'Je wilt toch op de hoogste berg staan'

Body: 
"Bij min 20 uit je slaapzak komen is eigenlijk hetzwaarste van een hele dag klimmen", vindt Martijn Jongmans.Jongmans is een van de acht leden van de Utrechtse Studenten AlpineClub (USAC) die op 20 april naar Nepal vertrokken voor eenexpeditie van vijf weken. USAC bestaat zeventig jaar en de achtbesloten dit lustrum luister bij te zetten met een reis naarAziƫ.

De groep reist naar Lang Tang, vlak boven de hoofdstad Katmandu."We hebben voor dat gebied gekozen omdat het relatief gemakkelijkbereikbaar is per openbaar vervoer. Weliswaar zijn de meeste bergendaar al eens beklommen, maar er zijn nog een hoop lijnen die nognooit zijn gedaan", vertelt reisgenoot Wouter Dorigo.

Hoewel ze allemaal behoorlijk wat klimervaring hebben opgedaanin de Alpen is deze reis voor de Utrechtse klimmers een uitdaging.Dorigo: "Het is de eerste keer dat we in de Himalaya klimmen. In deAlpen ben je twee dagen met een tocht bezig en je loopt in eenmiddag naar een hut toe. Nu moeten we een paar dagen reizen om inhet gebied te komen en daarna lopen we met dragers en een lokalegids naar een basiskamp toe. Vanuit dat basiskamp gaan we allerleiklimtochten ondernemen."

De onbekendheid van het terrein betekent voor de klimmers eenextra dimensie. Expeditiegenoot Reinier Treep: "In de Alpen werkenwe met klimgidsjes waarin de klim precies staat beschreven tot enmet de haken aan toe. De kaarten van dit gebied kloppen alnauwelijks laat staan dat er klimgidsjes zijn."

Ook de omstandigheden zullen ruiger zijn, maar de expeditieheeft haar uitrusting daarop aangepast. "We hebben collectiefslaapzakken besteld en de fabrikant heeft ons in ruil voor watmooie foto's een flinke korting gegeven. Daarnaast hadden wedonsjacks nodig en extreme wanten", vertelt Treep.

Bij het opstaan is de kou het ergst, want klimmers beginnen hundag bij voorkeur erg vroeg. "Zo'n slaapzak is wel heel erg knus alsje midden in de nacht je bed uitmoet", vertelt Martijn Jongmans."Het is zaak om al in je slaapzak je broek en je trui aan tetrekken. Dan meteen dunne handschoenen aan en een muts op. Vaakmoeten we daarna eerst een stuk lopen en dan word je snel warm.Tijdens het klimmen krijg je het dan vanzelf weer koud. Maar het isaltijd een genot als de eerste zonnestralen je bereiken. Meestal isdat ook het eerste rustpunt op zo'n dag."

Belangrijkste reden om zo vroeg te vertrekken is desneeuwgesteldheid. Als de sneeuw warm wordt dan zak je er snellerdoorheen, vertelt Dorigo. "Maar je hebt ook een langere dag. Jeloopt niet het risico dat je in het donker nog ergens op een wandhangt."

Voor dit soort noodgevallen nemen de klimmers zenders mee."Vanuit het basiskamp gaan we afzonderlijk tochten ondernemen. Inde Alpen hebben we gemerkt dat je toch onrustig wordt als een groeplanger wegblijft. Meestal is er niks aan de hand, zijn ze gewoonfout gelopen."

Treep: "Er kan daar ook eerder iets gebeuren omdat we onbekenderzijn met het terrein". Hij ontkent echter dat het gevaar hem eenextra kick geeft. "Je kunt tijdens het klimmen redelijk bewust jerisico's kiezen. Iedereen heeft zijn eigen grenzen en als je hetgevaarlijk vindt, ga je terug. De uitdaging ligt voor ons meer ophet klimtechnische vlak." Daarnaast speelt de grootsheid van hetterrein een rol. "Je wilt toch op de hoogste berg staan."

Jurgen Swart