het torentje

Body: 
Een Chileense airbus werd vorige week bijna geraakt door ruimtepuin. De kans hierop neemt toe doordat de ruimte steeds voller wordt. Voorlichter Jasper Wamsteker van het Nederlands instituut voor ruimteonderzoek SRON over wat er nu eigenlijk allemaal voor afval door de ruimte dwaalt.

Puinruimen in de ruimte

"Er zweeft van alles door de ruimte. Sinds de eerste dagen van de ruimtevaart zijn er inmiddels zo'n zesduizend satellieten gelanceerd. Een deel daarvan is inmiddels in de dampkring teruggekeerd en daar verbrand, maar er cirkelt nog van alles in banen om de aarde. Grote objecten zoals de laatste trap van de raketten die gebruikt worden bij de lancering maar ook stukken gereedschap, zoals tangen die gebruikt worden door astronauten. Het meeste afval is echter kosmisch en bestaat uit brokstukken puin, stof- en gruisdeeltjes. De airbus werd bijvoorbeeld bijna geraakt door een meteoriet."

Zijn er regels voor het laten slingeren van ruimteafval? "Een aantal jaar geleden is het Inter-Agency Space Debris Coordination Committee (IADC) opgericht om een beetje orde in de chaos te scheppen. Doordat er steeds meer ruimtevaart is, wordt de kans telkens groter dat er brokstukken naar de aarde vallen. Ook is er een groeiende behoefte aan veiligheid in de ruimte. Rondzwevend schroot is vooral erg gevaarlijk voor astronauten die een ruimtewandeling maken. Er is maar een verfsnipper nodig om hun pak te doorboren en dan is het einde verhaal. Er zijn weer plannen om astronauten naar de maan te sturen. Dan moet de kans dat ze getroffen worden door een stukje ruimtepuin natuurlijk zo klein mogelijk zijn. Het IADC heeft bepaald dat de kans dat een naar de aarde vallend brokstuk een mens raakt niet groter mag zijn dan één op tienduizend. Satellieten die laag boven de aarde zweven moeten vijf jaar nadat ze uitgewerkt zijn gecontroleerd opgeruimd worden. Verder is er een uitgebreid systeem van monitoring van satellieten: alles groter dan een tennisbal wordt in de gaten gehouden. Als blijkt dat er een botsing aankomt of dat er iets recht op de aarde afkoerst, wordt er geen weer- maar een schrootalarm gegeven."

Hoe zorg je dat het ruimteafval geen botsingen veroorzaakt of op aarde te pletter stort?

"Als een object op ramkoers ligt met bijvoorbeeld een ruimtestation ISS gaat het station gewoon een beetje aan de kant. Het meeste kleine schroot dat naar de aarde valt, verbrandt in de atmosfeer. We doen ons best om ook grote satellieten zoveel mogelijk te verbranden bij terugkeer in de atmosfeer. De meeste satellieten kunnen vanaf de aarde bestuurd worden. Het is een kwestie van op het juiste moment de remraketten aanzetten, zodat de satelliet in een zo klein mogelijke hoek de dampkring binnenkomt. Door de wrijving ontstaat een enorme hitte en hoe langer de tocht door de dampkring duurt, des te minder zal er dus van een satelliet overblijven. Het Russische ruimtestation Mir is het grootste stuk schroot dat we gecontroleerd teruggebracht hebben naar de aarde en daar is misschien een brandstoftankje van teruggevonden maar verder was hij volledig opgebrand. Met de motoren kunnen we satellieten bijsturen zodat de brokstukken die overblijven, netjes in zee en niet op land landen. Bij het omhoog sturen van satellieten moeten we er al rekening mee houden dat we materiaal gebruiken dat ook weer opgeruimd kan worden. We kunnen bijvoorbeeld geen satellieten met kernreactoren de lucht insturen, omdat bij de verbranding ervan radioactief afval vrijkomt."

Hoe zit dat met meteorieten, kan je die ook netjes de zee in leiden?

"We kunnen meteorieten niet sturen. Als er een meteoriet door de atmosfeer heen weet te dringen, kunnen we die niet afwenden zoals met satellieten. We hebben ook minder goed zicht op die hemellichamen. Meteorieten zijn moeilijker te volgen, omdat ze vaak verder van de aarde zweven dan satellieten. Bovendien weten we van satellieten dat ze er zijn, omdat we ze zelf de lucht ingezonden hebben, terwijl het niet zomaar bekend is waar de meteorieten zich bevinden. Er zijn plannen voor de bouw van een surveillancesysteem dat vanuit de ruimte zal monitoren waar de satellieten en meteorieten zich bevinden. Als dat er komt zullen we de meteorieten beter kunnen volgen."