In het land van kings en toys

Body: 
Twee studentes ASW onderzochten de subcultuur van degraffiti schrijver



Tags, pieces, throw-ups. Voor Ilona Duijs en JolandaErmers is het inmiddels geen geheimtaal meer. In het kader van hunafstudeeronderzoek namen de twee studentes Algemene SocialeWetenschappen een duik in de wereld die graffiti heet. En dat bleefniet onopgemerkt.

"Een vriendin belde me laatst op. Ze had even behoefte aan watstar-fucken, zei ze". Jolanda Ermers schatert. Samen met IlonaDuijs is ze de afgelopen weken werkelijk overspoeld doormedia-aandacht. Nadat de Volkskrant de primeur was gegund, melddetout journalistiek Nederland zich bij de twee studentes. Vrijwelelk verzoek voor een interview of reportage werd ingewilligd, in destiekeme hoop een uitgever te vinden voor de scriptie `Terwijl uSlaapt'.

En dan te bedenken dat ze aanvankelijk grote bedenkingen haddentoen afstudeerbegeleiders prof.dr. Frank Bovenkerk en dr. Joop tenDam kwamen aanzetten met de opdracht van de gemeente Utrecht, depolitie en het bureau HALT -een bureau dat zich bezighoudt metalternatieve straffen voor jongeren. Een profiel schetsen van degraffiti-spuiter? Jongetjes van 14 jaar die dodelijk verveeld inhet donker met een busje verf in de weer zijn vormen nu nietbepaald de meest interessante onderzoeksgroep. Pas toen tweealternatieven afvielen gingen ze aan de slag met hun`stadsetnografische studie naar het schrijven van graffiti'.

Dubbelleven

Via de registers van de politie kwamen Duijs en Ermers inaanraking met een aantal Utrechtse schrijvers. Die eerstegesprekken verliepen vooral door onwetendheid van Duijs en Ermersnogal stroefjes. "We hadden het in het begin bijvoorbeeld steedsover spuiters, terwijl die jongens zichzelf schrijvers noemen",herinnert Duijs zich. Maar het respect werd snel verdiend. "Naenige tijd wisten we precies wie met wie in een crew zat en welkecrews ruzie met elkaar hadden. En als je dan ook nog op de hoogtebent van de laatste vette actie die in het tijdschrift 'Bomber'heeft gestaan, zit je helemaal goed", meent Ermers.

Spoedig deed in de scene het gerucht de ronde dat `die meisjesvan de universiteit' bezig waren met een onderzoek naar graffiti.Vooral de grote jongens, de kings, waren aanvankelijk op hun hoede.Helemaal toen de twee studentes hen vertelden wie hunopdrachtgevers waren. "Maar tegelijkertijd stonden ze te popelen omhun verhaal vertellen", verteltDuijs. "Door het illegale karaktervan het schrijven van graffiti leiden ze toch een soortdubbelleven."

In tegenstelling tot wat ze voor aanvang van het onderzoekhadden verwacht bleek de graffiti-schrijver niet te karakteriserenaan de hand van theoretische ideeën over jeugdcriminaliteit."Schrijvers zijn geen vandaaltjes", zegt Ilona Duijs. "Het bekendestereotype van de kansarme puber is niet van toepassing op dejongeren die zich met graffiti bezig houden. De meeste jongens diewe hebben gesproken zijn al wat ouder, zo tussen de 16 en 21. Zekomen uit normale gezinnen en volgen een MBO- of HBO-opleiding.Bovendien hebben ze bijna allemaal de Nederlandse nationaliteit. Deenige overeenkomst is dat het ook bij schrijvers in alle gevallengaat om mannen."

De beide onderzoeksters menen ook dat elk gemeentelijk beleiddat graffiti op dezelfde manier wil bestrijden als vandalismegedoemd is te mislukken. "Het vergroten van de pakkans en hetmoeilijker bereikbaar maken van de plekken waar vaak geschrevenwordt versterkt juist de motivatie", aldus Ermers. "Hoe enger, hoeleuker. Dat is de kick." Alleen het snel en consequent verwijderenvan aangebrachte graffiti zou volgens de twee ontmoedigend kunnenwerken. Wanneer men echter bedenkt dat in Utrecht bijna 10.000 m2is volgespoten dan lijkt dat een mission impossible.

