Het tutoraat moet beter

Body: 
De invulling van het tutoraat bij Diergeneeskunde is een positieve uitzondering op de wijze waarop studenten aan de Universiteit Utrecht worden begeleid tijdens hun studie. Andere faculteiten kunnen hier een voorbeeld aan nemen, zegt rector Stoof.

Het tutoraat, dat een belangrijk element is in het Utrechts onderwijsmodel, functioneert niet naar behoren. Het gros van de studenten beoordeelt de begeleiding die ze van hun opleiding krijgen met een onvoldoende. Reden voor het college van bestuur een onderzoek in te stellen naar de oorzaken hiervan. In het onderzoek werd Diergeneeskunde niet meegenomen omdat deze faculteit ten tijde van het onderzoek nog niet was overgestapt op het bachelor-mastersysteem. En dat, zei Stoof in de commissie Onderwijs & Onderzoek van de Universiteitsraad, is wel jammer, want bij Diergeneeskunde scoort het tutoraat juist zeer goed. "Slechts zes procent van de studenten Diergeneeskunde is ontevreden over de studiebegeleiding en dat is een droomscore."

U-raadslid en tutor bij Diergeneeskunde Ruud van den Bos denkt dat het tutoraat bij zijn faculteit goed werkt, omdat de docenten er een training voor krijgen. Bovendien is het officieel een onderdeel van hun taak; ze krijgen er 32 uur per jaar voor per acht studenten. En, niet onbelangrijk, het tutoraat zit ingebed in het onderwijs Professioneel Gedrag. Er is dus een duidelijke invulling van de begeleiding.

"We zijn in 2003 begonnen met dat P.G.-onderwijs", zegt Nicole Mastenbroek, adviseur en coördinator Professioneel Gedrag bij Diergeneeskunde. "Eén van de redenen om daarmee te starten was de vraag vanuit het beroepsveld om studenten ook te onderwijzen in de professionele vaardigheden die een dierenarts in deze tijd nodig heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om zelfstandig functioneren, communicatieve- en sociale vaardigheden en integriteit. De student krijgt zo de kans zich te ontwikkelen in het omgaan met taken en werk, het eigen functioneren en de omgang met anderen, bij ons is dat natuurlijk mens én dier. Studenten moeten regelmatig aangeven wat hun sterke punten zijn en waar er nog verbetering nodig is. Daar kijken ze samen met hun tutor naar. Zijn taak is het ook om studenten te begeleiden in hun ontwikkeling. Studenten hebben vanaf het eerste tot het hun dierenartsexamen in het zesde jaar dezelfde docent als tutor."

Doordat het tutoraat ingebouwd is in het onderwijs, staan de tijdstippen voor de twee persoonlijke- en diverse groepsgesprekken aan het begin van het jaar vast. Een tutorgroep bestaat uit ongeveer tien personen.

De U-raadsleden bijeen in de commissie Onderwijs & Onderzoek waren onder de indruk van het verhaal van Diergeneeskunde. De studentleden die zelf ook een onderzoek naar het tutoraat hebben gedaan, zien veel van hun eigen aanbevelingen bevestigd in het verhaal van Van den Bos. Ook de aanbevelingen van de onderwijsadviescommissie die het tutoronderzoek voor het college verrichtte, weerklinken in het relaas. Volgens beide onderzoeken ontbreekt het faculteiten vaak aan een duidelijke invulling van het tutoraat. Hierdoor weet een mentor niet wat hem te doen staat, en weet een student niet wat hij van een tutor kan verwachten. Het tutoraat verwordt daardoor vaak tot een "verplicht vijf minuten gesprek" zoals één van de respondenten het zei en dat is jammer is de conclusie omdat zowel de ondervraagde docenten als studenten onderstrepen dat bij een juiste invulling het tutoraat zeer nuttig is.

Alle partijen zijn het er dan ook over eens dat er een duidelijke taakomschrijving voor de tutor moet komen. Een tutor zou vooral in het eerste jaar een belangrijke rol moeten spelen. Idealiter geeft een tutor ook college aan eerstejaars en dient hij uren toegekend te krijgen voor zijn taken als begeleider. De U-raad voegde daar nog aan toe dat er op elke duizend student een fulltime tutor zou moeten zijn.

Hoewel het college van bestuur zich achter vrijwel alle aanbevelingen schaart, zullen deze niet - zoals de U-raad wilde, verplicht worden gesteld. Het college gaat de twee onderzoeksrapporten plus een notitie over Diergeneeskunde aan de decanen geven. Die zijn vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering. Van het CvB krijgen zij bovendien doelen en streefcijfers waarop ze later worden aangesproken. Over twee jaar, zegt Stoof, moet er een flinke verbetering te zien zijn.

Tutoraat

Het tutoraat is een belangrijk onderdeel van het Utrechts onderwijsmodel dat gelijk met de invoering van het bachelor-masterstelsel is ingevoerd in 2002. De bedoeling van het tutoraat is om de studievoortgang van studenten in de gaten te houden, om studenten beter door hun studie heen te loodsen, om de academische vorming te sturen en om de sociale cohesie binnen de opleiding te vergroten. Vooral in het eerste jaar moet de tutor een belangrijke rol spelen, want dan moet duidelijk worden of de student de juiste studie heeft gekozen.