishouding van het dier teweeg brengt.Gevolg is dat dieren die aanvankelijk vatbaar waren voor MS deziekte nu niet meer krijgen. En dat is toch wel een heelopmerkelijke vinding. Dat je zoiets puur biologisch als vatbaarheidvoor een ziekte kunt veranderen door de leefomgeving teveranderen."

ME

Heijnen hoopt voorzichtig dat met deze ontdekking de eerste stapis gezet op de weg naar een nieuwe behandeling van patiëntenmet multiple sclerose en andere auto-immuunziekten zoals reuma enastma. "Ik sluit inderdaad niet uit dat we in de toekomst bijmensen die gezien hun stressgevoeligheid tot een risicogroep voorauto-immuunziekten behoren met behulp van medicijnen en/of metgedragstherapie kunnen voorkomen dat ze de ziekte krijgen. Maar danzullen we wel eerst precies moeten weten welke mechanismen een rolspelen bij de productie van stresshormonen. Van wat er in hetlichaam gebeurt, weten we inmiddels redelijk wat, het wachten is nuop psychologen zoals Van Doornen die die kennis voor ons kunnenkoppelen aanhun kennis van het gedrag, die als het ware de biologievan de menselijke individualiteit kunnen ontrafelen."

De verwachte doorbraak op het gebied van auto-immuunziekten zouook wel eens interessante gevolgen kunnen hebben voor de aanpak vanpsychische kwalen zoals burn-out en ME, verwacht Heijnen. Want eris sprake van opmerkelijke overeenkomsten. "In beide gevallenklagen patiënten over vermoeidheid en lusteloosheid. In hetgeval van bij voorbeeld reuma weten we inmiddels dat stofjes die deimmuuncellen afscheiden daarvan de oorzaak zijn. Daarom denken wedat die symptomen ook bij ME wel eens mede door het afweersysteemzouden kunnen worden veroorzaakt. In het WKZ is recent onderzoekgedaan naar kinderen met ME en daar hebben we ontdekt dat er netals bij ziekten als reuma en MS sprake is van een verstoring van decommunicatie tussen de hersenen en het afweersysteem. Het wordtsteeds duidelijker dat hersenen, hormonen en afweersysteem in feiteéén groot netwerk vormen, waarvan de delen elkaar op allemogelijke manieren beïnvloeden."

Net als Van Doornen ervaart ook Heijnen in haar omgeving datklachten van patiënten met ME niet of nauwelijks serieusworden genomen. In de oratie die zij begin november uitsprak,kapittelde zij niet alleen de zogeheten orenmafia (alles zit tussende oren), maar ook artsen en psychiaters die weigeren om demedisch-biologische achtergrond van chronische vermoeidheid serieuste nemen.

"Uiteraard moet de oorzaak van de genoemde ziektes eldersgezocht worden. In sommige gevallen is chronische stress deoorzaak, in andere gevallen is er sprake van een ontsteking, eeninfectie of een aangeboren afwijking in het hormonale regelsysteem.Maar waar het om gaat is dat de ziekte zich in al die gevallenmanifesteert in een verstoorde interactie tussen de hersenen en hetafweersysteem. Dat is een fysiologisch probleem, en dan spreekt hettoch voor zich dat je probeert om dat met behulp van medicamentenaan te pakken? Ik vind het beschamend dat de klachten van mensenmet ME door de media serieuzer worden genomen dan door veelartsen."

Erik Hardeman