Kankerend maar kernachtig en altijd kroegbereid

Soms kom je in het Wilhelminapark een in gedachtenverzonken gestalte tegemoet. Van een afstand heeft de baardigefiguur in vale regenjas met plastic tasje in de hand wel wat vaneen Utrechtse clochard. Dichterbij gekomen herken jeAmerika-deskundige Maarten van Rossem, de man die in woord engeschrift de vloer aanveegt met vooroordelen en politiek correcteopvattingen. Vorig jaar werd hij bijzonder hoogleraar. Deze weekhoudt hij zijn inaugurele rede. In toga, verwachteninsiders.

Onorthodox, cynisch, wars van conventies. Van Rossem heeft inzijn 25 jaar bij de universiteit een solide imago opgebouwd vandoorgewinterde kankerpit. Maar, zeggen collega's en studenten diehem regelmatig van dichtbij meemaken, achter de afstandelijke ensoms wat norse fa ade schuilt niet alleen een bevlogen verteller,maar ook een toegewijd docent.

"De aanwezigheid van Van Rossem was voor mij een reden om voorUtrecht te kiezen", zegt een student. "Mijn schooldecaan was ookheel enthousiast over hem en terecht, want zijn colleges zijn puureducatief entertainment. En dat cynische toontje van hem? Dat vindik juist wel leuk." Een collega-student vult aan: "Hij kan heelkort en duidelijk aangeven wat de kern van een betoog is. Wat iktrouwens ook prettig vind, is dat hij altijd kroegbereid is. Vanvroeg naar bed gaan heeft hij geloof ik nog nooit gehoord."

Veel lof dus voor de docent Van Rossem. Je moet alleen niet depech hebben, dat hij met zijn verkeerde been uit bed is gestapt."Hij kan soms verschrikkelijk ongemotiveerd overkomen, niet cynischmaar gewoon ongeïnteresseerd. Kennelijk heeft hij dan eenslechte dag. Over het algemeen vindt iedereen zijn colleges heelinteressant, maar dat is wel een vrij algemeen kritiekpuntje."

Dat hun docent zo zijn stokpaardjes heeft, weet inmiddels ookelke student. "Bij het begin van zijn eerstejaars collegetwintigste eeuw gaat er altijd wel iets mis met de microfoons, wanterg handig is hij niet. Hij begint dat college dan ook elk jaar meteen potje kankeren op de universiteit die wel geld over heeft vooreen University College, maar die niet eens kan zorgen voorfatsoenlijke geluidsapparatuur. Een andere hobby van hem is deUtrechtse binnenstad. Hoe vaak hij intussen al niet een geldprijsheeft uitgeloofd voor diegene die een bom onder de Neudeflatlegt!"

Sinds zijn TV-optredens tijdens de Golfoorlog is Van Rossem eenbekende Nederlander ("Hij is duidelijk onze televisiepaus."), dievooral populair is vanwege zijn spottende 'toontje'. Zelf ontkendehij een paar jaar geleden in het U-blad overigens dat er vancynisme sprake was. "Als de Amerikaanse president roept: 'Binnenvier jaar heb ik de drugs onder controle', dan zeg ik: 'Nou, datlijkt me sterk.' Dat is niet cynisch, dat getuigt van een normaalontwikkelde werkelijkheidszin."

Van Rossem, die meestal pas laat in de ochtend opstaat en vaaktot diep in de nacht doorwerkt, ontkende in het interview ook dathij zijn afwijkende uiterlijk (steevast in het zwart) en ditogedrag zou cultiveren. Dat is ook de mening van veel van zijncollega's. "Welnee, hij cultiveert helemaal niets, hij is gewoonzichzelf, dat is juist het aardige. Hij is ook nooit te benauwd omeen collega in het openbaar op zijn vestje te spugen. Heelverfrissend hoor, in dat ingeslapen wereldje van ons."

Soms kun je trouwens wel knap onzeker worden van dieonconventionele houding, herinnert een oud-student van Van Rossemzich "Ik had veel werk gemaakt van mijn afstudeerscriptie en op eenmiddag kwam ik dat werkstuk toch wel trots bij hem inleveren. 'Oja', zegt hij, 'je scriptie, h├Ę? Leg maar neer op diekapstok', en hij wandelt zo weg. Ik was geschokt. Het ging zoachteloos en met zo weinig ceremonieel dat ik later toch nog maareven ben gaan vragen of hij hem ook echt zou lezen."

