Het einde van de lokale verhoudingen

Body: 
Historicus Prak beschrijft overgang van vroeg-modernenaar moderne tijd

Sociaal-historicus Maarten Prak schreef een boek overde stedelijke gemeenschap van Den Bosch in de periode 1770-1820. Delokale autonomie verdween en de eenheidsstaat Nederland werd eenfeit. "Tegenwoordig zie je

weer een omgekeerde beweging, kijk maar naar hetsucces van lokale politieke partijen als Leefbaar Utrecht."

Ooit werkte de hoogleraar Economische en Sociale GeschiedenisMaarten Prak een jaartje bij het Bureau van de UniversiteitUtrecht. Daar heeft hij veel inspiratie opgedaan voor zijn boekover Den Bosch: "De universiteit is de grootste werkgever uit deregio: een gigantische instelling. In dat jaar heb ik van binnenuitkunnen observeren hoe zo'n massale institutie functioneert. Wat mijtoen opviel, was het belang van 'financiën' in debesluitvorming. Als het erop aankomt geeft geld de doorslag.Datzelfde mechanisme zie je aan het eind van de 18e eeuw. Ook toenwerd de besluitvorming heel vaak bepaald door de financiëleargumenten en veel minder door inhoudelijke argumenten."

Zo voegde het vanouds rijke en machtige gewest Holland zich aanhet eind van de 19e eeuw toch maar bij de andere arme en lastigeprovincies omdat ze zo haar schuldenlast kon afwentelen op eennationale schuld; ziedaar het ontstaan van de eenheidsstaatNederland.

Autonomie

Een kernbegrip in het boek van Prak is 'corporatisme', eensociaal systeem waarin lokale verhoudingen en de lokale autonomievoorop staan. Het is een samenleving waarin maatschappelijkegeledingen institutioneel zijn georganiseerd, zoals in gilden,kerkgenootschappen en schutterijen. "De corporatieve institutieshadden zelf weer een grote mate van autonomie, met hun eigenregels, inkomsten, kapitaal en vergaderingen", vertelt Prak.

In het begin van de 19e eeuw was het 'corporatisme' echternergens meer te bekennen. In 1798 was, mede dankzij de aanwezigheidvan Franse troepen, de eenheidsstaat Nederland een feit geworden.En met de troonsbestijging van koning Willem I in 1815 werd de zaakdefinitief beklonken: nooit zouden provincies, steden en gildenmeer een politieke factor van doorslaggevend belang vormen.

]`h p x "Nederland veranderde in de periode 1770-1820 dus vaneen lokalesamenleving met haar eigen gepriviligeerde groepen - dieallerlei voorrechten genoten en buitenstaanders uitsloten - in eennationale samenleving, waarin die voorrechten werden ingeruild voorgelijke rechten voor iedereen", vertelt Prak. "Bovendien: waarvroeger de belangrijkste besluitvorming plaatsvond op lokaalniveau, wordt vandaag de dag de essentiële besluitvorminggemaakt in Den Haag." In historische termen betekende de periodedie Prak in zijn boek beschrijft het einde van de vroeg-moderne enhet begin van de moderne tijd.

`h p x "De basis voor het einde van de vroeg-moderne tijd lag inde protestbeweging die binnen die corporatieve verhoudingenontstond. `Patriotten' - burgers die weinig politieke inspraakhadden - verzetten zich samen met de regenten tegen de almaartoenemende patronage en centralisatie die door Willem IV en WillemV in gang was gezet." Stelselmatig werden er door deze stadhouderszetbazen neergezet, luitenant-stadhouders, die hun invloed lietengelden in de lokale politiek en dus inbreuk maakten op dat geslotensysteem. De kritiek werd gevoed door de Vierde Engelse Oorlog van1780 tot 1784, toen de Staten Generaal niet in staat bleken oorlogte kunnen voeren, terwijl dat nu juist een van de (weinige)hoofdtaken was die hen in de decentrale Republiek wastoebedeeld.

"In de gewesten staken protestbewegingen de kop op, die nietsminder ambieerden dan een fundamentele verandering van hetstaatsbestel zelf", vervolgt Prak zijn verhaal. "De spanningenliepen met de jaren op, de stadhouder verhuisde met gezin en al vanhet vijandige Den Haag naar het meer trouwe Nijmegen en in 1787moesten er zelfs Pruisische troepen aan te pas komen om destadhouder te hulp te schieten en de opstandige patriotten teverjagen."