Het bestrijden van graffiti was niet het uitgangspunt van hunonderzoek, benadrukken Duijs en Ermers. Zij wilden weten wie deschrijvers waren en wat hen bezielde. Uit de gesprekken die zevoerden concludeerden de twee onderzoeksters dat een subculturelebenadering wel eens veel interessanter en vruchtbaarder zou kunnenzijn dan een criminologische. Achter de graffiti op de muren in destad bleek zich immers een hele belevingswereld schuil te houden.Schrijvers gebruiken hetzelfde jargon. Ze hebben eenzelfdekledingstijl en houden van dezelfde hip-hop-muziek (vooral de WuTang Clan is geliefd). Bovendien komen de financiëledraagkracht en het consumptiepatroon van de jongens overeen.Tenslotte is er ook sprake van een gedeeld normen enwaarden-patroon.

Banaan

Duijs en Ermers omschrijven graffiti nu als een uit de handgelopen hobby, een passie. Het is de schrijvers immers niet slechtste doen om `de kick' van de illegaliteit. Voor velen is het 'a wayof life'. Duijs: "Ze zijn de hele dag bezig met het schetsen vanpieces, het surfen langs Internet-sites, het bekijken vanvideo-banden en het lezen van tijdschriften. Een of meerdere kerenper week gaan ze op pad. Als voorbereiding daarop wordt 's avondsgepost om te kijken waar de politie uithangt."

De twee studentes hebben gedurende hun onderzoek diversepogingen ondernomen in de huid van een graffiti-schrijver tekruipen. Als volbloed toys, zoals beginnelingen in de scene bekendstaan, brachten ze in een kelder onder begeleiding van enkelecrew-leden hun eigen tag-naam aan op een muur. En dan blijkt hetverrassend moeilijk om niet te druipen en binnen de lijntjes tespuiten. Hoogtepunt was echter een nachtelijke expeditie met eenschrijver naar de yard, het emplacement van de spoorwegen inUtrecht. "Toen hebben we wel ervaren wat iemand beweegt om in hetdonker op pad te gaan met het risico gesnapt te worden", bliktErmers terug. Nog steeds dankt ze God op haar blote knieën datde jongen met wie ze op pad waren afzag van zijn spontane ingeving`een banaan te doen' en de gele NS-trein met rust liet.

Van de bekende scriptie-blokkades waar veel studenten mee temaken krijgen hebben Duijs en Ermers in ieder geval niets gemerkt.Ze hebben zich laten meeslepen door de wereld die zich voor hunogen opende. Ermers: "Het was voor mij een openbaring dat ik zodicht bij een cultuurtje kon komen te staan waar ik in principehelemaal niets mee heb."

En nog steeds komen de twee niet helemaal los van het onderwerpvan hun onderzoek. In hun scriptie pleitten Duijs en Ermers ervooreen legale spuitmuur, een Wall of Fame, te reserveren voorgraffiti-artiesten. "Skaters en basketballers hebben allemaal huneigen voorzieningen. Dus waarom graffiti-schrijvers niet?", vraagtIlona Duijs zich af. Die muur lijkt er nu werkelijk te komen. Hetgemeentebestuur is van plan 5000 gulden uit te trekken voor eenprojectvoorstel dat Duijs namens het bureau HALT heeft opgesteld.Misschien al per 1 maart zal de muur onder het viaduct met de A12aan de Europalaan zijn ingericht als Wall of Fame.

Xander Bronkhorst


Graffiti-woordenboek

Black book: Visitekaartje van de schrijver, schriftmet harde (vaak zwarte) kaft met daarin foto's en afbeeldingen vanzijn piece's, tags en throw-ups

Bomben: Spuiten tot de bus leeg is, maar ook synoniemvoor `op pad gaan' of `touren'

Crew: Groepje schrijvers dat regelmatig actief is endie zichzelf eencrewnaam hebben toegeëigend. Voorbeelden:Maniakken Stoppen Nooit (MSN) en de Waffen NS (WNS)

Crossen/Strepen: Het schrijven van de eigen crew- oftagnaam dwars door het werk van een ander

King: Schrijvers die al geruime tijd de scenedomineren

Out-lines: Omlijning van de letters van eenmuurschildering

Piece: Grote complexe muurschildering

Spopo: (Een agent van de) spoorwegpolitie. Desuper-spopo heet Jos Frissen. Frissen wordt uitgedaagd met tekstenals `Pak me dan als je kan' en `Groeten aan Jos'

Tag: Handtekening van een schrijver, subculturelenaam. Bekende Utrechtse voorbeelden: EROR en SHAVE

Throw-up: Grote tweedimensionale weergave vantag-naam

Toys: Onervaren en minder bekwame schrijvers

Wall of Fame: Bepaalde lokatie waar een groot aantal(gerespecteerde) schrijvers actief is geweest

Writers' corner: Plaats waar schrijvers samenkomen omgraffiti te schrijven, te bespreken en te bekritiseren

Yard: Rangeerterrein