Populariseren

Naast zijn loyaliteit ("Je doet nooit tevergeefs een beroep ophem") wordt door collega's vooral zijn bijdrage aan hetpopulariseren van het vak geprezen. "Zijn wetenschappelijkeproductie is niet enorm", erkent een collega-hoogleraar. "Maar zijnboek over de Verenigde Staten in de twintigste eeuw is natuurlijkwel een standaardwerk dat veel wordt gebruikt. De kracht van VanRossem zit hem vooral in het compileren en het populariseren,waarbij hij als geen ander oog heeft voor het triviale detail."

"Ik vind het zonder meer terecht dat de universiteit hem tothoogleraar heeft benoemd", zegt Volkskrant-redacteur Hans Wansink,die in Utrecht geschiedenis studeerde. "Ik denk dat de universiteitzich begint te realiseren dat je mensen als Van Rossem, die zich inde publiciteit kunnen manifesteren, hard nodig hebt. In mijnstudententijd werd het nog als 'niet chique' beschouwd als eenwetenschapper stukjes in de krant schreef. Dat ligt nu gelukkiganders. Ongetwijfeld zijn er historici die meer tijd doorbrengen inde archieven dan Maarten van Rossem. Maar er zijn er maar weinigdie zo goed op de hoogte zijn van de intellectuele ontwikkelingenophun vakgebied en die dat vak zo goed over het voetlicht kunnenbrengen."

Waardering dus voor de man die soms op het norse af kan doen.Maar daar moet je gewoon doorheen kijken, zegt een vrouwelijkecollega lachend. "Op vergaderingen kan hij nog wel eens deklassieke Maarten van Rossem-pose aannemen: Dit is niets en dit zalnooit wat worden. Maar ach, dan zeggen we gewoon: 'Dat weten we nouwel, Maarten.' Hij doet wel vaak dwars, maar dat is niet meer daneen masker waarachter juist veel betrokkenheid schuil gaat. Enlaten we eerlijk zijn, hij heeft wel een heel boeiende manier vandwarskijken."

Zeker met de universitaire democratie heeft Van Rossem nooitveel opgehad. 'Een scherts-democratie waarvoor ik ongeschikt ben',zei hij ooit. 'Ik ben toch geen medewerker van de universiteitgeworden om te vergaderen?'

"Hij geeft leuk college, hij schrijft voortreffelijk, maar jemoet hem vooral niet vragen om dingen te organiseren, want danwordt het een rotzooitje", is het bondige oordeel van eencollega-hoogleraar. "Maar dat is ook helemaal niet erg, want daarzijn andere mensen voor. Je moet hem zien als onderdeel van eengeschakeerd palet aan hoogleraren. En ik ben blij dat daar inUtrecht ook een Van Rossem bijzit."

En dat hij er bij tijd en wijle wat slordig bijloopt en zichverzet tegen academische kledingconventies? "Ach", zegt eenstaflid, "dat valt tegenwoordig ook wel mee. Laatst moest hij komenopdraven voor een promotiecommissie. Hij kwam in zijn bekendezwarte plunje het Academiegebouw binnen en weigerde zijn toga aante trekken. Toen zei de pedel: Meneer van Rossem, in dit huis maakik de regels. Ha ha, nog geen drie minuten later had Maarten zijntoga aan."

Erik Hardeman


'Kapsoneslijer'

"Zojuist heb ik een doormidden gebroken sigaret uit de prullebakgevist. Eerder weggegooid, maar nu mijn voorraad op is, en deEngelse winkels dicht zijn, graaf ik naar die peuk. Ik voel me eenbeetje een junk, maar ik denk: Maarten zou me dit niet euvelduiden. Zelden is hij zonder zijn verderfelijke merk:Stuyvesant.

Het eerste wat ik over hem hoorde was lang geleden, toen ik zijntrotse moeder ontmoette: Mijn zoon is historicus. Ik was toenstudent. Maarten himself zag ik voor het eerst in actie in 1986,tijdens het congres 'Balans en Perspectief'. Allejezus, wat eenkapsoneslijer, dacht ik. Maar die eerste taxatie was onjuist.Kapsones heeft-ie, maar dat mag wat mij betreft als het ergens overgaat.

Hij is een geboren docent, is in zijn element tijdenshoorcolleges. Ik houdaar ook van, dat schept een band. Hoorcollegesgeven betekent op de markt staan, en je waar flamboyant maar ookhelder verkopen, met aandacht voor je gehoor. Ik kan dat eenbeetje, hij kan het heel goed. Hij is iemand die ik bewonder, maarik zal de laatste zijn om dit toe te geven.

Zeker niet als hij me weer zo'n vieze Stuyvesant aanbiedt. Kanhij niet iets anders gaan roken?"

Mayke de Jong