In 1794 stonden de Franse revolutionaire troepen aan de poortenvan Den Bosch, klaar om de revolutie te exporteren naar deNederlanden. Vanaf toen ging het snel: in de daaropvolgende jarenwerden de gilden afgeschaft, volgden diverse grondwetten elkaar open ontstonden er voor het eerst nationale sociale verhoudingen,daar waar deze daarvoor altijd lokaal waren geweest. Vandaag de dagweten we niet anders: we zijn vooral Nederlander, we kijken naarlandelijke televisiezenders en de opkomst bij lokale verkiezingenis lager dan voor de Tweede Kamer.

Reproductie

In het boek komt de bepalende rol van instituties zoals degilden sterk naar voren. "Voor een sociaal-historicus is de vraagaltijd: 'hoe werkte de samenleving in het verleden?'", verteltPrak. "In mijn boek beweer ik dat instituties daarbij een veelgrotere rol speelden dan lange tijd, onder invloed van desociologie, werd aangenomen." Niet alleen historici twijfelentegenwoordig aan dedoorslaggevende invloed van het vrije spel dermaatschappelijke krachten. Prak heeft zich laten inspireren doornieuwe ideeën over de rol van instituties in het economischleven. "Als je op eenzelfde manier naar de samenleving als geheelkijkt, zie je allerlei overeenkomsten. Sociale verhoudingen warenen zijn niet vanzelfsprekend, ze moeten als het ware steeds opnieuwgemaakt worden. In die reproductie van de maatschappelijkeverhoudingen, het voortzetten van gewoonten en denkwijzen, speleninstituties een doorslaggevende rol. Maar juist in het tijdvak datin het boek wordt beschreven, veranderden deze institutiesdramatisch van karakter." De 'republikeinse veelheid' maakte plaatsvoor een democratisch enkelvoud. Voor een wirwar aan lokaleinstituties kwam een duidelijk hiërarchische ordening in deplaats, geleid vanuit het regeringscentrum in Den Haag. Hetcruciale moment in deze ontwikkeling vormde een staatsgreep op 22januari 1798, toen een kleine groep Radicalen met steun van hetFranse leger de macht greep. In de verklaring waarin zij hunoptreden rechtvaardigden en programma uiteen zetten, stondonomwonden te lezen dat de tot dan toe autonome provinciale enstedelijke besturen voortaan zouden worden beschouwd als 'blotelykadministratieve lichaamen'. De centralisatie kwam echter nietuitsluitend van bovenaf. In het boek blijkt zonneklaar, dat depolitieke strijd in Den Bosch in de jaren na 1795 aanmerkelijkbijdroeg aan deze uitkomst, die men in 1787 nog verfoeid had!

Leefbaar Utrecht

Opmerkelijk genoeg signaleert Prak op dit moment eentegengestelde beweging. Trekjes van de samenleving van voor 1770lijken weer de kop op te steken. Denk maar aan het enorme succesvan lokale politieke partijen. "Er is een passieve nationale staatontstaan die de markt het werk laat doen. De overheid trekt zichsteeds meer terug, laat steeds meer zorgtaken vallen, snoeitconstant in de voorzieningen en ondermijnt zodoende haar eigenlegitimiteit. Lokale partijen als Leefbaar Utrecht spelen hierop indoor meer nadruk te leggen op de verantwoordelijkheden van deplaatselijke overheid. De landelijke politieke partijen verliezenhun grip op de burger, die zijn hoop steeds meer vestigt op delokale politiek."

De lokale tendens anno 1999 ziet Prak niet zonder meer als eenpositieve ontwikkeling: "Lokale politiek herbergt altijd eeninherent risico: het 'NIMBY'-effect (Not In My Back-Yard) waarbijeigen, persoonlijke belangen de hoofdmoot van de agenda zijn. Denationale staat lost dat probleem op, want ze trekt zaken alsuitkeringen, asielzoekers en verkeer naar zich toe en maakt het eennationale verantwoordelijkheid." Dat gedecentraliseerdebesluitvorminginderdaad niet altijd even verheffend hoeft te zijn,is het meest duidelijk te zien in Zwitserland, waar als gevolg vande organisatie in kantons het corporatisme nog volop bloeit. "In dereferenda die daar worden gehouden stemden de mannen toch nog heellang vrolijk tégen het kiesrecht voor vrouwen en tégengastarbeiders."

Nathan Vos

Maarten Prak, Republikeinse veelheid,democratisch enkelvoud. Sociale veranderingen in hetRevolutietijdvak `s Hertogenbosch 1770-1820. Uitg. SUN, Nijmegen.Prijs: 49,50 gulden.